Sterke euro niet goed voor Damrak

Langzamerhand kropen deze week twee belangrijke gebeurtenissen in het collectieve bewustzijn van de internationale aandelenbeurzen. Komende dinsdag vergaderen de Amerikaanse centrale banken over het rentebeleid, en de donderdag daarop komt het bestuur van de Europese centrale Bank bijeen.

Los van de invloed die het al dan niet veranderen van de geldmarktrentes door de centrale banken in Europa en de VS direct op de aandelenkoersen heeft, beïnvloedt het monetaire beleid de aandelenkoersen ook via de obligatiemarkt en de valutamarkt. Hoe gevoelig het Damrak is voor veranderingen in de koers van de gulden (de euro) tegenover de Amerikaanse dollar, bleek deze week. De opmars van de euro tegenover de dollar van 1,0422 dollar per euro naar boven de 1,07 dollar per euro, viel samen met een koersverzwakking op het Damrak over de week van 4,5 procent. Frankfurt en Parijs hoefden nog niet de helft terug.

Zeker wanneer internationaal de aandelenkoersen een tijdje pas op de plaats maken, is aardig te zien hoe het Damrak en de dollarkoers in spiegelbeeld bewegen. Het toekomstige verloop van de euro-dollarkoers is dus van groot belang voor de AEX-index.

Hoe luiden de meeste euro-prognoses voor de rest van dit jaar? Voorzichtig positief voor de euro. De Amerikaanse zakenbank J.P. Morgan heeft een euro-dollarkoers van 1,08 staan voor het eind van 1999. Goldman Sachs komt op 1,12. ABN Amro rekent met 1,10 dollar. In de meeste scenario's overheerst het risico dat de dollar loopt. Het recordtekort op de Amerikaanse betalingsbalans speelt daarbij een grote rol, maar ook de verwachting dat een correctie van de Amerikaanse beurskoersen ten koste van de dollar gaat. Positief voor de euro is dat de Europese economie aan kracht wint - hoe vaag dit argument ook is.

Nu zijn dollar-voorspellingen niet erg betrouwbaar. Op een wisselkoers werken te veel verschillende factoren in, niet alleen economische, maar ook politieke. Bovendien beweegt de euro-dollarkoers zich in de driehoek euro, yen en dollar. De yen-dollarkoers is, zoals ook weer de laatste weken, een veel heter onderwerp dan euro-dollar. Mocht de sinds afgelopen weekeind schijnbaar hervonden eensgezindheid van de Japanse regering en de Bank van Japan over het terugdringen van de sterke yen daadwerkelijk tot een verzwakking van de yen leiden, dan geeft dat ook een opwaartse druk op de dollar tegenover de euro.

Dat de euro toch kans loopt aan kracht te winnen, is af te lezen aan de obligatiemarkt. Sinds halverwege 1994 bestaat er een sterke samenhang tussen het verschil in lange-termijnrente tussen Europa en de Verenigde Staten enerzijds, en de euro-dollarkoers anderzijds.

Die samenhang is logisch: als in Europa de lange-termijnrente op de obligatiemarkt relatief laag is ten opzichte van de Amerikaanse, geven lang aangehouden dollars een gunstiger rente dan lang aangehouden euro's (vóór 1999 Duitse marken). Van november vorig jaar tot mei dit jaar steeg het verschil tussen de Amerikaanse lange-termijnrente en de Europese, tot aan het punt dat het rendement op Amerikaanse tienjaars-staatsobligaties 1,5 procent hoger was dan de vergelijkbare Duitse rentevoet.

Sindsdien heeft er een ommekeer plaatsgevonden: de Amerikaanse rente maakte pas op de plaats, terwijl de Europese juist fors steeg. Het verschil is nu nog maar 0,75 procentpunt. Als de relatie tussen het renteverschil en de wisselkoers van de afgelopen vijf jaar wordt gevolgd, dan zou bij het huidige renteverschil de euro-dollarkoers naar tegen de 1,15 moeten lopen.

Een sterke euro betekent een zwakke dollar, en een zwakke dollar is, zoals deze week eens te meer bleek, niet goed voor het Damrak. Nu zijn dollar-prognoses wel vaker fout - begin dit jaar werd massaal een euro-dollarkoers voorspeld van boven de 1,20 - maar beleggers op het Damrak zijn van één zaak zeker. Zij nemen, gewild of ongewild, naast een aandelenpositie ook een forse valutapositie in.