Dode vliegen

Het is altijd pijnlijk om een klassieke schaaklegende te vermoorden met banale feiten, maar soms moet het gebeuren.

Vraag oudere schakers om het volgende rijtje af te maken, `Fischer, Spasski, 1972, Reykjavik, de stoelen...' en ze zullen met ogen nog glinsterend van napret in koor uitroepen: `twee dode vliegen!'

De dode vliegen zouden zijn gevonden tegen het eind van de match om het wereldkampioenschap tussen Bobby Fischer en Boris Spasski in 1972. Fischer stond drie punten voor, hij ging winnen. Namens de wanhopige Sovjetdelegatie schreef Spasski's secondant Geller een protestbrief. Leden van het Amerikaanse team waren 's nachts in de speelzaal gesignaleerd. Misschien hadden ze bedwelmende stoffen verstopt. Geller eiste een onderzoek. Hij schreef: `De brieven (bedoeld zijn brieven aan Spasski's team van niet nader gespecificeerde zijde, HR) hebben het in het bijzonder over de stoel van de heer R. Fischer en over de invloed van de verlichting boven het podium die op verzoek van de Amerikaanse delegatie werd geïnstalleerd.''

Hoewel dit niet serieus werd genomen, voelden de IJslandse organisatoren zich verplicht tot een grondig onderzoek. Toen dat verricht was, zeiden ze op een persconferentie dat er niets bijzonders was aangetroffen, alleen twee dode vliegen in de buizen van de stoel van een van de spelers.

Groot succes. Gellers protest werd in bulderend gelach gesmoord. Het verhaal van de dode vliegen ging de hele wereld over. Het werd een standaardbeledinging onder schakers: `Als ze straks jouw hoofd openmaken, worden er alleen twee dode vliegen gevonden.'

Nu lees ik het boek Chessdon. Memoires van de Amerikaanse schaakbestuurder Don Schultz. Schultz was in 1972 lid van de Amerikaanse ploeg van helpers van Fischer. Hij beschrijft het onderzoek na Gellers beschuldiging uitvoerig. Eerst werd onderzocht of er aan de oppervlakte van de stoelen van Fischer en Spasski verdachte chemische stoffen te vinden waren. Geen resultaat. Toen werden er foto's genomen van de speelzaal in de buurt van de verlichtingsinstallatie. Op een van de foto's was iets te zien dat een beetje op een vlieg leek. Dat werd opgepikt door een journalist. Het begin van het verhaal over de dode vliegen was er.

Toen werden er röntgenfoto's genomen van de stoelen van Fischer en Spasski. Hoewel die stoelen identiek moesten zijn, bleek binnenin de stoel van Fischer iets te zijn wat er in de stoel van Spasski niet was. Volgens Schultz een voorwerp van ongeveer dertig centimeter met aan het eind een cylindrische lus.

Een tweede serie foto's werd genomen. Het verdachte voorwerp was er niet meer. De stoelen werden gedemonteerd. Niets gevonden. Toen kwam de persconferentie van de IJslanders met de twee dode vliegen. Zaak gesloten.

Toen hij zijn boek schreef, belde Schultz naar de IJslandse schaakbond. Wat was er eigenlijk gebeurd met die eerste serie foto's, waarop het verdachte voorwerp in Fischers stoel duidelijk te zien was geweest? Ze waren er niet meer. Volgens de IJslanders waren ze er nooit geweest. Ze lieten weten dat er in 1972 geen röntgenfoto's van de stoelen genomen waren. Maar Schultz had ze gezien, hij was er zelfs bij geweest toen ze ontwikkeld werden.

Het is niet waarschijnlijk dat er inderdaad iets sinisters aan de hand was met de stoel van Fischer. Maar wat moesten de IJslanders zeggen? Geller had speciaal om een onderzoek van de stoel van Fischer gevraagd. Op de eerste serie foto's was inderdaad een vreemd voorwerp in die stoel te zien. Een tijdje later was dat voorwerp weg. Als de IJslanders dat hadden gezegd, zou de hel zijn uitgebroken. Ze redden zich er handig uit met het verhaal van de twee dode vliegen. Ze wisten wat de media graag hoorden. De vliegen van Reykjavik werden in de schaakwereld zo beroemd als elders het paard van Troje of de ganzen van het Capitool.

Als we Schultz mogen geloven, en ik zie geen reden om dat niet te doen, zijn de vliegen er nooit geweest. We zullen ze missen. Of misschien ook niet. Een schaaklegende overleeft de feiten wel.

Het was een mooi wereldkampioenschap in 1972. Niemand suggereerde dat Fischer en Spasski eigenlijk niet beter waren dan de doorsnee grootmeesters. Na het laatste wereldkampioenschap in Las Vegas klonk uit vele kelen de insinuerende vraag of de elite werkelijk beter was dan de tweede categorie. De topspelers spelen steeds tegen elkaar. Zo houden ze hun rating hoog. Als ze zich onder het volk moeten mengen, zoals in Las Vegas, worden ze uitgeschakeld door mensen als Chalifman, Akopian, Nisipeanu en Movsesian. Aldus de redenering van hen die het goed menen met de tweede categorie. Zit er wat in? Het tijdschrift Schach hield een enquête.

Vladimir Kramnik, derde op de wereldranglijst, gaf geen eigen mening, maar wel een paar overtuigende statische gegevens. Hij telde de score van de elite tegen de tweede categorie. Stand: 815-475 voor de elite. En hij liet ook iets verrassends zien. In Las Vegas had de elite opzienbarend gefaald. Maar zelfs daar was het zo dat, als je keek naar de toernooiprestatierating over de partijen met normale bedenktijd, hijzelf en vooral Ivantsjoek veel hoger hadden gescoord dan alle leden van de tweede categorie, wereldkampioen Chalifman inbegrepen.

Kramnik had nog een ander argument voor de kracht van de elite kunnen aanvoeren. Onlangs gaf hij een kloksimultaan aan zes borden tegen een Zwitsers team. Niet het allersterkste team dat Zwitserland kan opbrengen, maar ook niet zwak. Een grootmeester, twee internationale meesters en drie Fidemeesters. Kramnik won met 4-2.

Wit Kramnik-zwart Forster, simultaan Zürich.

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pb1-c3 Lf8-g7 4. e2-e4 d7-d6 5. Pg1-f3 0-0 6. Lf1-e2 e7-e5 7. 0-0 e5xd4 8. Pf3xd4 Tf8-e8 9. f2-f3 Pf6-h5 10. Lc1-e3 f7-f5 11. Dd1-d2 f5-f4 12. Le3-f2 Lg7-e5 13. Tf1-d1 Pb8-a6 14. Pd4-b3 Dd8-f6 15. c4-c5 Pa6xc5 16. Pb3xc5 d6xc5 17. Dd2-d5+ Kg8-h8 18. Dd5xc5 b7-b6 19. Dc5-b5 c7-c6 20. Db5-a4 g6-g5 21. Pc3-d5 Df6-h6 22. Pd5xb6 Wit staat goed, maar volgens de analyse van Pelletier in Schachwoche had hij hier veiliger 22. Ld4 kunnen spelen. Dan is het offer 22...Pg3 niet voldoende en 22...b5 23. Lxe5+ Txe5 24. Da5 is ook goed voor wit. 22...Ph5-g3 23. Pb6xa8 Pg3xe2+ 24. Kg1-f1 Pe2-g3+ 25. h2xg3 f4xg3 26. Lf2-g1 Achteraf vond Kramnik 26. Ld4 sterker. 26...g5-g4 Zwarts aanval is onrustbarend sterk geworden. Volgens Pelletier was nu 27. Dxa7 het best geweest. 27. Da4-a5 g4xf3 28. g2xf3

Nu zou zwart na 28...c5, waarmee een schaak op a6 in de stelling komt, volgens Pelletier in alle varianten in het voordeel komen. 28...Dh6-h3+ 29. Kf1-e2 Dh3-g2+ 30. Ke2-e3 c6-c5 31. Da5xc5 Lc8-a6 Het lijkt nog steeds aardig voor zwart. Er dreigt mat. 32. Td1-d2 Dg2-h1 En nu dreigt weer mat door 32...Dh6+ 33. Td2-d6 Maar hierna is zwart uitgepraat. 33...La6-b7 34. Pa8-c7 Lb7xe4 35. Pc7xe8 Dh1xf3+ 36. Ke3-d2 Le5-f4+ 37. Kd2-e1 g3-g2 Voor het publiek. Zwart dreigt weer mat, nu voor het laatst. 38. Dc5-d4+ Zwart gaf op.