Schommelend de wereld zien

Vorige maand nam W.L.Idema afscheid van de Leidse Universiteit, waar hij sinds 1976 de leerstoel voor Chinese taal- en letterkunde bekleedde. Met zijn vertrek naar Harvard University, het walhalla van de westerse sinologie, komt er een voorlopig einde aan het onderzoek naar klassieke Chinese literatuur in Nederland. De bijdrage van Idema aan dit vakgebied is moeilijk te onderschatten. Wie zijn naam intypt in de catalogus van de Leidse universiteitsbibliotheek vindt 66 titels, waarvan er zo'n twintig betrekking hebben op in het Nederlands vertaalde Chinese verhalen, gedichten en toneelwerken. Voor dit oeuvre ontving Idema reeds in 1991 de Nijhoffprijs. In datzelfde jaar verscheen ook zijn indrukwekkende Spiegel van de klassieke Chinese poëzie (Meulenhoff), een bloemlezing van Chinese dichtkunst die in ruim 600 bladzijden een periode van ruwweg dertig eeuwen beslaat.

Al met al zal het een droevig afscheid geweest zijn in Leiden, vervuld van het soort weemoedige sentimenten dat klassieke Chinese dichters zo gaarne verwoorden, zoals in de onderstaande regels van de beroemde Wang Wei (699-761) uit het gedicht `Bij het aanschouwen van scheidenden', in de vertaling van (natuurlijk) W.L.Idema:

Wanneer het afscheidsmaal beëindigd is,

Zegt hij vaarwel aan vrienden en

verwanten (...)

Zijn wagen is al snel niet meer te zien –

Nog even soms het opgeworpen stof.

En wellicht dat achterblijvers wel wat van droefheid gevoeld hebben die spreekt uit de volgende regels:

Mijn droef gemoed zou ik zo graag

aan 't Westmeer willen klagen –

Het water schittert als een droom

en stroomt alsof het snikt.

En stroomt alsof het snikt –

Deze laatste strofe is ook van ene Wang Wei, maar dan niet van de beroemde natuurdichter uit de Tang-dynastie maar van een courtisane uit de zeventiende eeuw, wier naam toevallig hetzelfde wordt uitgesproken. De tekst is afkomstig uit het nieuwste boek van W.L.Idema, getiteld De onthoofde feministe, dat vlak voor zijn vertrek verscheen.

De onthoofde feministe is opnieuw een tour de force: het boek telt ruim 500 bladzijden en is volledig gewijd aan Chinese literatuur geschreven door vrouwen, vanaf het begin tot de val van het Chinese keizerrijk, een periode van zo'n tweeduizend jaar. De ietwat vreemde titel van het boek heeft betrekking op de beroemde revolutionaire dichteres Qiu Jin, die actief betrokken was bij de opstanden aan het einde van de laatste Chinese dynastie en die daarvoor in 1907 de doodstraf door onthoofding kreeg opgelegd. Anders dan de Spiegel van de klassieke Chinese poëzie beperkt De onthoofde feministe zich niet tot de dichtkunst en is er ook een groot aantal prozateksten in opgenomen. Bovendien gaat Idema uitgebreid in op de levensloop van de betreffende vrouwen en vertaalt hij alle mogelijke biografische documenten, zowel uit de officiële dynastieke geschiedenissen als uit populaire verhalen en overleveringen. Idema spreidt daarbij een enorme kennis van Chinese bronnen en een benijdenswaardige beheersing van de verschillende registers van de Chinese schrijftaal ten toon. De vertalingen zijn in de van hem bekende stijl, die zo getrouw mogelijk de ritmische kwaliteiten en het vaak barokke vocabulaire van het origineel weergeeft.

Dat de rol van de vrouw in het oude China, net als in vele andere culturen, een ondergeschikte was, is algemeen bekend. Veel Chinese vrouwen, met name in de hogere klassen, leidden een leven van afzondering van de buitenwereld, eerst in het ouderlijk huis, en vervolgens bij de familie van de man aan wie men was uitgehuwelijkt. De frustratie die dit voor geletterde vrouwen met zich bracht, is een van de thema's die in hun werk aan de orde komt, zoals in de onderstaande regels van Zhu Shuzhen (tweede helft twaalfde eeuw?):

Een schande is de vrouw die zich aan

letterkunde wijdt,(...)

Een gouden naald in stukken stikken

zij mijn hoogste eer!

Het verzameld werk van Zhu Shuzen werd thematisch ingedeeld: gedichten over de lente, de zomer, de herfst, de winter. Zoals Idema aangeeft was de voor mannelijke dichters gebruikelijke chronologische indeling zinloos: `De in binnenkamers weggesloten vrouw [...] kan slechts reageren op de beelden van de wisselende seizoenen die ieder jaar weer hetzelfde zijn.'

Een gedicht van Li Qingzhao (1084-1151), verreweg de beroemdste dichteres uit het oude China, beschrijft een van de manieren waarop jonge meisjes in staat werden gesteld iets van de buitenwereld te zien: schommelen.

Hoe hard heeft ze geschommeld!

Te moe haar kleren recht te trekken –

fijne, fijne handjes.

De dauw zo zwaar, de bloem zo rank:

Een waas van zweet dringt door

de dunne stof.

Overigens was, blijkens de verklaring van Idema, ook dit schommelen geïnstitutionaliseerd. Hoge schommels werden opgesteld in de tuinen op het feest van de derde dag van de derde maand. Meer dan om de dochters een blik op de wereld te gunnen, was het ritueel bedoeld om potentiële huwelijkskandidaten een blik op de dochters te gunnen.

Ondanks Idema's pogingen om de uitzonderlijke reputatie van Li Qingzhao enigszins in perspectief te plaatsen door te wijzen op de beperkingen van haar oeuvre, blijft zij verreweg de interessantste van alle door Idema behandelde schrijfsters. Dit is voornamelijk te danken aan het feit dat zij bij haar leven een lange autobiografische tekst schreef, die haar, meer dan andere schrijfsters, een eigen stem geeft. Idema's integrale vertaling van deze tekst is een van de hoogtepunten van De onthoofde feministe.

De afwisseling van vertalingen, commentaar en biografie maakt De onthoofde feministe, ondanks de omvang, een levendig en leesbaar boek. Dikwijls zijn de anekdotes over het leven van de vrouwen en de stereotiepe commentaren van de mannelijke critici nog intrigerender dan de literaire teksten zelf.

De grote verdienste van Idema's boek is dat het, zonder de onderdrukking van de vrouw in het traditionele China te ontkennen, een genuanceerd beeld geeft van de verschillende uitingsvormen van die onderdrukking in de verschillende tijdperken, alsmede van de wijze waarop vrouwen ermee omgingen en er bij tijd en wijle aan wisten te ontsnappen. Het is te hopen dat Idema, ondanks zijn vertrek naar Amerika, zijn Nederlandstalige activiteiten ook in de toekomst zal blijven voortzetten.

W.L.Idema: De onthoofde feministe. Atlas, 543 blz. ƒ79,90