Tevergeefs hopen op topvoetbal is lot van kijker

Veel voetbal betekent steeds minder goed voetbal. De liefhebber schakelt van de ene televisiezender over naar de andere. Tevergeefs hoopt hij wedstrijden van hoogwaardige kwaliteit en schitterende sterren te vinden. Voetbal gaat vervelen, voetbal staat op springen.

Dolende voetballers en chagrijnige trainers vullen dagelijks de televisie. Als buitenaardse wezens die niet meer beseffen wat zich buiten de stadions afspeelt, zoeken ze na afloop van een van hun vele wedstrijden naar een excuus voor de ondermaatse prestaties. Ze willen nog wel. Zeker, maar ze kunnen niet meer. De druk wordt te groot. Ze kunnen niet meer aan de verwachtingen van de supporters en liefhebbers voldoen.

Voetbal is nauwelijks nog om aan te zien. Zelfs wedstrijden tussen topteams beantwoorden niet meer aan de verwachtingen. Trainers dringen hun elftallen een behoudende speelwijze op en spelers gaan uit angst voor overbelasting niet meer voluit. Iedereen die nog hoopvol naar de stadions gaat of voor de televisie plaatsneemt begint naarmate het voetbalseizoen vordert steeds meer te klagen. Veel voetbal hoeft niet vervelend te zijn, maar slecht voetbal wekt irritatie en doet de ware liefhebber ten langen leste de rug toekeren.

Wat staat er niet allemaal op het menu? Een uitgebreide kaart met Europese wedstrijden, verdeeld over Champions League en UEFA Cup (deze week 64), nationale competitiewedstrijden in eredivisie en eerste divisie, kwalificatie-interlands voor EK, oefeninterlands, vriendschappelijke interlands, benefiet- en erewedstrijden en zo verder. En alsof het nog niet genoeg is heeft de wereldvoetbalbond plannen het wereldkampioenschap om de twee in plaats van vier jaar te houden en wil de Europese federatie naast het EK een bekertoernooi voor landenteams van de grond tillen.

Is het verzadigingspunt bereikt? Nee, schreeuwen de heren die de voetbalverdwaasde televisiezenders beheren. Ze verwijzen naar kijkcijfers die nog steeds zouden kunnen duiden op een grote voetbalbehoefte. Daarom ook blijven ze als kat en hond vechten om uitzendrechten van welke wedstrijden dan ook. Miljoenen worden ervoor geboden. Wie wat uitzendt, is niet meer duidelijk. Zenders die garant stonden voor kwaliteitsverslaggeving, verliezen terrein aan commerciële zenders en betaalzenders. Entertainers verdringen met hun prietpraat de serieuze sportjournalistiek.

Overschakelen is een remedie tegen verzadiging. Van de ene voetbalzender naar de andere. Of – wie daarvoor geld wil en kàn betalen – van het ene betaalnet naar het andere. Maar zappen biedt allerminst een garantie voor aantrekkelijker voetbal. Nu spelen de tv-stations nog in op het bestaande aanbod aan wedstrijden, binnenkort worden vooral op gezag van de tv-stations voetbalwedstrijden en -toernooien gespeeld. Mediatycoons als Murdoch en Berlusconi hebben hun verregaande invloed op voetbal al laten gelden.

Belangrijke onderdelen van de Olympische Spelen worden al jaren gehouden op tijdstippen die lucratief zijn voor tv-maatschappijen en hun adverteerders. Deze week bleek ook de wereldvolleybalfederatie gevoelig voor de invloeden van televisie en commercie. Op gezag van de Japanse televisie werden de wildcards niet aan landen gegeven die daar op basis van sportieve prestaties recht op hebben, maar aan landen die louter commercieel aantrekkelijk zijn.

De kwantiteit van voetbal heeft een nadelige invloed op de kwaliteit. Rijke clubs worden steeds rijker omdat zij aantrekkelijker zijn voor media en sponsors. Zij kunnen nog wèl de enorme salarissen en afkoopsommen betalen. Clubs als Barcelona en Manchester United beschikken zelfs over twee gelijkwaardige elftallen. Al naar gelang de relevantie van de wedstrijden kunnen de trainers een goed team opstellen. Trainer Ferguson van Manchester United bedient zich al enige jaren van een zogenoemd rotatiesysteem. Zonder funeste gevolgen kan hij reservespelers opstellen – zo goed zijn die spelers in vergelijking met spelers van minder rijke clubs.

Barcelona en Arsenal speelden deze week in de Champions League tegen elkaar zonder een aantal hoogwaardige spelers. Die zaten namelijk op de reservebank en werden gespaard voor volgende wedstrijden. Spelers waaraan minder kapitaalkrachtige clubs nog veel plezier zouden kunnen hebben. Zelden spelen topelftallen daardoor nog in hun sterkste samenstelling.

De liefhebbers en supporters hebben dat maar te accepteren. Steeds minder zien ze hun favorieten schitteren. Tevergeefs hopen ze op topvoetbal. Op den duur worden ze kwaliteitsarm voetbal natuurlijk zat. Ze kijken niet meer of alleen nog uit verveling. Dan vallen ze in slaap en dromen ze van voetbalartiesten, van sterren die alleen nog in hun dromenland kunnen stralen.