ACTIEF BETROKKEN, WEINIG DIEPGANG

Hé, wacht effe, ik heb wat gevonden', zegt Henk. De eerstejaars Commerciële Economie (CE) aan de HEAO Windesheim in Zwolle zijn al drie kwartier aan het discussiëren over de vraag of een schrijffout op een reclamebord bij de slager nu wel of niet betekent dat je als klant je vlees voor die kennelijk te lage prijs mag kopen. Henk leest hardop voor uit het Burgerlijk Wetboek. ``Weet je zeker dat dit de oplossing is?' vraagt docent Herman Boxman, die tutor (begeleider) is van de klas. ``Dat weet u toch wel?' reageert Kevin. Daarmee raakt Kevin de kern van het `probleem gestuurd onderwijs' dat dit schooljaar is ingevoerd in de propedeuse van de opleiding. Er is geen docent meer die het goede antwoord geeft, de klas moet zelf tot een oplossing komen. ``Wij trainen studenten te leven met onzekerheid, want in het bedrijfsleven is er ook niemand die je het antwoord geeft', verklaart Boxman.

In navolging van het universitair onderwijs wagen ook hogescholen de overstap naar het kleinschalige `probleem gestuurde onderwijs' (PGO). Critici vragen zich echter af of dit wel de juiste onderwijsvorm is voor HBO-studenten. ``Onze studenten zijn niet intrinsiek in de opleiding geïnteresseerd, maar vooral in hun diploma, waarmee ze een baan en een salaris krijgen', meent Wim Hulleman, docent algemene economie op Windesheim en vooralsnog geen `believer' in PGO. Hij is bang voor `oeverloos geklets': ``PGO is een prima concept voor een groep goede studenten, maar goede studenten in een matige groep vervelen zich.' De `believers' vinden echter dat ook HBO-studenten moeten leren om een probleem heen te studeren. In de woorden van tweedejaars student Daniël Burm (20): ``Later in het bedrijfsleven komt er vanuit de omgeving van alles op je af. Dan moet je van alle kanten bekijken wat de gevolgen zijn voor je bedrijf. Door PGO word ik `omgevingsbewuster'. Ik word gedwongen de krant te lezen, omdat de onderwerpen in de klas aansluiten bij de werkelijkheid.'

Daniël Burm behoort tot de Zwolse voorhoede van PGO-studenten. In april vorig jaar werd PGO in de propedeuses van Commerciële Economie en Management/Economie/Recht ingevoerd. De nieuwe lesmethode is gestoeld op het concept-model dat door de Universiteit Maastricht is ontwikkeld. Studenten werken in kleine groepen, gaan actief met de stof om. Per week krijgen ze acht themabijeenkomsten en vier uur ondersteunende colleges. De bijeenkomsten verlopen volgens het Maastrichtse zevensprongmodel, waarin studenten alles zelf moeten doen, inclusief uitvinden wat ze moeten leren. Studenten krijgen een tekst voor zich en werken die in zeven stappen door: ze kijken welke taak de tekst bevat, wat de probleemstelling is, brainstormen erover, ordenen wat ze gevonden hebben, formuleren hun leerdoelen en werken die individueel of in groepjes uit, waarna er in de klas gerapporteerd wordt.

In de bijeenkomsten bootsen studenten de werkelijkheid van later na: ze spelen vergaderingetje, inclusief een voorzitter, die de les leidt. ``Voor ons is dit het gereedschap om studenten communicatieve vaardigheden mee te geven', aldus Boxman. In zijn rol als tutor begeleidt hij het leerproces van zijn vaste klas bij alle vakken die geïntegreerd zijn in een taak. Als organisatiekundige `coacht' hij zijn klas bijvoorbeeld ook bij juridische en economische aangelegenheden. De tutoren beschikken over handleidingen van de verschillende vakdocenten, maar als studenten inhoudelijke vragen stellen blijven ze nergens en kunnen ze alleen doorverwijzen naar de vakdocent: `Stuur maar een mailtje.'

In PGO hoeft dat gebrek aan kennis echter geen probleem te zijn, weet Hulleman. ``In de tutor-training van de Universiteit Maastricht heb ik geleerd dat je zo min mogelijk moet ingrijpen in het proces. Dat is soms makkelijker als je niet kunt bepalen of wat er gezegd wordt onzin is.' Toch voelt Hulleman zich ongemakkelijk in die rol en heeft hij er bewust voor gekozen geen tutor te zijn. ``Je kunt je eigen vak niet bijhouden, omdat je je in zoveel andere dingen moet verdiepen. Dat wil ik niet. Ik vrees dat dit tot oppervlakkigheid leidt. Ik ben meer voorstander van een mengvorm van klassikaal onderwijs en PGO.'

De integratie van vakken betekent dat docenten hun oude zekerheden van `baas in eigen klas' verliezen. Dat stuit onvermijdelijk op verzet. Boxman vindt het echter een grote vooruitgang. Afkomstig uit het bedrijfsleven schrok hij van de eilandencultuur die hij vijf jaar geleden aantrof op de HEAO . ``Er wordt dankzij PGO meer gecommuniceerd over lesinhoud en samenhang tussen de vakken.'

Wie studenten alles zelf laat uitzoeken, loopt allicht het risico dat zij de weg van de minste weerstand kiezen. Hulleman vraagt zich dan ook af of studenten wel de diepgang bereiken die de docent voor ogen had toen hij de taak schreef. Het is immers aan de studenten om de leerdoelen vast te stellen. ``Mijn eerste indruk is dat studenten wel actiever zijn in de klas, maar doen ze daar ook wat mee? Het gevaar dreigt dat studenten alleen een oppervlakkig leerdoel omschrijven en bereiken als de tutor daar niet op bijstuurt.' Studenten missen die houvast, blijkt uit de reactie van Beno Alting (24). ``De taken zijn soms erg vaag en dan weet je niet welke richting je uitmoet.' Boxman is het daar niet mee eens. ``Als alle vragen erin staan is het een eitje. Zo is het in de realiteit later ook niet.'

In de klas van Henk en Kevin blijkt wat Hulleman bedoelt met zijn twijfel over diepgang. De klas krijgt een tekst over een groep collega's die samen gaan stappen. Aan het eind van de avond stapt één van hen in kennelijke staat achter het stuur en rijdt weg, terwijl de achterblijvers zich afvragen of ze hem niet hadden moeten tegenhouden. De klas bevindt zich onmiddellijk op twee sporen: Gaat het er nu om of je iemand dronken naar huis laat rijden of om normen en waarden in het algemeen? Een onduidelijke en oeverloze discussie ontspint zich tussen beide partijen, totdat Boxman advocaat van de duivel speelt: ``Ik zou hem gewoon in zijn auto laten stappen. Dat moet hij toch weten?'

Hulleman is in ieder geval blij vóór het PGO-tijdperk gestudeerd te hebben, omdat hij graag individueel werkt. Tweedejaars Beno herkent dat: ``Ik was goed in leren, leren, leren. Dan scoor je in het traditionele onderwijs. Nu leer je vooral andere vaardigheden, zoals je mond opendoen.' De commercieel ingestelde studenten van CE hebben overigens ook kritiek op PGO van een heel ander kaliber: ``Ik vind het collegegeld te hoog voor wat ik ervoor krijg', zegt Daniël. ``Ik moet alles zelf doen en heb veel minder lessen dan vorig jaar toen ik hetzelfde betaalde.' Boxman vindt het een slimme gedachte: ``Het past precies in het kwaliteitsdenken dat wij studenten proberen bij te brengen. Nu is het aan ons om duidelijk te maken dat wij meer doen dan alleen die acht uurtjes begeleiding per week.'