M&M

Episode 1: Waarin Daan Schrijvers niet alleen terug van weggeweest blijkt, maar eveneens als voormalig sterreporter tot het Hogere wordt geroepen.

Je bent laat, Daan!' klonk het als gesubsidieerde atonale muziek in mijn oren. Aan de grote ovale tafel was nog slechts één designstoel vrij. Grote goden, dacht ik, terwijl een golf van paniek schuimend door mijn middenrif trok. Een gloednieuwe enerverende episode in mijn leven, en dan toch weer als hekkensluiter moeten beginnen. En dat terwijl ik na zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw eindelijk tot het hogere was geroepen. Meer concreet: juist nu ik op de drempel van de nieuwe tijd was uitgenodigd aan te schuiven bij dit illuster gezelschap vaderlandse visionairen dat zich had verzameld in het Platform Nationale Millennium Celebratie.

Dit was een hele eer, bonsde het in mijn verder ongekamde hoofd, terwijl ik mijn beduimelde regenjas – het attribuut bij uitstek van de ware journalist pur sang! – probeerde uit te trekken zonder de plastic bekertjes koffie van tafel te vegen.

Toen ik mijzelf eenmaal had geschikt naar de conceptuele bedoeling van het veel te dure zitmeubel trok er een hemelse huivering over mijn ruggegraat. Hier – in deze zaal, waar de bleke herfstzon speelde over de reproducties aan de wanden – zouden wij beslissen over de finale van het fin de siècle, over de laatste treden van ons tijdsgewricht. Hier zouden wij de belastingaangifte doen van tweeduizend jaar pelgrimstocht der mensheid, de piketpaaltjes plaatsen voor het morele pad waarover onze beschaving de drempel naar het ongewisse zou overschrijden. Wij waren, wist ik, niemand minder dan de Millennium Meesters.

Rondom klonk vrolijk geroezemoes van mijn nieuwe vrienden, onder wie ter rechterzijde vele vooraanstaande opinion leaders van diverse pluimage, en ter linkerzijde een kudde kapitale captains of industry die eruit zagen of ze reeds een voorschot hadden genomen op het gewogen gemiddelde van het rendement in het nakende millennium. Tegenover mij ontwaarde ik nog meer bekende gezichten: uitgelezen universiteitsbestuurders, pikante praatprogrammamakers en bovenmodale beeldbuisexploitanten zaten schouder aan schouder met prominente politici, die er precies zo uitzagen als op de radio. Aan het einde van de tafel herkende ik het hoogheemraadschap der Hollandse hoofdredacteuren, alsmede de fine fleur der columnisten, die hun kostelijke kronieken over het kruien der continenten onder welgemeende loftuitingen aan elkaar voorlazen. Lang kon ik echter niet genieten van dit uitzicht.

,,Mag ik even de aandacht. Nu Daan er is, kunnen we beginnen'', sprak de voorzitter in een sonoor timbre in mijn richting, terwijl zijn ogen de zaal afzochten naar belangrijker personen. Hola, wat was dat nu? Dat klonk als een bekende stem! De voorzitter, de man met de hamer, dat was mijn eigen voormalige hoofdredacteur, mijn beminnelijke vriend en gelouterde collega Walter Decheiver, wiens inspirerende greep op de werkelijkheid ik zes jaar lang zo node had gemist. Sinds hij `Boek In Beeld' de rug had toegekeerd, op weg naar hogere salarisschalen, was het hem blijkbaar beter vergaan dan het periodiek dat hij zo plotseling had verruild voor zijn nieuwe bestaan. Als communicatiekapitein bij de Pers Media Concentratie die alle kranten van Nederland in portefeuille had, was Decheiver zelf er nog verantwoordelijk voor geweest dat Boek In Beeld tevergeefs te koop was aangeboden bij De Typhoon, De Waarheid, Het Vrije Volk, De Nieuwe Linie, De Krant op Zondag en andere onvergankelijke paarlen in de kroon van de contemporaine kwaliteitsjournalistiek. Tijd om hierover na te denken had ik niet, want het vergaderen was inmiddels losgebarsten.

Op de gezaghebbende toon van een koel calculerende communicatiekapitein voerde Decheiver het woord. ,,Zoals ik het zie, is die Eenentwintigste Eeuw van eminent belang. Het is een heel ander chapiter.'' Even begreep ik weer waarom we hem vroeger ook wel Piggelmee noemden, nu ik hem daar bol, bleek en bombastisch zag zitten. Maar hij had goed nieuws: ,,Zoals wij hier verzameld zijn, mogen wij ons de scenarioschrijvers noemen van de belangrijkste aflevering in de altoos opbeurende dramareeks die het leven op aarde heet, en dan bedoel ik het nieuwe millennium.''

Allejezus, je kon wel horen dat sinds Decheiver in een hogere salarisschaal zat, hij er flink op vooruit was gegaan. Met stijgende radeloosheid besefte ik hoe deksels deftig dit gezelschap moest zijn. Ik had gemeend met een onbekommerde schnabbel mijn journalistieke pensioenopbouw voor het volgend millennium veilig te stellen, en dan dit! Dit was andere koek dan een gratuite reeks overpeinzingen die ik vanachter mijn bureau onder de titel `Eeuw in, eeuw uit' in elkaar had kunnen dromen. Dit dreigde werk te worden.

Mijn ergste vermoedens kwamen uit toen de varkensogen van de voorzitter zich plotseling vastgrepen op mijn persoontje. Ik probeerde hem uitdrukkingsloos aan te kijken, maar ik kon mij niet verschuilen achter een organizer, noch beschikte ik over de dekking van een mobiele telefoon – ik was weerloos en Decheiver rook het. Donnerwetter, het was weer net als vroeger.

,,Die Eenentwintigste Eeuw, Daan, daar gaan wij wat aan doen. Er is een plan, en wij hadden met z'n allen aan jou gedacht.''

Even was het stil. ,,Euhh'', stotterde ik laf, ,,aan mij?''

,,Waratje , Daan. Jij bent er geknipt voor. Schrede één in ons twaalfstappenplan is de lancering van een millennium-magazine. En jij bent onze man.''

,,Ikke?'' mompelde ik perplex.

,,Is dat een bezwaar?'' ginnegapte Decheiver goedgemutst. Het was al te laat. Met een triomfantelijk gebaar schoof hij het nulnummer over tafel mijn richting uit. Het glanspapier straalde mij tegemoet. Op de cover stond een foto van alle Millennium Meesters zoals ze ter celebratie rondom mij aan de grote ovale tafel zaten.

,,Ja, een magazine!'' klonk het bewonderend. ,,Dat is pas chique journalistiek.'' Het drong nauwelijks tot mij door dat ikzelf ontbrak op de omslagfoto. Ik staarde gebiologeerd naar het losjes gepositioneerde logo van het millennium-magazine.

M&M, las ik met beklemd gemoed. Even leek het of mijn hersens smolten, en dat was ook zo. Daantje, Daantje, dacht ik, dit gaat verkeerd. Dit draait uit op deksels domme dingen.

Rondom mij tuimelde de werkelijkheid evenwel onverdroten voort. ,,Dames en heren'', sprak Decheiver gewichtig, ,,de teerling is geworpen. Rest mij slechts te zeggen: Let's synchronize our millenniumwatches.''

(Wordt vervolgd)