De geheime codes van Rio de Janeiro

Inmiddels hadden mijn Europese vrienden al twee dagen op mijn balkon gezeten. Ze keken uit over de sloppenwijken van Rio en kregen er geen genoeg van. Die prachtige groene berg middenin de stad, waartegen krotjes als kerstversiering aangroeien.

's Nachts, als in de huisjes de illegaal afgetapte lampjes aangingen, werd het een toverberg. De maan en het geluid van krekels, gemengd met de wiegende klanken van een geïmproviseerde samba.

Wijsneuzig wees ik hen aan: ,,Daar, bij die bovenste huisjes zitten de drugsdealers met hun volautomatische geweren. Je ziet ze niet, maar ze zitten er wel. En ze schieten op elke buitenstaander die de wijk in probeert binnen te komen.'' Tevreden zogen ze aan rietje van hun pas ontdekte Braziliaanse drankjes. ,,En hier, kijk'', ging ik verder, wijzend op de muur van mijn huis. ,,Hier stopte een paar weken geleden nog een politieauto. De agenten klommen op het dak van hun auto, en begonnen over mijn muur heen op de sloppenwijk te schieten.'' Mijn vrienden zogen verder aan hun caipirinha's.

Abstracte verhalen. Zoals de knipsels uit de krant. Nu weer over die jonge priester. Zes uur lang gemarteld op het politiebureau. Geslagen, zijn hoofd onder water gehouden, en zijn geslachtsdelen met elektrische schokken bewerkt. Drie jaar en een paar doodsbedreigingen verder, lukt het hem eindelijk door de mensenrechtencommissie van Rio gehoord te worden. Moorden, martelen, roven en afpersen. Het is de normale praktijk van de Braziliaanse politie.

Maar wat merk je ervan? Wat weet je van de geheime codes waarvan deze stad is doortrokken? Elke dag wandel ik met mijn vrienden naar het winkeltje van Dona Bernice in de sloppenwijk. Ze zit in een rolstoel. Gevolg van een vliegende kogel, weet ik toevallig. Dit keer hou ik mijn mond. Lachend en kwetterend rolt Bernice vanachter haar toonbank naar de bak citroenen voor onze caipirinha's. Bij het afgekloven biljard prikt ze de spelende jongens tussen de ribben, en voorziet hen van nieuwe flessen koud bier. Hoe anders kun je dit omschrijven dan mijn vrienden doen? ,,Vrolijk'' zeggen ze ,,zo gastvrij en vol levenslust.'' En dat is het precies.

Die avond nemen we een taxi om benenden aan de berg de stad in te gaan. De chauffeur is nieuw, en slaat de weg naar de sloppenwijk in. Het bloed trekt uit mijn hoofd. ,,Achteruit'', brul ik. ,,Wég-wezen hier! Dit is de favela, gek.'' De chauffeur ramt zijn auto in de achteruit. Want ook hij weet: dit is de beste manier om dood te gaan. Daar, achter die onschuldige grashalmen zitten de pistoleros van de drugsbazen.

,,Wat doe je toch raar'', zegt mijn vriendin, wanneer de taxi weer in veilig vaarwater is. ,,Daar was toch toch de winkel van Bernice waar we vanmiddag nog zijn geweest?'' Ze heeft gelijk. Maar hoe leg ik dit uit? Dit is ánders. In een anonieme taxi de wijk binnenrijden is echt ánders dan er met je bekende gezicht inlopen.

Mijn vrienden halen hun schouders op. Maar ik heb het gehoord van Bernice: de drugsleider van de wijk is opgepakt. En nu zet de politie de nieuwe leider onder druk. Niet om hem te arresteren. Maar om een hoger percentage van zijn opbrengst te krijgen. Opnieuw de abstractie. Hoe mooi is immers de rest van de rit naar beneden niet. Rechts op de berg straalt het beeld van Christus. Links de baai van Rio. Glanzend en vol bootjes onder de sterren. Wat zeur ik toch?

,,Dit is een overval.'' Wijdbeens worden we tegen de buitenkant van de taxi gekwakt. Mannen met grote geweren houden ons onder schot. Wie zijn dit? Wat willen ze? Hardhandig wordt ieder van ons gefouilleerd. Ik probeer een gesprek aan te knopen met de dikke die de leiding heeft. Pas dan ontdek ik dat de crimineel die voor me staat een agent is.

De dikke zegt dat er een `tip' geweest is. Wélke tip wil hij niet vertellen. De mannen keren onze rugzakken om en gooien de inhoud van onze zakken op het dak van de taxi. Daar gaat ons geld. En onze credit-kaarten, en God, het mobiele telefoontje. Straks moeten we nog mee naar het bureau. Tot mijn verbazing mogen we tien minuten later alweer de taxi in. Met ons hele bezit. Eén van de agenten geeft zelfs instructies aan de taxi-chauffeur over de route.

Wat was dit nu, willen mijn Europese vrienden weten als we beverig de stad inrijden. Welke code hebben we dit keer gemist? Verdomme, dit keer weet ik het niet. Ik weet het echt niet. Totdat het sippe gezicht van de taxi-chauffeur het antwoord geeft: het was zijn foute manoeuvre bij de sloppenwijk. Natuurlijk! Agenten hebben ons de sloppenwijk zien binnenrijden. Ze hebben gedacht dat we drugs gingen kopen. Wat moeten vier blonde koppen in een taxi daar anders? Ze hebben hun collega's beneden aan de berg getipt.

En toch, wil ik weten. Waarom hebben ze ons dan zo netjes laten gaan, niks gestolen, niet geslagen? ,,Omdat er voor verschillende mensen verschillende regels zijn'', zegt de Braziliaanse vriend waarmee we in de stad hebben afgesproken. Hij kan zijn zwarte gezicht bijna niet in de plooi houden. Bulderend van de lach kijkt hij naar onze verschrikte ogen.

De dagen daarop zitten mijn vrienden op mijn balkon. En nog steeds genieten ze. Maar nu steken ze een wijze vinger in de lucht, wanneer ze midden op de dag plotseling vuurwerk horen. ,,Een nieuwe lading drugs in de wijk aangekomen'', ontcijferen ze professioneel.