Smeergeld in buitenland strafbaar

Steekpenningen betalen aan buitenlandse ambtenaren wordt strafbaar. Dat is het gevolg van een wijziging in het Wetboek van Strafrecht, dat eind dit jaar zal worden aangepast aan een OESO-verdrag tegen corruptie.

Minister Korthals van Justitie heeft een wetsvoorstel ingediend dat de bepalingen uit het verdrag ook in Nederland invoert. Ambtenaren omkopen is nu alleen strafbaar als dat binnen Nederland gebeurt. In het buitenland betaalde steekpenningen zijn voor bedrijven op dit moment zelfs aftrekbaar van de belastingen als bemiddelings- of acquisitiekosten. Nederland heeft corruptie buiten de eigen landsgrenzen tot nu toe niet strafbaar gesteld om geen handelsbelemmeringen op te werpen.

Onder Amerikaanse druk hebben de landen die lid zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waaronder ook Nederland, al in 1997 een verdrag gesloten dat het betalen van steekpenningen onder alle omstandigheden verbiedt. De Verenigde Staten hebben al sinds 1977 een anti-corruptiewet die Amerikaanse bedrijven, en sinds vorig jaar ook dochters van Amerikaanse bedrijven in het buitenland, overal ter wereld verbiedt zich schuldig te maken aan corruptie.

,,Alle bedrijven die zaken doen in als `dubieus' bekend staande landen in het oostblok of in de derde wereld, kunnen door deze wetswijziging met strafvervolging te maken krijgen'', zegt forensisch specialist Sylvie Bleker van accountantskantoor Deloitte & Touche. ,,Corruptie komt op zeer grote schaal voor. In veel landen krijg je gewoonweg geen vergunningen zonder dat je ambtenaren omkoopt of loop je orders mis als je geen steekpenningen betaalt.'' Als voorbeeld noemt Bleker Rusland. ,,Daar is de kans dat je met corruptie in aanraking komt 80 procent.''

Bleker erkent dat het voor het Openbaar Ministerie nagenoeg onmogelijk is om aan de andere kant van de wereld gepleegde fraude op te sporen en te vervolgen. ,,Justitie zal het daarbij vooral van verklikkers moeten hebben, zoals ondernemers die opdrachten zijn misgelopen doordat zij niet bereid waren steekpenningen te betalen en concurrenten wel.''

De voornaamste `schadepost' voor een onderneming die voor corruptie wordt vervolgd is niet de opgelegde straf, maar het gezichtsverlies dat met openbaarmaking van het vonnis gepaard gaat. Veel multinationals realiseren zich dat volgens Bleker en zijn zelf alvast begonnen met het opstellen van gedragscodes. ,,Als dan toch fraude aan het licht komt, kun je in elk geval zeggen dat je er alles aan hebt gedaan om die te voorkomen.'' Het ergste leed – imagobeschadiging – is dan echter al geleden, erkent Bleker. Veel gedragscodes bevatten daarom controleprocedures, die ervoor moeten zorgen dat corruptie intern opgespoord wordt.