Allen schuldig, dus niemand hoeft te gaan

De aandacht voor mevrouw Leemhuis-Stout in de Ceteco-affaire is volgens de commissie-Van Dijk ,,buitengewoon eenzijdig''.

Ondeugdelijk en extreem riskant, onrechtmatig - want onbevoegd genomen - en democratisch ontoelaatbaar. Nog één keer haalt hij uit, drs. C.P. van Dijk. De CDA-politicus dankt zijn reputatie aan de parlementaire enquête naar de ondergang van scheepsbouwconcern RSV (1983-1984). Achter de `man met het houten' gezicht schuilt een gepassioneerd karakter vol speurzin. Van Dijk verweet VVD-minister Gijs van Aardenne indertijd dat hij de Kamer ,,ronduit misleidend'' had ingelicht. Het oordeel knakte Van Aardennes politieke carrière.

Bijna vijftien jaar later bezigt Van Dijk opnieuw harde woorden om het falen van politieke bestuurders aan de kaak te stellen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben in 1995 een ,,ondeugdelijk en extreem riskant'' besluit genomen om te gaan bankieren. Het besluit is ,,democratisch ontoelaatbaar omdat het Provinciale Staten buiten spel zette''.

Maar in tegenstelling tot toen neemt Van Dijk nu een van de hoofdrolspelers - de commissaris van de koningin mevrouw J. Leemhuis-Stout (VVD) - in bescherming. In de Ceteco-affaire is de aandacht ,,buitengewoon eenzijdig'' uitgegaan naar haar, vinden Van Dijk en zijn twee mede-commissieleden mevrouw M. Vos-van Gortel (oud-burgemeester van Utrecht) en Th. Quené (voormalig voorzitter van de SER).

Wie blijft kijken naar de commissaris van de koningin, ,,kijkt in de verkeerde richting'', aldus Van Dijk. ,,Velen lijken over het hoofd te zien dat de commissaris van de koningin niet de baas is van de provincie, zoals een minister van een ministerie of een directeur van een onderneming.'' Wel is Leemhuis ,,lid van een collegiaal bestuur met een onderlinge taakverdeling''.

Het is niet aan Van Dijk om een oordeel te geven over de consequenties die de betrokkenen uit de feiten moeten trekken, maar als het hem uitdrukkelijk wordt gevraagd, zegt hij dat ze de mouwen moeten opstropen en de zaak moeten ,,corrigeren.'' Daarmee lijkt de voorzitter van de commissie, die het `leningenbeleid van de provincie Zuid-Holland' heeft onderzocht vooruit te lopen op wat er volgende week gebeuren gaat. Iedereen heeft schuld, dus niemand hoeft weg.

Natuurlijk, Leemhuis is commissaris van de koningin, maar daarmee niet `het hoofd' van de provincie. Ze is lid van het college van gedelegeerden en geenszins primus inter pares. Ze geeft weliswaar leiding aan het college van gedeputeerde staten, maar op basis van het collegialiteitsbeginsel. Alle gedeputeerden dragen in gezamenlijkheid verantwoordelijkheid voor alle besluiten. Zo ook voor dat besluit van 24 oktober 1995 om als provincie te gaan bankieren. Leemhuis voelde er niet voor, maar stapte er ook niet mee naar de minister van Binnenlandse Zaken om het door hem te laten vernietigen. Natuurlijk, zei Van Dijk gisteren, zij had haar tegenstand wat meer inhoud kunnen geven, maar dat werd haar ontraden. Het gehele college, inclusief Leemhuis treft dus blaam.

Maar dat gold ook voor de ambtelijke top - met name griffier Korff - die het mandaat kreeg om in strijd met de wet te handelen. En die top wist dat Gedeputeerde Staten er niet van op de hoogte mochten zijn. Daarmee komt in Van Dijks ogen echter ook Gedeputeerde Staten niet weg, want ten minste de Rekeningencommissie had moeten zien dat er op de balans van de provincie eigenaardige dingen gebeurden. In dat kader wijst Van Dijk ook naar de huisaccountant van de provincie Ernst & Young en naar de ambtenaren van Binnenlandse Zaken, die waren getipt door hun collega's van Financiën. Van Dijk: ,,Wie goed keek kon zien dat die praktijk van in- en uitlenen in korte tijd als het ware explodeerde, maar dat was kennelijk geen aanleiding om eens goed door te vragen''.

Van Dijk cum suis vroegen wel door, tipten en passant het openbaar ministerie die een onderzoek startte, en leverden munitie (dixit Van Dijk) voor een stevig debat woensdag in het fonkelnieuwe Provinciehuis van Zuid-Holland. ,,Tegen de achtergrond van de bevindingen van Van Dijk zal het een hele inspanning zijn om het vertrouwen van de burgers weer te herstellen'', vat GroenLinks-fractieleider A. Ouwehand de opvatting van zijn collega's samen. Alle partijen kunnen elkaar met één en hetzelfde `harde en pittige' rapport de mantel uitvegen. Vooral de rol van de VVD-fractie wordt pikant. De partij is buiten het college gehouden en zou er dus stevig op in moeten kunnen hakken. Maar ook in dat kamp zal niet te veel vuurwerk worden afgestoken. Mevrouw Leemhuis komt immers uit die geleding.