Het blauwe vaandel volgen wij

Er zijn dertien keer zoveel probleemdrinkers als junks in Nederland. Maar als minister Borst de Drankwet ietsje wil aanscherpen, trapt het parlement direct op de rem. Hypocriet vinden de echte drankbestrijders dat. Ze sterft uit, de blauwe beweging, maar de harde kern is nog vol idealisme.

Thee?

De zuster van meneer Wassenaar aarzelt bij de knoppen van het espresso-apparaat. Zij komt helpen met de verhuizing, maar ze kent de weg niet zo goed in het hotel. In het glas heet water dat ze ten slotte op tafel zet, warrelen langzaam schilfertjes omlaag. Het is een beetje rommelig, verontschuldigt meneer Wassenaar zich. Het Blauwe Kruis in Gouda is vrijwel ingepakt. Dit weekeinde gaat het laatste alcoholvrije hotel in Nederland dicht.

,,We zijn het zat'', zegt Antoon Wassenaar (62). ,,We hebben het 36 jaar gedaan.''

,,Het gaat niet meer'', zegt zijn vrouw Emmie (58). ,,Zijn knieën zijn op.''

Het hotel moet ergens in de jaren zeventig bevroren zijn. De ribfluwelen draaistoel in kamer 3. De donkerglazen tafel met biezen rand in de kamer ernaast. De schrootjes van anderhalve meter hoog. De bruine gang. Een oranje steelpan met witte wijzers achterop is de klok. En uit de stapels lp's die liggen te wachten op de verhuisdoos, trekt mevrouw Wassenaar Wim Sonneveld Compleet tevoorschijn. ,,Mooi he?''

Een hotel blijft het, dus de bovenste vijf letters tegen de gevel laten de Wassenaars hangen. Maar `Blauwe Kruis' schroeven ze eraf. Want de nieuwe eigenaar gaat wel alcohol schenken, zoals men dat in alle andere hotels gewend is. Weer een kleine mijlpaal in de onafwendbare neergang van de drankbestrijdersbeweging.

Ooit was het Blauwe Kruis een van de bolwerken van het grote leger dat onder het blauwe vaan tegen drankzucht streed. Vanaf 1830 marcheert een stoet van organisaties door het land. De Nederlandsche Vereniging tot Afschaffing van Sterken Drank. Spoorweg- en trampersoneel tegen drankmisbruik. De Internationale Orde van Goede Tempelieren. De Nationale Christen Geheel-Onthouders Vereniging. De Volksbond tegen Drankmisbruik. De R.K. vereniging Sobriëtas (=matigheid). De protestantse Enkrateia (=zelfbeheersing). Een verzekeringsmaatschappij, Ansvar, voor mensen die geen alcohol gebruiken. Drankvrije catering, via de Stichting Alcoholvrije Bedrijven.

De schattingen lopen uiteen, maar betrouwbaar lijkt het getal van 150.000 actieve betrokkenen in de hoogtijdagen, rond 1920 – op zo'n 30.000 probleemdrinkers. In de jaren zestig zouden het er nog altijd zo'n 30.000 à 40.000 zijn geweest. Nu zijn het alles bij elkaar misschien 4.000 mensen – op naar schatting 150.000 alcoholisten.

Volksverheffing was het doel in de vroege jaren van de blauwe beweging. Alcoholisme werd niet in de eerste plaats gezien als een gezondheidsprobleem, maar als een sociale kwestie. Drankbestrijding paste in het rijtje van het stakingsrecht, de acht-urendag en het vrouwenkiesrecht. `Drinkende arbeiders denken niet. Denkende arbeiders drinken niet' – zulke leuzen.

En vanzelfsprekend waren de organisaties verzuild; verzuiling was nu eenmaal de hulpmotor van de emancipatie in Nederland. Het Blauwe Kruis bijvoorbeeld is in 1911 opgericht door de Nationale Christen Geheelonthouders Vereniging (NCGOV). Afdeling Gouda. Maar er is geen afdeling Gouda meer. En wat eerst NCGOV was, is nu de Christelijke Beweging voor Drankbestrijding (CBD). Een stichting, want voor een vereniging konden ze de leden niet meer bijeenkrijgen. Wat er over is? ,,Vijf- à zeshonderd sympathisanten'', schat dominee Henk Ploeger, secretaris van de CBD en voorzitter van de stichting die hotel Het Blauwe Kruis beheert.

Het echtpaar Wassenaar werd lid van het NCGOV toen ze de baan van hotelbeheerder konden krijgen.

,,Wij kerken niet'', zegt mevrouw Wassenaar.

,,Maar wij zijn wel respecterend'', zegt meneer.

Ze zijn ook geen geheelonthouders. Meneer Wassenaar heeft vroeger gevaren. ,,Dat zegt genoeg.'' Maar hij dronk nooit veel. ,,Wij eten graag'', zegt mevrouw erbij. Iedereen heeft zijn zwaktes. Sommigen drinken. Zij eten. Maar ze drinken niet. ,,Kan niet, hè'', zegt meneer. ,,Ik kan toch niet met een bierluchtje tegen mijn gasten zeggen dat ze bij mij in het hotel geen alcohol mogen drinken?''

Hun gasten hebben het principe altijd geaccepteerd. In de jaren zeventig was het Blauwe Kruis vooral een pension voor monteurs die werden ingehuurd door het bedrijfsleven. ,,Wij waren het goedkoopst.'' Nette gasten. Als ze even weg wilden voor een paar pilsjes hadden de Wassenaars daar ook geen problemen mee. ,,Je kan het de mensen niet voorschrijven.'' Maar als ze echt dronken terugkwamen, zei meneer Wassenaar: `Jongens, jullie maken rustig de week af en dan vertrekken jullie.'

Maar de melkfabriek is weg uit Gouda, net als de machinefabriek en het meeste aardewerk. Nu moet het Blauwe Kruis het vooral van de toeristen hebben. Dat zijn er niet zoveel. En ze blijven zelden eten. Want tsja, geen wijn aan tafel. ,,Dan ben ik wel zo dat ik ze een goed plekje wijs in de stad'', zegt meneer.

,,We hebben lekker geboerd, hoor'', zegt mevrouw.

Sobriëtas

Fris?

De vraag valt Hans Mobers na een half uur in. ,,Over drinken gesproken, wilt u iets? Koffie? Fris?'' De voorzitter van de stichting Sobriëtas loopt naar de keuken en komt terug met een fles bitter lemon en een pak appelsap onder zijn arm.

Anders dan de Wassenaars is Mobers (65) wel een overtuigde geheelonthouder. ,,Jaja, de harde kern.''

Waar dat vandaan komt? Zijn ouders hadden een bakkerij in Kerkrade en jonge Hans, hij heeft het over eind jaren veertig, deed de broodroute. Bij de klanten langs, brood brengen, maar ook: schulden innen. Dan leerde je heel goed zien waar de armoede zat. En meestal was dat ook waar de drankzucht zat.

,,Zaterdag werd het loon uitbetaald na de laatste dienst. Het was de mijnstreek. Ik ken nog de vrouwen van gezicht die bij het hek stonden om hun man op te vangen. Dan deden ze snel boodschappen van het geld. Zo voorkwamen ze gelijk dat hun man meteen het café indook, al zouden ze dat nooit zeggen. Dat was ook het moment dat wij snel aan huis kwamen om de schulden te verrekenen. Als je er niet gauw genoeg bij was, hadden ze het geld al weer uitgegeven en leefden ze weer een week op de pof.''

De bakkerij stond tussen de woonwijk en een straat met vijf of zes cafés in. ,,Vanuit mijn raam zag ik ze zwalken, van lantaarnpaal naar vensterbank. Het waren maar weinig mensen, maar ze vielen wel op. Kennelijk heb ik er veel last van gehad, want ik heb me al heel jong stellig voorgenomen nooit alcohol te gebruiken.''

Niet alleen dat, hij besloot ook zich aan te sluiten bij Sobriëtas. Toen was dat nog een vereniging. Mobers laat een almanak zien uit de glorietijd. Tientallen pagina's dichtbedrukt met namen van leden, uitgesplitst naar `geheelonthouders' en `afschaffers' (die wel zwakalcoholische dranken als bier dronken). ,,Je had ook nog even de Paulisten. Die dronken 's ochtends niet, maar 's middags bij het warm eten wel. Dus als je lang in je bed lag, had je d'r geen last van.''

Hij bladert verder. Stichtelijke prenten. Reeksen organisaties. Drankweer-comités en reddingbrigades. Alcoholvrije lokalen in Arnhem, Asten, Breda, Dongen, Echt, Erica, Gemert, Goirle, Groenlo, Haarlem, Harmelen, Heemstede, Helmond, Hoensbroek, Jutfaas, Langendijk, Lemmer, Maarssen, Megchelen, Oudenrijn, Roermond, Sappemeer, Spierdijk, Stadskanaal, Vaassen, Veendam, Venlo, Venray, Weert. ,,En die waren dan alleen nog maar van Sobriëtas.''

In 1919 meldde de RK vereniging Sobriëtas trots dat zij 100.000 leden had, en als ze de kinderen meetelde 175.000. Nu heeft Mobers zo'n duizend adressen in zijn bestand.

Het is hetzelfde verhaal als van de NCGOV – en alle andere organisaties, voorzover ze überhaupt nog bestaan. De afdelingen schrompelden ineen tot ze werden opgeheven. De landelijke vereniging ,,probeerde nog jaarlijks bijeen te komen'', zegt Mobers, maar was niet meer in staat een behoorlijke jaarvergadering te organiseren. En nu is ook Sobriëtas een stichting. ,,De medestrijders, dat is een klein gezelschap geworden.'' De landelijke stichting van de Volksbond, ooit een grote liberale vereniging tegen drankmisbruik, staat zelfs op het punt te liquideren.

Begin jaren zestig was Mobers voorzitter van de Drankweer in Den Haag. Daar had hij een commissie die 's nachts langs de straten ging om te zien of er iemand in de goot lag. Die namen ze bij de arm en gaven ze koffie te drinken en namen ze mee naar huis. ,,Wie doet dat nog?''

Mobers wordt er niet moedeloos van. ,,Ik ben rooms opgevoed, je zou zeggen, dan móet je toch moedeloos wezen. Maar ik heb een brede rug. Zo is het nu eenmaal: iets wat interessant is, gaat één generatie mee. Daarna moet je aansluiting zoeken bij de volgende generatie. Als je dat niet doet, is de zaak verloren. Kijk maar eens in een willekeurige organisatie die nu zestig, zeventig jaar oud is: hoeveel van hun kinderen doen mee?''

Ús blau hiem

Koffie.

Het is geen vraag. Mevrouw Van der Vliet zet zwijgend de kopjes neer terwijl haar man het foto-album van 1976 openslaat. Vier of vijf slungels met lange haren rond een autootje. In het Fries staat eronder wat ze doen: aksje mei strjit toniel. Dat straattoneel hadden ze in het vormingscentrum voorbereid, zegt Bernard van der Vliet (50). Dit was de tijd dat de blaastest in het verkeer werd ingevoerd. `Rij met 0,0 promille', was de leus van Bernard en de zijnen. In plaats van de 0,5 promille die wettelijk is toegestaan.

Ze noemden zichzelf de groep-Vóór. ,,Vóór wereldvrede, vóór het milieu en vóór geen drank'', zegt zijn vrouw. ,,Dat klonk niet zo negatief als Tegen.'' Ze deden op straat of iemand was aangereden door een dronken automobilist. ,,Je hebt de mensen hopelijk even aan het denken gezet'', zegt Van der Vliet.

Van der Vliet is van de rode tak van de blauwe beweging. Tegenwoordig zitten de socialisten in de Algemene Nederlandse Drankbestrijders Organisatie. Zijn ouders hoorden daar ook al bij. En hij heeft er zijn vrouw leren kennen. Zij zijn de jonkies van de blauwe beweging – onder hen gebeurt niet veel meer. ,,De jeugd wil niet meer georganiseerd zijn, hè? Er zijn nog wel mensen die niet drinken, misschien nog wel meer dan vroeger, maar ze zien geen reden om zich aaneen te sluiten. Voor een enkele mars krijg je de mensen nog de straat op. Maar zich verbinden aan een ideaal, nee.''

Van der Vliet is voorzitter van de stichting die Ús blau hiem beheert, een alcoholvrij recreatiecentrum in Appelscha. ,,Mooi rustig'', prijst een van de twee campinggasten. Ze komt hier `voor de drank', zegt ze, want op campings waar wel gedronken wordt `roepen en razen' de jongeren tot diep in de nacht.

,,Moeizaam winstgevend'', zegt beheerder Geert Mulder over Ús blau hiem. In de eerste plaats schrikt het predikaat `alcoholvrij' gasten af. Bellen van tevoren en zeggen: geen probleem, dan nemen we onze eigen drank wel mee. Als Mulder dan uitlegt dat dàt niet de bedoeling is, haken velen af. Verder wordt de eigen achterban kleiner en ouder. ,,De laatste jaren heeft de ANDO hier niet meer vergaderd. Dat zijn nu allemaal 75-plussers. Vroeger kwamen ze één avond in de week. Toen durfden ze niet meer in het donker over straat en kwamen ze 's middags. Nu zijn ze met zó weinig, dat ze gewoon bij iemand thuis afspreken.''

,,Voor mij is het waardevol dat Ús blau hiem bestaat'', zegt Van der Vliet, ,,een concrete plaats die ergens voor staat.'' Maar het is waar: als je eerlijk optelt en aftrekt kom je ,,zakelijk niet tot een batig saldo''.

Hij laat nog een paar actiefoto's zien. Tegen de alcoholreclame in het Thialf-stadion in Heerenveen. ,,Dat had impact, hoor.'' Nog wat straattoneel met een dolgedraaide robot. Er zit iets van schroom bij. Het is zo lang geleden. Hij had bij wijze van spreken ook foto's kunnen laten zien van dansen om de meiboom. Zo voorbij is het. ,,De blauwe groep bestaat niet meer. Zo simpel is 't.''

Tijdgeest

Ze sterven misschien uit, maar wat zijn ze aardig, die overgebleven ridders van het blauwe vaandel. Niks geen gepreek. ,,Het hoeven geen geheelonthoudertjes te worden'', zegt dorpsonderwijzer Van der Vliet over zijn leerlingen. Niks geen bekeerdrift. Mevrouw Mobers mag graag een wit wijntje drinken aan tafel, zegt haar man. ,,En af en toe hoe heet dat? Advocaat. Advocaat met slagroom. Dat is heel ouderwets, geloof ik.''

Ze zijn bovenal bescheiden. ,,Ik geloof niet dat de wereld verbeterd is door de drankbestrijding'', zegt Mobers. En de invloed van de organisaties op de veranderingen in de drank- en horecawet – daar durft hij zijn hand ook niet voor in het vuur te steken.

,,De anti-rookbeweging is succesvoller geweest'', zegt Van der Vliet. Als hij vroeger vergaderde met de Ouderraad, stonden de sigaren en sigaretten op tafel. Dat was een vorm van beleefdheid. Nu schrijft de overheid rookvrije ruimtes voor. Als hij het even bot mag uitdrukken, is longkanker een zegen voor de anti-rookbeweging geweest. De relatie roken-kanker-dood legt iedereen.

De acceptatie van alcohol is juist toegenomen. De gemeente Heerenveen, waar Van der Vliet woont, organiseerde jarenlang alcoholvrije recepties. ,,Omdat ze zich verantwoordelijk voelden voor de mensen die er kwamen en hoe ze weer weggingen.'' Maar dat is verleden tijd. Ús blau hiem hoorde vroeger bij de Nederlandse Jeugdherbergcentrale. Die waren allemaal alcoholvrij. Tot in de jaren zestig, toen ging de centrale `mee met de maatschappelijke ontwikkeling', zoals een oudere medewerker het uitdrukt. Ús blau hiem heeft de organisatie verlaten.

De Tweede Kamer bewijst deze week weer hoe weinig serieus werk wordt gemaakt van de terugdringing van alcoholgebruik. Minister Borst deed een voorzichtige poging de Drank- en Horecawet aan te scherpen. Maar vrijwel al haar voorstellen (o.a. het `droogleggen' van sport- en bedrijfskantines) stuitten op verzet van het parlement. Borst zelf was er niet eens ontevreden over.

Zou het soms niet meer nodig zijn?

Daar stuiven alle bescheiden blauwen op. ,,Als je ze ziet'', zegt Antoon Wassenaar: ,,Jongens van 16, 17, 18 jaar, zuipen tegen de klippen op. Zitten tegen twee kisten bier aangeleund en doen wie 't eerste omrolt.''

,,Er wordt meer gezopen dan dertig, veertig jaar geleden'', zegt Hans Mobers. ,,Drankmisbruik is een van de grootste problemen in de maatschappij. En niet alleen voor de gebruikers zelf. Geweld op straat, rijden onder invloed, heeft allemaal met alcoholgebruik te maken.''

,,Het alcoholgebruik is toegenomen, dus ook het alcoholmìsbruik'', zegt Bernard van der Vliet. Het zogenaamde `zinloos geweld' is volgens hem onbegrijpelijk zonder alcohol. ,,Maar die relatie wordt helemaal niet meer gelegd.'' Over junkies wordt `een hele hoop soesa' gemaakt. Maar tel ze nu eens: 25.000 drugsgebruikers en 330.000 mensen die meer dan twaalf glazen alcohol per dag drinken.

`Schandelijk en hypocriet', vindt dominee Henk Ploeger het verschil in omgang met beide verslavingen. Maar, hoopt de secretaris van de Christelijke Drankbestrijders Beweging en (nog net) de eigenaar van Hotel het Blauwe Kruis: ,,Mensen kunnen radicaal omgeturnd worden. De slavenhandel is toch ook afgeschaft? En de achterstelling van de vrouw? Het is een kwestie van civilisatie.''

Nee, niet opgeven, hoog het vaandel