Meer herenmode, meer bedtextiel

,,Als je vraagt hoe we die koopzondag voor elkaar hebben gekregen, dan lijkt het alsof we iets wilden waar allerlei mensen tégen waren. Alsof we er een enorme inspanning voor hebben moeten leveren. Dat is niet zo. Hoe ging het dan wel? Laat ik dit zeggen. Er zijn allerlei maatschappelijke ontwikkelingen – in de economie, in de politiek, in de demografie – en die zorgen met elkaar voor een beweging. Sommige mensen noemen dat trends en die doen daar heel gewichtig over. Wat onzin is. Als jij en ik met een paar mensen even achteroverleunen, kunnen wij zo voorspellen welke kant het volgend jaar uitgaat.

Je moet er alleen even de tijd voor nemen en bedenken dat alles komt en gaat in golven. Hebben de mensen buitenshuis steeds minder ruimte? Staan ze steeds vaker in de file? Logisch dat ze binnenshuis zoeken naar manieren om méér ruimte te creëren. Dus kiezen ze simpele vormen en rustige kleuren. Zijn de interieuren nu formeel? Hierna zullen ze zeker weer romantisch worden. Mensen denken misschien: wat knap dat de Bijenkorf ziet dat de mode deze winter wit en zwart en grijs wordt. Maar kijk gewoon goed om je heen.

Het een is altijd het gevolg van het ander. Waarom krijgen mannen steeds meer belangstelling voor koken? Hoef je helemaal niet ingewikkeld over te doen. Ze zijn gestopt met roken en compenseren dat met lekker eten. Daarom gaan de duurdere wijnen nu ook beter dan vroeger. Ze proeven nu opeens wél het verschil tussen een fles van 3,95 en een mooie Beaujolais van dertig gulden.

Zo is het met de koopzondag ook gegaan. Er is steeds meer vrije tijd, de inkomens stijgen, de bestedingen gaan omhoog, en mensen willen zichzelf verwennen omdat ze zo hard werken. En ze willen ook meer gelegenheid om dingen samen te doen met hun partner, omdat ze nu allebei werken en voor je het weet zie je elkaar alleen nog maar bij het ontbijt.

Bij de Bijenkorf maken we een onderscheid tussen mensen met tijd en mensen zonder tijd. Mensen zonder tijd willen wel tijd besteden aan het kopen van dingen die het leven veraangenamen. Maar dat doe je op de momenten dat je niet werkt en zo kom je vanzelf op andere openingstijden. De supermarkten zagen dat al heel lang. Die wisten: we moeten 's avonds langer openblijven, anders gaat de consument naar de fastfoodketen. Wij zitten ook te filosoferen of wij doordeweeks tot zeven uur moeten openblijven, maar ik denk van niet. Als je om zes uur vrij bent, ga je niet meer voor een uurtje naar de Bijenkorf. Dus dan moet het minimaal tot acht uur.

Met de open zondagen zijn we zes jaar geleden op proef begonnen, in Arnhem en Rotterdam, en alleen voor de houders van een vaste-klantenkaart. We deden het voor de fun, dus we omlijstten dat met allerlei activiteiten. Een visagiste, een kookdemonstratie, een modeshow. We ontdekten: de klant blijft twee keer zo lang binnen als op maandag tot en met donderdag. En: de klant neemt het hele gezin mee. Er werd op de zondagen meer herenmode verkocht, meer bedtextiel, meer tafels en banken, en wat minder damesmode – daar hebben mannen geen geduld voor. Dat de tafels en banken op zondag beter gaan heeft trouwens dezelfde reden. Okay, doen, zeggen mannen. Dan zijn ze ervan af.

We merkten dat we in een behoefte voorzagen, drommen mensen wilden op zondag naar binnen. En dan ga je bij elkaar zitten: wat kunnen we doen om dit proces te bevorderen? En toen merkten we dat we inderdaad middenin een nieuwe maatschappelijke ontwikkeling zaten, want bij de gemeentebesturen zagen we precies hetzelfde. Daar vroegen ze zich ook af hoe ze de binnensteden aantrekkelijker konden maken voor al die mensen met hun vrije tijd. Meer mensen in de stad, dat is goed voor de musea en de terrassen en de koffieconcerten en voor alles. Wij vonden dat de Bijenkorf een voortrekkersrol moest spelen. De eerste stad waar we alle zondagen opengingen was natuurlijk Amsterdam. Dat jaar is er achter de schermen heel wat gesproken met de gemeente. Je zegt niet: de Bijenkorf gaat open. Je zegt: de hele city gaat open. De héle leisure-component gaat mee!

Dat het zo snel gegaan is, komt ook door Hans Wijers, die toen net minister van Economische Zaken was geworden. Die kwam heel snel tot een besluit. Maar dat was geen toeval. Het feit dat deze man in het kabinet kwam, was onderdeel van dezelfde maatschappelijke ontwikkeling. Als iets echt een trend is, komen de besluiten nooit als een donderslag bij heldere hemel. Er hoeft alleen maar iemand te zijn die tot daadkracht overgaat. Wat dat betreft hebben we aan Wijers een goeie gehad. Hij zag het. En hij durfde iets te doen.''