Cuypers kerk van de kunsten

,,Bezoekers verdwalen hier'', zegt directeur Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum in Amsterdam. Daarom maakt hij plannen voor de grootste museale renovatie die ons land gekend heeft.

Een miljoen voorwerpen inpakken, depots verhuizen, kantoren afbreken, wandschilderingen te voorschijn halen, ingangen verplaatsen en dichtgetimmerde binnenhoven in de oorspronkelijke staat terugbrengen. De operatie `Terug naar Cuypers' in het Rijksmuseum in Amsterdam, genoemd naar zijn architect P.J.H. Cuypers (1827-1921), wordt de grootste museale renovatie die ons land gekend heeft.

,,Zo ver u kan kijken, langs de zuilen, voorbij de deuren, worden deze catacomben doorgebroken'', zegt de weids gebarende Ronald de Leeuw (1948), sinds 1996 hoofddirecteur van het in 1885 geopende, neo-classicistisch museum. ,,Naar voorbeeld van het recent gerenoveerde Palais des Beaux Arts in Lille zullen we in deze souterrains kleinere voorwerpen tentoon gaan stellen, een schatkamer met ons `blauwe goud', Delfts blauw dus, zilver, porselein, zodat boven de grotere dingen ruim tot hun recht komen.''

Voorlopig lijkt dit labyrint voor opslag en kantoorruimte nog op het duistere domein van een doe-het-zelver met twee linkerhanden. Een schotje hier, een muurtje daar, vlekkerige, zwarte lak aan de gewelven. Afgezien van het in fases aanbouwen en `dichtplakken' van museumruimtes, is er deze eeuw ook in de tentoonstellingszalen zelf in diverse stilistische variëteiten veel geïmproviseerd. Zo schreef de mode van de jaren zestig voor dat de bezoeker onverstoorbaar in zo neutraal mogelijke ruimtes van kunst moest kunnen genieten. Reden om Cuypers' historische en allegorische decoraties ver weg te stoppen.

,,Toch zal straks niet elk detail van Cuypers weer te zien zijn'', vertelt De Leeuw. ,,We willen bovenal het inwendige kwaliteitsverlies ongedaan maken. Het Rijksmuseum is van de rooms-katholieke kerk voor de kunsten die Cuypers voor ogen stond, een protestantse Saenredam geworden. Een gesloten veste, terwijl bijvoorbeeld het Louvre laat zien dat je met licht en glas zo'n veste kan openbreken en de kunst dichterbij kan brengen.

,,Bezoekers verdwalen hier. Afgezien van de moeizame bewegwijzering ligt dat aan het karakterverlies van de zalen. Om een helder parcours uit te stippelen moeten verlaagde plafonds worden uitgebroken, moeten de granito-vloeren terugkeren en moeten ook de enorme lichtverschillen van zaal tot zaal – van wittig, via blauwig tot gelig – met geavanceerde technieken worden opgeheven.''

Met de voortvarendheid van een fysieke én verbale sprinter breekt de hoofddirecteur blijkbaar het liefst morgen eigenhandig al de twee binnenplaatsen aan weerszijden van de onderdoorrit open, die in de jaren zeventig met `bakstenen dozen' werden opgevuld en die straks de nieuwe entree zullen herbergen. Maar zo ver is het nog lang niet. Als de rijksoverheid deze maand groen licht zou geven, kan pas eind 2003 het échte werk beginnen.

Via Europese richtlijnen dient eerst een architect te worden benoemd. Gezien de nieuwe bestemming van de Amstelhof – te verbouwen tot dependance van de Hermitage – zal de collectie van het Rijksmuseum, dat volgend jaar twee eeuwen bestaat, daar geen tijdelijk onderdak meer kunnen vinden, dus elders in collega-musea en depots worden gehuisvest. Alleen een aantal topwerken blijft voor bezichtiging in de Zuidvleugel achter. Daarnaast biedt de museumsluiting de gelegenheid de totale collectie te scannen en digitaliseren.

Het zijn maar enkele facetten van een ,,honderden miljoenen guldens'' kostende operatie. Zo'n acht jaar geleden, onder het bewind van oud-directeur Henk van Os – ,,ik vind het fantastisch, ik heb mijn opvolger net een felicitatie-brief geschreven'' –, kreeg het plan al een geraamte. De Leeuw stimuleerde na zijn aantreden in 1996 de verdere ,,conceptontwikkeling'' en volgende maand buigt staatssecretaris Rick van der Ploeg van Cultuur zich over de opties van het inmiddels kant-en-klare, maar nog onbekende structuurplan.

,,Door die ene alinea van Ad Melkert, fractievoorzitter van de PvdA, in de algemene beschouwingen van vorige week, en door de unanieme steun van de Tweede Kamer, staat dit plan nu hoog op de politieke agenda'', zegt De Leeuw. ,,En dat is een grootse ouverture, en, dankzij dat brede, politieke draagvlak, voor ons ook een opsteker van jewelste.''

De nieuwe opstelling van de collectie, voorspelt De Leeuw, krijgt geen thematische, maar chronologische leidraad, met stevige accenten op de kunstnijverheid. Een vermenging van deelcollecties – schilderijen in combinatie met meubels en desnoods een harnas – zal gedeeltelijk worden doorgevoerd, op voorwaarde dat de voorwerpen zowel elkaar als een tijdvak aanvullen. ,,Rembrandts norse, oude Johannes Uyttenbogaert (1633) hangt nu keurig bij de Rembrandts. Als belangrijke, 17de-eeuwse predikant kan je dit portret ook op een historische zaal presenteren.'' Verder streeft De Leeuw zo zeer naar het aankopen van andere dan Nederlandse kunst dat hij daarvoor een aparte conservator zal aanstellen.

Het Haags Gemeentemuseum `Terug naar Berlage', het Rijksmuseum `Terug naar Cuypers': is het nieuwe millennium debet aan die retrospectieve trend? Nee, zegt De Leeuw, dat heeft er niets mee te maken. ,,De eenwording van Europa stimuleert landen zich cultureel steviger te positioneren. Het British Museum en de Tate Gallery breiden uit, Parijs, Rome en Berlijn kregen of krijgen nieuwe musea. Bovendien moet in deze virtuele tijd, nu je thuis door museumcollecties kan wandelen, het museum nadrukkelijker een ,,sense of place'' krijgen. We merken aan de stijgende bezoekercijfers dat de computer de behoefte aan zo'n plek met een bijzondere uitstraling alleen maar aanwakkert.''