AANWIJZINGEN VOOR KANNIBALISME ONDER NEANDERTHALERS

In een grot in het Rhônedal, bij Moula-Guercy zijn sterke aanwijzingen gevonden voor kannibalisme onder Neanderthalers (Nature, 1 oktober). In een laag in de bodem van de grot die gedateerd wordt op 100.000 à 120.000 jaar oud zijn botten van ten minste zes Neanderthalers (Homo Neanderthaliensis) gevonden die op precies dezelfde manier behandeld en verspreid waren als de eveneens aanwezige botten van herten. De snijsporen op de botten wijzen op ontvlezing en breukvlakken wijzen erop dat geprobeerd is het merg uit de botten te eten. In de tijd dat deze mensen en dieren geslacht werden, leefden er in Europa alleen Neanderthalers en geen Homo Sapiens of de oudere Homo Erectus. Bij het onderzoek zijn Franse en Amerikaanse archeologen betrokken, onder wie Tim White van de University of California, Berkeley.

Al sinds een eeuw worden Neanderthalers `beschuldigd' van kannibalisme. Een dergelijk `beestachtig' gedrag zou perfect passen bij het slechte imago van deze mensachtigen, die pas ca. 25.000 jaar geleden uitstierven. Maar echte bewijzen zijn tot nu toe niet gevonden. Snijsporen op Neanderthalerbotten uit de Krapina-site in Kroatië werden lange tijd als zo'n bewijs beschouwd, maar in de jaren tachtig werd aangetoond dat deze waarschijnlijk waren veroorzaakt door een begrafenisritueel, waarbij het vlees zou zijn gescheiden van de botten. Bij de nu beschreven botten uit Moula-Guercy is een begrafenisritueel onwaarschijnlijk door de gelijke behandeling van de herten- en mensenbotten en de winning van het merg.

In totaal zijn, tussen 1991 en 1998, 78 menselijke botfragmenten in de Rhônegrot gevonden, afkomstig van ten minste twee volwassenen (van wie een zeer groot), twee onvolgroeiden van een jaar of vijftien, zestien en twee kinderen van een jaar of zes, zeven. De botten waren vrijwel alle gebroken, alleen de hand- en voetbeentjes waren intact. Alle kenmerken wijzen erop dat het gaat om Neanderthalerbotten. Van de 392 geïdentificeerde dierenbotten was het grootste deel afkomstig van ten minste vijf herten (Cervus elaphus). In de desbetreffende opgravingslaag (`niveau XV') werden ook drie vuurplaatsen en een soort laag stenen muurtje gevonden.

Op de dieren en Neanderthalers werden dezelfde slachtpraktijken toegepast. Alle schedels en ledematen waren gebroken. Bij ten minste één hert en één Neanderthaler waren de achillespezen en de pezen in voorpoten/bovenarmen doorgesneden. Ook zijn er aanwijzingen dat de tong werd uitgesneden. De reden van het kannibalisme (ritueel of uit hongersnood) is niet uit de vondsten af te leiden. Volgens de Franse leider van het onderzoek, Alban Defleur van de Université de la Méditerranée in Marseille en het CNRS, was kannibalisme uit hongersnood niet waarschijnlijk, gezien de ruime voedselsituatie, zo meldt hij in een persbericht van de American Associaton for the Advancement of Science, de uitgever van Science. Overigens zijn ook van de moderne mens (Homo Sapiens) zowel uit de prehistorie als uit historischer tijden vele gevallen van kannibalisme bekend, vrijwel altijd om rituele redenen: om de kracht van de overwonnen vijand of het overleden familielid `over te nemen'.