Een geval van omgekeerde euthanasie

De familie van een tachtigjarige ongeneeslijk zieke man eist in kort geding dat alle medische handelingen worden verricht om hem in leven te houden.

Hij is tachtig en hij ligt in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. In zijn neus een buis voor vloeibare voeding, in zijn keel een tube om te ademen, in zijn buik een stoma voor zijn ontlasting. Hij kijkt naar de televisie boven zijn bed. Zijn dochter van in de veertig streelt zijn hand en leest zijn lippen als hij wat wil zeggen. Vader wordt, zegt ze, nu in leven gehouden.

En in leven houden, dat vindt de dochter onvoldoende. Ze eist in een kort geding dat het ziekenhuis alle medische handelingen zal verrichten om haar vaders leven in stand te houden. Ook al is hij al tachtig, en ook al zijn die medische verrichtingen kostbaar. Door die extra medische behandeling zal hij niet genezen. Dat weet zij, en hij ook. ,,Maar mijn vader wil die extra tijd hebben. Daar hebben we van tevoren afspraken over gemaakt met het ziekenhuis.''

Dinsdag 27 juli werd de man geopereerd aan een tumor in zijn darmen. Bij de opname, zegt zijn dochter, vroeg de arts: wat wilt u dat we doen als er na deze zware operatie complicaties optreden? Vader zei: zet alles op alles om mijn leven te behouden. En hij machtigde schriftelijk zijn dochter om zijn belang te behartigen, voor het geval hij dat zelf niet meer zou kunnen. Hij tekende nóg een formulier. Daarin stond dat zijn andere kinderen, zijn zoon en andere dochter die hij al drie jaar niet heeft gezien, hem niet mochten bezoeken. En ze zouden niets over hem mogen beslissen.

De chirurg kon de tumor niet weghalen, wel legde hij een stoma aan om de dreigende afsluiting van de darmen op te heffen. Op donderdag, twee dagen na de operatie, kreeg vader het benauwd. Daarna begon hij te braken. Op vrijdag kon hij niet meer plassen, en 's avonds raakte hij versuft. Artsen noemen dat multi-organfailure. Maag, longen, darmen en nieren houden op met werken. Zijn dochter: ,,De artsen deden niets.''

,,Op zaterdagochtend vroegen de artsen: wat wilt u dat we doen?''. Vechten voor zijn leven, antwoordde zij. ,,Want dat hadden we toch afgesproken?'' Vader ging naar de intensive care. Hij heeft er ruim zes weken gelegen. De dochter: ,,De intensive-care arts zei meteen al de eerste dag: uw vader hoort hier niet thuis. Hij is tachtig, hij heeft kanker, hij heeft longemfyseem, hij wordt niet beter. Ze zeiden ook: op uw vaders plek had een jongere kunnen liggen.'' En toen, zegt de dochter, kwamen de artsen met restricties. ,,We gaan zijn nieren niet dialyseren en we gaan hem niet meer beademen of reanimeren.'' Op 18 september was vaders toestand stabiel, hij werd overgebracht naar de afdeling medium care met de mededeling: ,,Uw vader mag niet meer terug naar de intensive care.'' Want, zeggen de artsen, dat is medisch zinloos handelen.

Laat pa maar gaan, zegt de zus die niet welkom was aan zijn ziekbed, maar toch kwam. ,,Ik accepteer de dood. Maar om het heel duidelijk te zeggen: ik accepteer geen moord'', zegt de dochter die door haar vader is gemachtigd. ,,Ik wil door'', zegt vader zelf. Vaders levenswens wordt niet gerespecteerd, vindt de dochter. En: het ziekenhuis schendt de afspraak die van tevoren is gemaakt. Dinsdag daagt ze het ziekenhuis voor de rechter.

,,Dit is een geval van omgekeerde euthanasie'', zegt advocate B. Kramer uit Amsterdam. ,,Deze man wil leven, maar de artsen laten hem doodgaan. Wie zijn zij dat ze dat mogen bepalen.'' Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) kan en mag om redenen van privacy geen mededelingen doen, niet over deze patiënt, en ook niet over vergelijkbare gevallen.

In Medisch Contact uit 1990 staan de internationale richtlijnen voor de beslissing van medische behandeling af te zien. Er staat: ,,Artsen hebben de zwaarwegende plicht verzoeken om levensverlengende behandeling van wilsbekwame patiënten te respecteren.'' Het UMCU heeft zelf ook richtlijnen, en daarin staat ook dat de stem van de patiënt uiteindelijk de doorslag geeft of een behandeling wordt uitgevoerd of niet. Patiënten weten wat er te koop is, zegt intensive care-arts J. Zwaveling van het Academisch Ziekenhuis in Groningen. ,,Maar mag een patiënt elke behandeling opeisen?'' Nee, zegt hoogleraar gezondheidsrecht J. Hubben van de Vrije Universiteit. ,,Een arts kan niet worden gedwongen een medisch zinloze behandeling uit te voeren. Doet hij dat toch, dan kan hij zelf tuchtrechtelijk worden aangepakt.'' Alleen in uitzonderingsgevallen wordt een behandeling voortgezet. ,,Bijvoorbeeld wanneer er een kind uit het buitenland over moet komen om afscheid te nemen. Of om iemand tijd te geven een ernstig familieconflict op te lossen.''

Volgens emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht H. Leenen van de Universiteit van Amsterdam is een behandeling medisch zinloos als de artsen objectief kunnen vaststellen dat de behandeling de patiënt niet meer geneest of stabiel houdt. Intensive-care arts Zwaveling: ,,Als je iemand met longemfyseem aan de beademing legt, bestaat de kans dat je hem daar niet meer van afkrijgt en sterft hij een akelige dood aan de machines.''

,,Pa weet dat hij niet beter zal worden'', zegt zijn dochter. ,,Maar hij hecht aan zelfbeschikking, hij wil niet dat een ander bepaalt wanneer hij sterft.'' En, vraagt zij zich af, is de behandeling van pa wel zo zinloos? ,,De kanker in zijn darmen is niet uitgezaaid. Speelt soms mee dat hij al tachtig is?'' In theorie, zegt emeritus-hoogleraar anesthesiologie B. Smalhout van het UMCU, is leeftijd geen criterium voor het al of niet aanbieden van een behandeling. ,,Maar in de praktijk maken ziekenhuizen een heel eenvoudig sommetje. Een intensive-care bed kost een paar duizend gulden per dag, zo'n bejaarde leeft misschien nog een paar maanden. Dan is het doelmatiger om zo'n bed aan een jonger iemand te geven.''

In dit geval doet een bejaarde ook nog eens een beroep op een `schaars middel': een plek op de intensive care. ,,Ik vind het heel eng als de verdeling van schaarse middelen en het begrip medisch zinvol door elkaar gaan lopen'', zegt hoogleraar gezondheidsethiek I. de Beaufort van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Artsen bepalen dan niet alleen meer of een behandeling kán, maar ook of het wel de moeite en de kosten waard is. En dan kan leeftijd een rol gaan spelen. Het fair innings-argument noemen ethici dat. Je kunt maar tot een bepaalde leeftijd binnenhalen waar je recht op hebt, daarna houdt dat recht op. Meestal ligt die grens rond de vijfenzeventig jaar.

H. van Delden is ethicus bij het Centrum voor bio-ethiek van de Universiteit van Utrecht. Hij doet onderzoek naar leeftijdsdiscriminatie en schaarstekeuzen. Hij is ook verpleeghuisarts én lid van de ethische commissie van het UMCU. ,,Bij schaarstekeuzen denkt de arts niet: wat is goed voor de patiënt. Maar: wat is goed voor de samenleving. Ziekenhuizen hebben geen officieel beleid, maar als verpleeghuisarts weet ik uit ervaring dat ouderen worden gediscrimineerd. Onze samenleving vergrijst, we zullen dus snel een eerlijk antwoord moeten geven op de vraag: welk recht hebben ouderen die nog ouder willen worden op dure voorzieningen.''