Column

Melaats

Je mag iemand niet veroordelen op zijn uiterlijk, maar dat is bij die Van Baalen wel heel moeilijk. Dat corpsballenhoofd. Je ziet hem onmiddellijk marcheren in dat Pro Patria-uniform en hoort hem in beschonken toestand de meest verschrikkelijke dingen roepen. Als je je ogen dicht doet zie je hem een stelletje Leidse foeten hardhandig ontgroenen en 's ochtends om een uur of zes als een van de laatsten de sociëteit Minerva uitkruipen. Natuurlijk is hij gerehabiliteerd en heeft het interne onderzoek van de VVD niets belastends opgeleverd, maar toch: als je die kop ziet weet je zeker dat hij die brief wel degelijk naar Glimmerveen gestuurd heeft. Je mag het niet denken, laat staan zeker weten, en mijn gezonde verstand vertelt mij dat uiterlijk en innerlijk niets met elkaar te maken hebben, maar toch kan ik mijn gevoel niet uitschakelen, laat staan mijn fantasie.

Het lijkt me voor Dijkstal ook moeilijk. Die moet natuurlijk zeggen dat hij de heer Van Baalen zal behandelen als elke ander fractielid, maar ook Dijkstal weet beter. Ook Dijkstal heeft een gezond gevoel en krijgt elke keer zachte jeuk als die Van Baalen tijdens een vergadering zijn ultrarechtse mondje opentrekt. Ondertussen zal het verse Kamerlid zijn best doen om zo links mogelijk over te komen. Hij heeft onder andere ontwikkelingssamenwerking in zijn pakket en ik denk dat die arme zwartjes er in dit geval behoorlijk van kunnen profiteren. Hij durft bijna geen nee te zeggen, uit angst dat men hem toch weer voor racist uitmaakt.

Het lijkt me niet alleen voor de VVD-fractie moeilijk, maar hij wordt natuurlijk een probleem voor de hele Tweede Kamer. Vanaf het moment dat hij gaat babbelen, ziet men hem in gedachten toch met die arm in de lucht staan. En ik weet het: het is niet bewezen dat hij ooit met zijn arm in de lucht heeft gestaan, sterker nog: hij heeft nooit met zijn arm in de lucht gestaan, maar beteugel je fantasie maar eens. De beelden in je hoofd zijn vrij, het denken van de mens is gruwelijk en heeft invloed.

Als het morgen oorlog wordt is hij niet de eerste die we bellen om te vragen of hij nog een kelderkast vrij heeft. Waarom niet? Hij heeft toch niks gedaan? Weet ik, maar je kan het niet uitleggen. We bellen hem niet. Sterker nog: we waarschuwen kennissen om hem een beetje in de gaten te houden. Maar dat slaat toch nergens op? Dat hoort toch niet? Ik weet het: het slaat nergens op en het hoort niet, maar toch doe je het.

Hij wordt natuurlijk een van de eenzaamste Kamerleden. Een beetje stil debat, ruimte genoeg in de bankjes en dan? Dan ga je als VVD'er niet naast hem zitten. Een beleefd knikje en even een stukje opschuiven. Het hoort niet, maar het gaat vanzelf.

En in de wandelgangen wordt het helemaal een probleem. Een GroenLinkser of een SP'er ziet hem aankomen en merkt dat hij iets wil vragen. Wegwezen dus. Omdraaien. Alsof hij melaats is. En wat denkt u van het Kamerrestaurant? Altijd alleen aan dat tafeltje.

`Is deze plaatst bezet?'

`Sorry Hans!'

Verder krijgt een normaal Kamerlid nog wel eens post van een organisatie, die een beetje extra parlementaire aandacht wil, maar zijn vakje blijft leeg. De dagelijkse nieuwsbrieven en notulen liggen er in, maar verder niks. En hij ziet al die uitpuilende vakjes van zijn collega's

Misschien stuurt hij zichzelf af en toe wat post. Gewoon voor de show. Anders wordt het zo pijnlijk. Nooit post en zelden telefoon. "Hans, je moeder aan de lijn!"

Rest de vraag: hoe lang gaat zijn Kamerlidmaatschap duren? Zit hij de rit uit? Ik denk het wel! Maar dan? Dan zorgt de VVD er wel voor dat hij op een onverkiesbare plaats komt. Sterker nog: dat is al geregeld. Maar daarna wordt hij nergens voor gevraagd. Geen commissie, geen burgemeesterschap, gewoon helemaal niks. Niemand wil die engerd in de buurt hebben.

En Van Baalen zelf? Die zal zeggen dat de wereld niet deugt. En daar heeft hij gelijk in. De wereld deugt inderdaad niet. Maar in sommige gevallen is dat maar goed ook.