FEITEN

Wie zijn toch die filosofen die beweren dat feiten niet bestaan? De enige die Vincent Icke (W&O van 11 september) met name opvoert is Jules de Corte, die in zijn stuk model staat voor `de sentimentelen, die de wetenschap niet kunnen velen'. Maar Jules de Corte kan toch moeilijk een filosoof worden genoemd, en dat naast Icke's artikel een advertentie staat afgedrukt waarin de Amsterdamse Geesteswetenschappen-decaan Karel van der Toorn ons voorhoudt dat feiten zonder verhaal sprakeloos zijn, heeft Icke vast niet van tevoren geweten. Toch brengt Van der Toorn me op een spoor: zou Icke misschien de filosofen bedoelen die zeggen dat feiten niet bestaan buiten de taal? Zulke denkers zou hij niet moeten verketteren, maar als bondgenoten moeten verwelkomen in zijn strijd tegen de verpapping van het onderwijs.

Stel dat iemand echt die uitspraak zou doen: `Feiten bestaan niet'. Dan is de eerste reactie: wat is de status van zo'n uitspraak in het licht van wat er in beweerd wordt? Is het alleen een syntactisch correcte aaneenschakeling van drie woorden uit de Nederlandse taal? Dan kunnen we die zin hoogstens ontleden, maar hoeven we ons geen zorgen te maken over enige betekenis die erdoor zou worden uitgedrukt. Meent de spreker echter dat er een feit mee tot uitdrukking wordt gebracht, dan ontkent hij dat feit in de uitspraak zelf en zadelt ons zodoende op met een paradox. De uitspraak `feiten bestaan niet' is daarom even onzinnig als andere loze kreten, zoals `niets is waar' of `alles is relatief'.

Feiten bestaan wel degelijk – we hebben ze immers zelf gemaakt, binnen een communicatief verband dat ons tot zulke cognitieve creaties in staat stelt. Noem dat voor mijn part `maatschappelijke constructie'. Dat is geen vrijbrief om politieke voorkeuren om te zetten in aantrekkelijke natuurwetten die op brede steun bij de kiezers kunnen rekenen, maar wel een context waardoor wetenschapsbeoefening pas mogelijk wordt.

De basis voor het constructie-karakter van feiten ligt echter dieper. Een feit kan nooit sterker zijn dan het menselijk vermogen om het te bevatten. Dat heeft niets met sentiment te maken, maar alles met de voorwaarden voor kennis. Feiten zijn van die voorwaarden afhankelijk. Talig denken is geen voldoende voorwaarde voor het bestaan van feiten, maar wel een noodzakelijke. Als er geen taal zou zijn, zou niet alleen een middel ontbreken om feiten te formuleren, maar zou Icke's nachtmerrie werkelijkheid worden: feiten zouden dan inderdaad niet bestaan, en dus ook niet onderscheiden kunnen worden van sentimenten. Maar die situatie doet zich niet voor, en we kunnen dan ook rustig stellen dat Icke's uitspraak `meningen veroorzaken oorlogen, feiten dienen de vrede' geen constatering is van een feit, maar louter een uiting van sentiment. Jules de Corte had er vast heel mooie muziek bij kunnen spelen.