Spotboycot

Televisiekijkend Nederland kan opgelucht ademhalen. Dr. Bob van het weinig verheffende reclamefilmpje van Cup a Soup mag blijven. Een fabrikant van schuifdeuren, normaal toch een plaats waar beginnende humoristen goed gedijen, wilde de naamsbekendheid wat opvijzelen door een klacht tegen de soepfabrikant in te dienen. De schuifdeuren slaan dr. Bob tegen de grond omdat een onderhoudsmonteur niet op tijd zijn kopje oplossoep heeft genuttigd. Zoals de verzamelde mosselvangers eerder in hun strijd tegen de Axa-reclame hebben gemerkt gooit de Reclame Code Commissie dergelijke klachten in de prullenbak.

Geen nood. De publiciteit heeft haar werk gedaan. Wie zou anders ooit van de klagende fabrikant Eldebe Waldoor Group hebben gehoord. En misschien zit er nog meer in het vat: verzekeraar Axa is na een (door de mosselvangers) verloren kort geding sponsor geworden van de mosselweek. Een mooie stimulans voor nog meer kleinzielige klagers.

Eigenlijk heeft maar één groep recht tot klagen bij de Reclame Code Commissie: de verzamelde kijkertjes. Uit een onderzoek van het Nipo blijkt dat maar liefst driekwart van de Nederlanders het reclame-aanbod veel te groot vindt. Niemand die het huidige Europese voetbal volgt, kan dat ontkennen.

Maar er is nog een andere weg dan klagen. Uit hetzelfde Nipo-onderzoek blijkt dat de spotjes nauwelijks effect hebben. Kopers kijken vooral naar de prijs. En die kan alleen maar laag zijn wanneer er niet veel wordt geadverteerd. Oplossing: boycot producten die te vaak op het scherm verschijnen. Zo effectief is de Reclame Code Commissie nooit geweest.