Het kruid van de Liefde

Toen Karin Adelmund nog partijvoorzitter was, stond ze voor de moeilijke taak haar achterban enthousiast te maken voor de pragmatische koers die de Partij van de Arbeid onder leiding van Kok was ingeslagen. Hoe maak je van een kale kip een smakelijk gerecht? Op iedere partijbijeenkomst moest ze haar culinaire kunsten vertonen, en, heel wonderlijk, dat lukte bijna altijd. Het geheim was een ingrediënt dat lang niet gebruikt was in de socialistische keuken. In het ideologisch kruidenrekje leed het een kwijnend bestaan tussen de potjes solidariteit, gelijkheid en emancipatie. Maar toen deze tijdens de eerste paarse rit zo goed als leeg raakten, lag het voor de hand dat oude, verweerde potje maar eens open te draaien. Er zat het kruid van de Liefde in.

Zoals men weet is dat een gevaarlijk kruid. Te veel ervan kan een gerecht op een onaangename manier overheersen. Tenminste naar de smaak van sociaal-democraten. Zij klagen dan snel over een weeïge, zware lucht. De kip is hun dan al te christelijk.

Te weinig liefde is ook funest, want dan blijft een goedkope suggestie boven de maaltijd zweven die de armetierigheid van het hoofdgerecht des te pijnlijker doet uitkomen.

Karin Adelmund deed het precies goed. In de aanloop naar de verkiezingen wist zij de PvdA-aanhang ervan te overtuigen dat het in de sociaal-democratie van de toekomst om drie essentiële dingen gaat die, wat haar betreft, de hoofdstroom onder alle gebeurtenissen vormen: wonen, werken en .... liefhebben! U herinnert zich die soundbite vast nog wel. Twee bekende, materialistische doelen, plus één hoger, spiritueel doel. De combinatie klonk eigentijds en werd enthousiast verorberd op het partijcongres.

Oppervlakkige critici, onder wie ikzelf, verweten de PvdA op een makkelijke wijze te willen meeliften met de toenmalige relitrend. Uit de blasfemische versie van 1 Korinthiërs 13:13 zou, als de verkiezingswinst eenmaal binnen was, de Liefde vanzelf wel verdwijnen. Karin Adelmunds pleidooi voor liefhebben kwam rechtstreeks uit de hoed van een tekstschrijver die wist waar de doelgroep op tippelde.

Maar, zo heb ik geleerd, je moet een socialistische politica niet te snel van iets onbetamelijks betichten als het bewijs nog niet geleverd is. Vaak zijn het goedwillende en oprechte mensen, die het beste met ons voorhebben. Alleen duurt het soms wat lang voordat we er iets van merken.

Bij Karin Adelmund duurde het drie jaar. Maar deze week was het zover. In haar huidige functie van staatssecretaris van Onderwijs liet ze blijken het liefhebben beslist niet vergeten te zijn. Het prijkt nog bovenaan op haar agenda. In een gloedvol betoog prees zij het aan als het middel tegen het toenemende geweld van jongeren. ,,Het blijkt uit alle onderzoek: verliefdheid helpt beter tegen geweld op school dan alle andere maatregelen'', zei ze in een Kamerdebat over deze kwestie afgelopen dinsdag. De jongeren die met messen en pistolen het voortgezet onderwijs onveilig maken (10 procent van de leerlingen in Amsterdam-Oost bijvoorbeeld is vuurgevaarlijk) wenste ze dan ook veel liefde toe.

Het bericht in de Volkskrant vermeldt niet of in de Kamer gelachen werd toen Karin Adelmund het geweldsprobleem van zo'n eenvoudige oplossing voorzag. Ik hoop het niet, want de analyse van de staatssecretaris is wetenschappelijk gezien volkomen juist. Sinds W.F. Whytes `Streetcorner Society', het beroemde onderzoek uit 1943 naar probleemjongeren in Chicago, weten we dat als de leider van een jeugdbende serieus verliefd wordt, en die liefde is wederzijds, de volgelingen de wapens neerleggen en hun schoolwerk weer oppakken.

Liefhebben als politiek doel is daarom zo gek nog niet.

Gezien de ernst van het probleem, en de betrokkenheid van de staatssecretaris, ligt het voor de hand dat ze het niet bij een vrome wens zal laten. Het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen leerlingen in het voortgezet onderwijs eerder en gemakkelijker verliefd op elkaar kunnen worden zal, denk ik, de hoogste prioriteit krijgen binnen het anti-geweldsbeleid dat Adelmund samen met Peper gaat voorbereiden. Het is voor beide bewindslieden een unieke kans om de derde doelstelling van het sociaal-democratisch programma van een concrete invulling te voorzien.

Wat kunnen we ons daarbij voorstellen? Danslessen in de grote pauze? Een intiemer ingericht studiehuis, met knusse hoekjes en spannende doe-opdrachten voor biologie? Meer werkweken in een jeugdherberg? Verplichte schoolfeesten die langer mogen duren? Het is allemaal zeer eenvoudig te regelen, en het kost weinig.

Als er meer besteed mag worden, kan men ook kiezen voor een meer persoonlijke benadering. Dat zou een liefde-op-maat-project *) kunnen zijn waarin de scholier via een individueel traject naar de partnermarkt toe wordt bemiddeld. Het schijnt dat zo'n relatief kostbare aanpak bij probleemjongeren het meeste resultaat oplevert.

Welk beleid er ook uitrolt, laten we hopen dat het een groot succes wordt. Hoe eerder de jeugd het liefhebben onder de knie heeft, hoe eerder zij aan de gezinsvorming kan beginnen. Want ook dat blijkt uit al het onderzoek dat Karin Adelmund bestudeerd heeft: het geweld op straat neemt nog verder af als de bendeleider thuis de luiers moet verschonen.

*) Hoewel ik het niet van plan was – voordat je het weet is de suggestie gewekt dat deze groep iets te maken zou hebben met het toenemende geweld onder jongeren – wil ik er toch op wijzen dat met eenzelfde aanpak ook de problemen van de bijstandmoeders op een heel aanvaardbare manier opgelost kunnen worden.