Fierilonfonsa

Vijfenveertig jaar na dato toch `Kruimeltje' gelezen. Of liever gezegd: voorgelezen. Al die jaren gedacht: het kan niks zijn, omdat het destijd min of meer stilzwijgend werd verboden, en nu moeten constateren: ze hadden gelijk, wat een vervelend ventje is dat, met die scheve pet en dat hart op de juiste plaats en toch die onbedwingbare neiging om katten het leven zuur te maken. Een geluk dat Pietje Bell niet in de kast staat.

Maar er is geen weg terug. De nare pleegmoeder is in het trapgat gevallen en heeft op de valreep eem medaljon met portretjes overhandigd, het winkeltje van de goede winkelier die de portretjes herkende (`Maar dat is Harry, mijn beste vriend, waarmee ik naar Amerika ben geweest') is tot de grond toe afgebrand, de brave hond is door de politie opgesloten, hoe gaat dit verder, hoe loopt dit af.

Kruimeltje is een echte Rotterdamse deugniet, net als de wat oudere Bell waarschijnlijk, en het is àl kattekwaad wat de klok slaat. Veel goedgemikte sneeuwballen, agenten laten struikelen, stiekem naar de bioscoop, maar ook oude kranten als nieuwe verkopen, enzovoort. Eén kattekwaadje houdt de aandacht gevangen. Op zeker moment jaagt Kruimeltje een dienstmeid, die de stoep schrobt, de stuipen op het lijf met een vreemd poeder dat hij op of onder haar natte dweil gooit en daar spontaan vuur doet ontstaan. Ook met azijn vliegt het poeder spontaan in brand. `Duvelsdrek' was het, zegt Kruimeltje als hij het later aan de goede winkelier vertelt. `Gewoon vuurpoeier'.

De voorgelezene, die toch al op haar hoofd stond, had er geen moeite mee, maar de voorlezer kon na deze passage eigenlijk niet verder. Wat was dat voor goedje dat met water tot ontbranding kwam? Wat was het bedoelde gebruik en hoe kwam zo'n straatarm jongetje eraan? Is het nog steeds te koop, en waar dan wel?

De voorlaatste Van Dale had het woord – als `duivelsdrek' opgenomen – nog niet geschrapt maar verwijst alleen naar de gedroogde gom uit de wortel van planten uit het Aziatische geslacht Ferula (die zelf van de weeromstuit ook duivelsdrek genoemd worden). De gom of hars heeft een scherpe smaak en doordringende knoflookgeur. De Nederlandse persdatabank laat zien dat het woord de laatste acht jaar elf keer is gebruikt in de vijf belangrijkste Nederlandse kranten (de Volkskrant en het Parool: het lijkt een beetje een Amsterdams woord), uitsluitend in culinair verband. Het kruid of de gom kan knoflook vervangen, het is een vast bestanddeel van Worcestershire saus, maar schijnt ook zo ontzettend te stinken dat het aardig is om er een fietszadel mee in te smeren. Geheel in de geest van Kruimeltje. Het WNT, het Woordenboek der Nederlandsche Taal (de CD-ROM) laat zien dat het ook een heel oud woord is en de Grimm en Brockhaus voegen daar nog het een en ander aan toe, zoals de Duitse namen Teufelsdreck, Doldenblütner en Stinkasant. Officieel heet de bedoelde plant Ferula asa-foetida, maar velen noemen hem gewoon asafoetida, of in het Engels asafetida of asfidity. De brabo's zeiden wel: fierilonfonsa. Het genus Ferula behoort tot de schermbloemigen (de familie met peen, pastinaak en peterselie, met selderij, kervel, karwij en venkel, etc.) wat opmerkelijk is omdat daar melksap, hars en gom niet zo algemeen zijn. Ferula-whatever groeit in de zoutwoestijnen van Iran, Afghanistan en Pakistan en is te gebruiken als kalmeermiddel, als laxeermiddel, als middel tegen pijn, diarree of kolieken en natuurlijk als afrodisiacum. Uitwendig toe te passen.

Er is niet één verwijzing naar de vuurverschijnselen die Kruimeltje noemt. De vraag is dus nog steeds: wat kan de auteur in hemelsnaam bedoeld hebben. Van Abkoude zelf was ook nogal een bliksemse kerel, als we mogen afgaan op wat Henk van Gelder over hem schreef (in: 't Is een bijzonder kind, dat is ie, 1980). Een tiep van het soort dat ijswater op de stoel legt en niespoeder op de lessenaar. We mogen dus niet uitsluiten dat zijn `duvelsdrek' uiteindelijk uit de feestartikelenwinkel kwam. Anderzijds wijst de naam, duvelsdrek-Teufelsdreck, ook in oostelijke richting, de Duitser heeft de drek en het aarsgat altijd wat meer voorop de tong dan de Nederlander. De associatie met feestartikelen wordt dan alweer moeilijker. Complicerende factor is dat Van Abkoude Kruimeltje schreef in 1922, toen hij al lang en breed naar Amerika was geëmigreerd. Beschrijft hij misschien een Amerikaans geintje?

Nu roept het personeel van het AW-labo dat Kruimeltje misschien zuiver natrium of kalium, of misschien wel calcium, in zijn zak had, maar dat is toch nauwelijks te geloven. Carbid? Het gas dat carbid met water vormt (acetyleen, ethyn) ontbrandt niet spontaan.

Meneer Van Dale wacht op antwoord en geeft ondertussen een andere praktische tip voor het maken van vuur als men onverwachts thuis zonder lucifers, aansteker of waakvlam komt te zitten en toch graag roken wil. De tip werd deze week zappend opgedaan op een avond dat een heel lange, maar zeer indrukwekkende film over jonge Russische criminelen werd vertoond. Het is Russische gevangenen niet toegestaan lucifers of aanstekers bij zich te dragen, maar anderzijds wordt ze het roken niet verboden. Hoe lossen ze dat op? Met wat zilverpapier en een dotje katoenpluis, legde een behulpzame gevangene uit. Voor het beoogde doel zijn in de cel of de ontspanningsruimte hier en daar wat elektriciteitsdraden blank gemaakt. Wie een vuurtje wil drukt een reepje zilverpapier in het katoenpluis en maakt vervolgens met het aluminiumfolie kortsluiting. Er volgt een knal en de katoen ontbrandt bijna explosief. Hier in Nederland kan men er wat watten voor opzij leggen, dat gaat nog beter. Of de stop het houdt is de vraag.