Euthanasie 3

,,Het nieuwe euthanasievoorstel zet de deur voor euthanasie bij dementerenden te ver open'', zegt de voorzitter van de Vereniging van Verpleeghuisartsen. Hij wijst daarbij op het wetsartikel over de schriftelijke wilsverklaring ,,[...]Indien de patiënt [...]een schriftelijke verklaring [...] heeft afgelegd kan de arts [...] aan dit verzoek gevolg geven, tenzij hij gegronde redenen heeft het verzoek niet in te willigen.'' Er staat dus niet dat de arts dan onmiddellijk tot levensbeëindiging moet overgaan. Dat kan immers pas als ook aan de overige zorgvuldigheidseisen voldaan kan worden (zoals de eis dat er sprake moet zijn van `ondraaglijk lijden').

Het is goed dat de schriftelijke wilsverklaring een wettelijke status krijgt. Mensen maken zo'n schriftelijke verklaring nu juist met het oog op een toekomst waarin zij zelf hun wil niet meer kenbaar kunnen maken. Het is goed als zo'n verklaring niet meer terzijde geschoven mag worden, maar serieus beschouwd moet worden als de wens van de patiënt.

Het problematisch karakter van het achterhalen van de wens van demente patiënten kan voor een groot deel ondervangen worden als mensen tijdig opschrijven wat ze wel en niet van waarde achten in hun laatste levensfase. Sommigen zullen het idee om als demente patiënt oud te worden als ontluistering van hun persoon ervaren, anderen zullen die gedachte als een gegevenheid ervaren of als iets positiefs. Die individuele visie moet het kompas zijn waarop de hulpverleners vervolgens varen.

Er wordt wel eens gesteld dat diep-demente mensen niet ondraaglijk lijden. Niemand weet dat echt zeker.

Er zijn vaak geen tekenen van te zien, maar soms zijn die tekenen er wèl en als er dan zo'n schriftelijke wilsverklaring ligt is er dus wel de mogelijkheid voor een arts om op verantwoorde wijze euthanasie te verrichten.