Thuislandcoalitie

Het debat dat in 2001 in ons land oplaaide over het lidmaatschap van de Europese Unie leidde tot een omwenteling in het partijpolitieke spectrum. De PvdA en het CDA braken beide in tweeën. In beide partijen ontstond een `Europese' vleugel en een `thuisland'-vleugel. Ondanks heftig verzet van Europeaan Frits Bolkestein nam de VVD de leiding in een coalitie met deze thuislandvleugels, die dankzij de steun van de SP, de SGP en een groot deel van Groen Links een meerderheid in de Kamer kreeg voor uittreding uit de Unie.

In de daaropvolgende verkiezingsstrijd leed de `Europese coalitie', waarin brokstukken van PvdA en CDA samenwerkten met D66 en het GPV, ondanks verwoede steun van het bedrijfsleven een nederlaag tegen de Thuislandcoalitie.

Het nieuwe kabinet-Van Aartsen leek aanvankelijk de wind mee te krijgen. Nederland kon zijn grote financiële bijdrage aan de EU nu in eigen zak houden. Geleidelijk bleek deze financiële meevaller echter kleiner dan gehoopt. De Nederlandse landbouw kwam namelijk door de torenhoge invoerrechten die de EU als strafmaatregel ging heffen in een acute noodtoestand terecht, die alleen door een forse financiële injectie uit de rijksbegroting kon worden bezworen.

Daarbij kwam dat de transportsector in elkaar klapte en dat Amerikaanse en Japanse bedrijven, die hun EU-hoofdkwartier in Nederland hadden, naar elders verhuisden. Voor internationale bedrijven was de Nederlandse markt niet interessant meer.

Het feit dat de Rotterdamse haven en Schiphol hun internationale concurrentiepositie snel zagen verslechteren had wel interessante milieu-aspecten. Uitbreidingen van de haven, van Schiphol en van het wegennet waren niet meer aan de orde. Voor zover de Betuwelijn nog niet was aangelegd werd hij geschrapt.

Het milieu bleek ook nadelige effecten te ondervinden. In de nationale inspanning om de landbouwsector op peil te houden moest aan de boeren menige milieuconcessie worden gedaan. Bovendien kon `Brussel' niet meer als stok achter de deur worden gebruikt in het mestbeleid. Datzelfde gold voor de industrie. De Thuislandcoalitie durfde het niet aan om door zijn milieubeleid verdere economische afkalving te riskeren.

Economisch herstel werd gezocht in de wereldhandel per Internet waar de EU geen greep op kon krijgen. Bovendien ontwikkelde ons land zich als een financiële vrijhaven, daarmee de plaats innemend van Zwitserland, dat bij zijn intrede in de EU onder druk van Luxemburg van die rol moest afzien.

Hoewel het Koningshuis met kracht bleef proberen zich boven de partijen op te stellen werd het zijns ondanks toch een symbool van het nieuwe nationale gevoel. Bij de Europees gerichte partijen begonnen republikeinse neigingen te ontstaan. Meder daardoor had de Europese coalitie bij verkiezingen lange tijd geen schijn van kans meer op een meerderheid.