Militairen houden Birma vast in hun greep

De gijzeling in de Birmese ambassade in Bangkok vestigt opnieuw de aandacht op de junta in Birma.

In april werd 1996 werd de 64-jarige Birmees-Britse zakenman Leo Nichols, honorair-consul voor onder andere Zwitserland, Noorwegen en Denemarken, in Birma opgepakt wegens het ongeoorloofd bezit van een fax. Twee maanden later overleed hij in de beruchte Insein gevangenis, volgens de autoriteiten als gevolg van een beroerte.

Volgens Amnesty International telt Birma meer dan 1.200 politieke gevangenen, en de behandeling die Nichols ten deel viel, is slechts een illustratie van de repressie die de junta in Birma uitoefent. Volgens waarnemers werd ook Nichols door het claustrofobische bewind beschouwd als een politieke tegenstander, en was het feit dat hij contacten onderhield met oppositieleider Aung San Suu Kyi de echte reden voor zijn arrestatie.

Elf jaar geleden kende Birma, dat sinds 1962 wordt gereageerd door militairen, een korte democratische opleving. Maar demonstraties werden in bloed gesmoord; alleen al in Rangoon vielen in augustus en september 1988 duizenden doden. Militairen haalden rijstvoorraden weg uit de hoofdstad om de bevolking tot onderwerping te dwingen en ze lieten criminelen vrij opdat die zich als provocateurs onder de demonstranten op straat konden begeven.

Met de instelling van een Staatsraad voor Herstel van Rust en Orde (SLORC) versterkten de militairen hun greep op de samenleving. Om voor de buitenwereld de bezoedelde reputatie van Birma op te vijzelen, werden in 1990 vrije verkiezingen gehouden. Die leverden een grote overwinning op voor de National League for Democracy, het oppositionele platform onder leiding van Aung San Suu Kyi.

Een jaar later kreeg Aung San Suu Kyi de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. Maar een rol in het nieuwverkozen parlement kreeg ze niet: de verkiezingsuitslag werd door de SLORC – inmiddels omgedoopt tot de Staatsraad voor Vrede en Ontwikkeling – eenvoudigweg genegeerd en het parlement kwam nooit bijeen. Sindsdien is de bewegingsvrijheid van Aung San Suu Kyi beperkt; af en toe slagen buitenlandse bezoekers erin haar in haar van de buitenwereld afgesloten huis te bereiken. Regelmatig roepen de staatsmedia op tot ,,verbanning'' van de staatsvijandelijke politica.

In Westerse ogen heeft Birma (35 miljoen inwoners) de status van paria. Het regime wordt niet alleen beschuldigd van onderdrukking – van politieke tegenstanders maar ook van etnische minderheden (honderdduizenden vluchtelingen zijn uitgeweken naar naburige landen) – maar ook van economisch wanbeheer en betrokkenheid bij drugshandel. Maar in de regio zelf wordt Birma met Aziatische voorzichtigheid aangepakt. Het mocht twee jaar geleden toetreden tot de ASEAN, de overlegclub van Zuidoost-Aziatische landen. Daarmee gaven de Aziaten te kennen dat ze zich niet de les willen laten leren door Europa en de VS.

Vorige maand nog voorspelde legercommandant Maung Aye dat ,,subversieve elementen'' geen kans van slagen hebben. ,,De Tatmadaw (de strijdkrachten) zijn nu sterker en beter voorbereid dan het leger in 1988 was'', zei hij. Dat was ook een waarschuwing aan het adres van in 1988 naar het buitenland gevluchte studenten, verenigd in het All Burma Students Democratic Front.