Schimmelgif voor de hele wereld

De meest sinistere foto in Biohazard toont een vriendelijk gezelschap gewone mannen en vrouwen met hun kinderen, in een mild lentezonnetje opgesteld voor de fotograaf. Veel ballonnen, lachende gezichten. Onderwijzers van een basisschool in Almere, lijkt het. `Stepnogorsk, 1 mei 1985', staat eronder. `Anthrax wapenontwikkelaars en hun kinderen'.

Waarschijnlijk is niet beter zichtbaar te maken hoe de ontwikkeling van dodelijke bacterie- en viruswapens op den duur tot een volkomen alledaagse bezigheid wordt als daaraan door tienduizenden mensen ongestoord jaar in jaar uit wordt gewerkt. Biohazard beschrijft dat project: het uiterst geheime en ongekend agressieve Sovjet-programma voor de productie van biologische wapens waarvan het bestaan pas in 1989 bekend werd. Een ongekende schending van het internationale verdrag tegen de ontwikkeling van zulke wapens, dat dezelfde Sovjet-Unie met veel vertoon in 1972 had ondertekend.

Biohazard is het werk van een Russische overloper, niemand minder dan kolonel Alibekov, adjunct-directeur van het farmaceutische concern `Biopreparat' en als zodanig tweede verantwoordelijke van een dekmantelorganisatie met veertig vestigingen, waar meer dan 30.000 technici en wetenschappers werkten aan de ontwikkeling en productie van biologische wapens. Alibekov vroeg in oktober 1992 asiel in de Verenigde Staten en is daarna een jaar lang vrijwel dagelijks verhoord. Aan de Nederlandse media, deze krant incluis, is de portée van zijn huiveringwekkende onthullingen voorbijgegaan. Daarom is het een geluk dat Alibekov, tegenwoordig `Ken Alibek' geheten, zijn ervaringen nu met hulp van een ghostwriter te boek heeft gesteld.

Gele regen

Hoewel de Amerikaanse inlichtingendiensten na 1972 regelmatig lieten weten te vermoeden dat er nog steeds offensief biologisch onderzoek werd gedaan in de Sovjet-Unie, hebben die waarschuwingen nooit veel weerklank gevonden. Vage berichten over het gebruik van schimmelgiffen (de beruchte `gele regen') in Cambodja en Laos en hardnekkiger geruchten over een dodelijke anthrax-epidemie in Sverdlovsk werden snel en afdoende ontzenuwd. Algemeen was de indruk dat de Russen zich redelijk aan het verdrag van 1972 hielden. Bovendien leken biologische wapens te onbetrouwbaar om er een leger mee uit te rusten.

Aan deze gemoedsrust kwam een eind toen in oktober 1989 de Russische bioloog dr. Vladimir Pasechnik tijdens een dienstreis in Frankrijk overliep naar het Westen. Pasechnik was hoofd van het `Instituut voor ultra-pure bio-preparaten' in Leningrad waar, bleek achteraf, gewerkt werd aan het drogen en stabiliseren van diverse dodelijke bacteriën om die in wapens te kunnen gebruiken. Pasechnik zelf had kruisraketten geschikt gemaakt voor de verspreiding van bacteriën en virussen. Hij onthulde dat de Sovjets onder de dekmantel van Biopreparat een offensief programma van ongekende omvang hadden opgezet en bacteriën en virussen ontwikkelden die bestand waren tegen gangbare Westerse vaccins en antibiotica. Er waren reusachtige voorraden van aangelegd.

Zó verontrustend waren Pasechniks onthullingen dat de VS en Engeland in april 1990 besloten tot een zeldzame démarche bij het Russische ministerie van buitenlandse zaken. In juni stond de kwestie centraal in de besprekingen tussen Bush en Gorbatsjov in Washington, en die tussen Thatcher en Gorbatsjov in Moskou, een week later. Gorbatsjov ontkende, maar stemde in met inspectie. In januari 1991 bezocht een ploeg van vijftien Amerikaanse en Britse experts vier Biopreparat-vestigingen. Ze werden rondgeleid door de arts dr. Kanatjan Alibekov, deskundig, maar bot en ontwijkend. Het werd een harde confrontatie die zelfs in een handgemeen ontaardde toen een Britse inlichtingenman beslist een zaal wilde onderzoeken die de Russen gesloten wensten te houden. Al met al leverde de inspectie geen harde bewijzen voor een offensief programma op. Omgekeerd vonden de Russen, die in december 1991 onder leiding van Alibekov een tegenbezoek aflegden, geen bewijs dat de Amerikanen niet aan een offensief programma werkten.

Golfoorlog

Van deze activiteiten drong niets door tot de media. Die hadden de handen vol aan de val van de Berlijnse muur, de omwenteling in Oost-Europa, de Iraakse inval in Koeweit en de Golfoorlog. De Amerikaanse en Britse regeringen hadden stille diplomatie toegezegd, want Gorbatsjov moest als partner behouden blijven. Toen hij na de augustus-coup verdween en de Sovjet-Unie in december 1991 ophield te bestaan brak een nieuw tijdperk aan.

Al in februari 1992 gaf Jeltsin toe dat de oude Sovjet-Unie wel degelijk een offensief BW-programma had, en in april maakte hij er per decreet een einde aan: Rusland zou zich voortaan houden aan de conventie van 1972. In mei erkent Jeltsin bovendien in een interview dat het anthrax-ongeluk in Sverdlovsk inderdaad te maken had met wapenontwikkeling. De Amerikaanse kranten melden het sensationele nieuws slechts terloops, het besef dat er iets gruwelijks gaande was in de oude Sovjet-Unie dringt niet door.

Zelfs als Pasechnik zich in januari 1993 door de BBC en het weekblad The Spectator laat interviewen blijven zijn onthullingen grotendeels beperkt tot Europa. De Amerikaanse dagbladen missen het nieuws volkomen, alleen Newsweek meldt `to have learned' dat er nòg iemand van Biopreparat was overgelopen, hoger geplaatst dan Pasechnik. Maar ook dat opwindende detail krijgt, vreemd genoeg, geen vervolg en het wordt weer stil rond Pasechnik. Afgaande op het vakblad Bioseparation werkt hij tegenwoordig in het Britse instituut voor chemische en biologische oorlogvoering in Porto Down.

Vijf jaar lang is er bijna niets meer over Biopreparat gepubliceerd. Tussen 1993 en 1998 verschijnen er alleen artikelen over het Sverdlovsk-ongeluk en het lopende anthrax-programma van de Russen. In mei 1993 tonen vier Russische patholoog-anatomen in een Amerikaans wetenschappelijk blad – enigszins ten overvloede – aan dat de beruchte anthrax-besmetting onmogelijk door het eten van besmet vlees kon zijn veroorzaakt: het was duidelijk een luchtweginfectie en geen darminfectie. Het weekblad Science legt in 1994 uiteindelijk het onweerlegbare verband tusen de epidemie en een geheim onderzoeksinstituut in Sverdlovsk.

Commotie

Echte commotie ontstaat voor het eerst op 25 februari 1998, als de overloper wiens bestaan door Newsweek was aangekondigd, in levende lijve verschijnt in het programma Prime Time Live van ABC News en dezelfde dag wordt geinterviewd door de New York Times. De `defector' blijkt niemand minder dan kolonel Alibekov, adjunct-directeur van Biopreparat.

Wat Alibekov vorig jaar februari, en twee weken later in een interview met The New Yorker van 9 maart onthulde over het reusachtige Biopreparat-programma, is zonder overdrijving huiveringwekkend te noemen. Zonder dat de Westerse inlichtingendiensten ooit ook maar enig idee kregen van de omvang van het programma werkte de Sovjet-Unie sinds 1973 aan de ontwikkeling van een biologisch wapenarsenaal dat zijn weerga niet kent. Toen Jeltsin er in 1992 een eind aan maakte lagen er honderden tonnen anthrax en tientallen tonnen pest-bacteriën en pokkenvirus klaar om te worden ingeladen in bommen, intercontinentale raketten (SS-18's) en kruisraketten. Met het arsenaal was de gehele wereldbevolking vele malen opnieuw te doden.

Biohazard voegt aan technische details niet zo heel veel toe aan wat inmiddels uit interviews bekend is, de verdienste van het boek zit hem vooral in de schildering van het afschuwelijke cynisme waarmee de plannen werden beraamd en de eindeloze machinaties waarmee het programma in stand werd gehouden en werd uitgebreid. Dat er in 1972 een verdrag tegen biologische wapens was gesloten beschouwde Brezjnev als een goede aanleiding om een groot biologisch programa te beginnen. Toen de wereldgezondheids-organisatie WHO de wereld in 1980 `pokkenvrij' verklaarde en voorstelde de laatste voorraden pokkenvirus te vernietigen was dat voor de Russen hèt moment om pokken in het wapenprogramma op te nemen. Voortaan zou immers niemand meer tegen pokken worden ingeënt. Als Biopreparat-onderzoeker Nikolai Ustinov zich in 1988 bij een dierproef met het beruchte Marburg-virus (verwant aan Ebola) in zijn hand prikt en dagen later een gruwelijke dood sterft verzuimt men niet het virus uit het lijk terug te winnen. De ervaring heeft immers geleerd dat virussen, groeiend in het menselijk lichaam, een stuk virulenter worden. Dat blijkt ook zo te zijn en de Marburg-stam `variant U' is prompt in productie genomen.

Als tegen 1989 duidelijk wordt dat de Sovjet-Unie niet aan inspecties zal ontkomen besluit Gorbatsjov tot de bouw van mobiele productie-eenheden die niet langer zijn te traceren. Jeltsin heeft opdracht gegeven het wapenprogramma te beëindigen maar ook regelmatig laten weten er niet zeker van te zijn of dat ook gebeurt. Alibekov gelooft van niet. Als geen ander weet hij hoe goed het Russische ministerie van defensie (de supervisor van het `civiele' Biopreparat-programma) er in slaagde zijn activiteiten geheim te houden. Zelfs in Moskou wist maar een handjevol mensen van de werkelijke bezigheden van Biopreparat.

Uit recente publicaties van zijn vroegere collega's leidt Alibekov af dat nog steeds wordt vastgehouden aan onderzoekslijnen waarvoor hij destijds toestemming gaf. Eén daarvan is de ontwikkeling van `chimere-virussen', zoals een pokkenvirus waarin het genetisch materiaal van een ander gevaarlijk hersenaantastend virus (VEE) is opgenomen, zodat een soort superwapen ontstaat. Ook tot de ontwikkeling van vaccin-resistente anthrax-stammen was al tijdens Alibekovs bewind besloten.

Uit Westerse bezoeken aan een deel van de Biopreparat-vestigingen is gebleken dat er tegenwoordig voor een deel zeker toelaatbaar werk wordt gedaan en dat flink in het personeelsbestand is gesnoeid. Geruststellend is dat laatste nauwelijks: landen als Irak en Iran nemen de nieuwe werklozen graag in dienst. Alibekov kreeg al aanbiedingen uit Frankrijk, Israel en Zuid-Korea.

Ken Alibek en Stephen Handelman: Biohazard. The chilling true story of the largest covert biological weapons program in the world, told from the inside by the man who ran it. Hutchinson, 336 blz. ƒ70,15