Euthanasie

1Met het artikel `Geen euthanasie bij dementie' (20 september) waarin C. Theeuwes, voorzitter van de Nederlandse vereniging van verpleeghuisartsen, zijn mening verkondigt, ben ik het volstrekt oneens.

Na mijn man, nu 86 jaar, meer dan een jaar thuis verzorgd te hebben, wordt hij sinds 26 januari 1998 verpleegd op de geriatrische afdeling van een ziekenhuis. Hij heeft sinds 1990 een levenstestament/euthanasieverklaring. Hij lijdt aan vasculaire dementie en is het afgelopen jaar mentaal erg achteruitgegaan. Ik ga vrijwel dagelijks naar hem toe en mijn dochter, schoonzoon en kleindochter bezoeken hem wekelijks. Geen van allen wordt door hem herkend. Er is geen enkel contact. Het is een groot verdriet. Zo'n ontluistering had hij zelf nooit gewild. En nu verzet de heer Theeuwes zich tegen euthanasie van patiënten die een volkomen uitzichtloze toekomst tegemoetgaan. Hoe lang kan en mag dit nog duren?

Weegt een koffiejuffrouw of een vrolijke zuster op tegen de vele momenten van machteloosheid en het verdriet dat de patiënt door psychisch lijden met veel agressie ondergaat (eigen ondervinding) alsmede de weinige momenten dat zij zich niet ongelukkig voelen? En wat bedoelt Theeuwes met de zinsnede: U bent vanmiddag aan de beurt als je een briefje in het dossier hebt zitten? Zo werkt dat toch niet. Ik geloof dat ik schrijf namens een groot aantal dementerenden, dus ongelukkigen. Zij die hun uiteindelijke wil niet meer kunnen bevestigen. Ik vraag de heer Theeuwes dan ook dringend zijn mening over euthanasie bij dementie te herzien.