Eindelijk een vaccin?

De eeuw was nog maar net op gang toen de Spaanse griep toesloeg. Wereldwijd eiste die de levens van twintig miljoen mensen, meer dan er sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Nederland telde in 1919 15.000 tot 20.000 slachtoffers. Het was, afgezien van de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog, de laatste grote sterftepiek in ons land.

In 1918-1919 dachten de artsen nog dat de Spaanse griep door een bacteriële infectie werd veroorzaakt. Pfeiffer had immers dertig jaar eerder de bacterie geïsoleerd die verantwoordelijk was voor de toen ook al verwoestende griepepidemieën. Haemophilus influenza werd het micro-organisme gedoopt. Het duurde tot 1933 tot het veel kleinere influenzavirus werd ontdekt.

In de jaren zeventig ontdekten onderzoekers dat het influenzavirus regelmatig van uiterlijk veranderde. Een grote verandering zou om de dertig jaar plaatsvinden, en kleinere wijzigingen eens in de acht tot twaalf jaar. De laatste grote epidemie was die van het Hongkongvirus in 1968. In de jaren negentig zou er dus weer iets verschrikkelijks gebeuren op influenzagebied, maar het bleef rustig en nu is het te laat.

Hoewel, vorig jaar dreigde even iets. Toen dook in Hongkong een influenzavirus op dat rechtstreeks van besmet pluimvee naar mensen oversprong. Er zijn ongeveer tien mensen aan overleden. Dat virus had gelukkig grote moeite om van mens naar mens over te springen, iets waar de gewone menseninfluenzavirussen geen probleem mee hebben. De hele affaire heeft wel 1,5 miljoen kippen voortijdig de kop gekost, want om het virus uit te roeien is de hele pluimveestapel van Hongkong afgemaakt.

Deskundigen verwachten dat een nieuw virus steeds in het Verre Oosten zal ontstaan, daar waar boeren 's winters onder één dak leven met varkens en ganzen. Zo'n nieuw virus ontstaat als twee influenzavirussen uit mens, varken, paard of vogels tegelijkertijd één cel besmetten. Er ontstaan dan gemengde nakomelingen en daar kan er een tussen zitten die goed infecteert, goed groeit en makkelijk een nieuwe gastheer vindt. Mocht dat gebeuren, dan doet het virus er, ondanks de vele dagelijkse lijnvluchten, toch bijna een jaar over voor `t het Westen bereikt. Tijd genoeg om het vaccin aan te passen. Van het vaccin dat deze maand weer klaar ligt voor de jaarlijkse griepprik, is in februari de samenstelling bepaald aan de hand van op dat moment circuleren virusstammen.

Dit jaar is er voor het eerst een alternatief: twee farmaceutische concerns introduceren een anti-influenzamiddel dat geslikt of verneveld (neusspray) moet worden zodra vrienden, gezinsleden of collega's influenza krijgen. Nog tot 24 uur na de eerste verschijnselen verkorten de middelen de ziekteperiode (van ruim een week) met één of twee dagen. Probleem is dat iedereen iedere winter een paar keer door een van de ruim honderd circulerende verkoudheidsvirussen (waar de nieuwe middelen niet tegen beschermen) wordt besmet en dan kan denken dat het toch een beginnende influenza is. Dit zal het nutteloos gebruik van het medicijn bevorderen.

Een definitievere oplossing bieden wellicht de Belgische onderzoekers die deze week de ontwikkeling van een vaccin bekend maakten dat niet jaarlijks hoeft te worden toegediend omdat het zou beschermen tegen alle influenza-A-virussen. We weten pas de volgende eeuw, na de eerste proeven op mensen, of ze gelijk hebben. Tot nu toe hebben ze er alleen muizen mee van de influenzadood gered.