Rome zoekt zijn kleur

De Sint Pieter en veel andere gebouwen in Rome worden gerestaureerd in nieuwe, `historische verantwoorde' kleuren. Daarmee wordt Rome zijn geschiedenis afgenomen, vinden de critici.

Er bestaat geen overdoen, heeft Olivier B. Bommel eens gezegd. Je kan het leven niet herhalen. Deze eenvoudige levensles kan tot diepgaande discussies leiden onder restaurateurs van gebouwen, die onherroepelijk onderhevig zijn aan de invloeden van de tijd. Bijvoorbeeld: mag je de geschiedenis corrigeren door latere toevoegingen weg te halen? Als het daarbij om vuil en duivenpoep gaat, zal bijna iedereen ja roepen. Maar wat als het wijzigingen zijn die door een andere kunstenaar zijn bedacht? Een verwante vraag: mag je een gebouw weer als nieuw maken, overdoen, alsof er geen eeuwen overheen zijn gegaan? Kan dat ook, of is het pretentieus om te denken dat je weet hoe iets er eeuwen geleden heeft uitgezien?

Dit zijn de hoofdthema's in het felle debat over de restauratie van de voorgevel van de Sint Pieter. Gisteren is met wereldlijk en religieus vuurwerk (een Te Deum) de nieuwe façade begroet waarmee de kerk het jubeljaar 2000 ingaat. De restauratie was een enorme ingreep: met zijn bijna zevenduizend vierkante meter is de gevel ongeveer zo groot als een voetbalveld. Honderdvijftig mannen en vrouwen in lange gele jassen hebben dat allemaal met de hand schoongemaakt en waar nodig bijgewerkt. ,,Het is de restauratie van de eeuw'', zegt de woordvoerder van het Vaticaan trots.

Maar lang niet iedereen is tevreden. Ze hebben er een `Hans-en-Grietje'-gebouw van gemaakt, antwoordt de gezaghebbende kunsthistoricus Carlo Bertelli. En de abstracte Romeinse schilder Achille Perilli roept boos: ,,Dit is het laatste bewijs dat de stad aan het veranderen is in één grote bonbondoos.''

Denigrerend praat Perilli over de `kleurtjes' waarmee steeds meer historische gebouwen in Rome worden opgeknapt. Pasteltinten als lichtbauw, roze, zachtgroen. Het uniforme kleurenbeeld dat in de negentiende eeuw is opgebouwd, met oker als een dominerende kleur, is in snel tempo aan het verdwijnen. ,,Er bestond een bewust gekozen, samenhangende kleurstijl'', zegt Perilli. ,,Die is doorbroken en nu is de eenheid van de stad aan het verdwijnen. Ieder nieuw palazzo dat wordt gerestaureerd is een klap voor Rome. Ook de Sint Pieter.''

In het debat gaat niet alleen meer om techniek, om gevonden verfdeeltjes en historische documenten, het gaat om de psyche. Bertelli en Perilli hebben al een lang leven achter zich, en dat wordt tegen hen gebruikt. Kunstcriticus Bruno Zanardi schreef in Il Sole 24 Ore dat Bertelli er moeite mee heeft om te zien hoe de tijd wordt teruggedraaid omdat dat `de buitengewone kwetsbaarheid en kortheid van onze levens laat zien.' De boodschap: ze kunnen niet tegen verandering en willen dat alles blijft zoals het was.

Bertelli laat dit niet op zich zitten. Wie alles in zijn oorspronkelijke staat wil herstellen, koestert het waanidee dat hij het leven opnieuw kan beginnen, zegt hij. ,,Maar je kan de geschiedenis niet wegvegen. En bovendien ben ik ervan overtuigd dat dit weinig te maken heeft met `authentiek'. Het is juist een vorm van restaureren die het verleden wil aanpassen aan de contemporaine smaak.'' Zaterdag schreef hij: ,,Van alle kerken ter wereld is de Sint Pieter degene die het meest op tv te zien is. Nu, met de beautification van de gevel, heeft het beeld van de televisie het gewonnen van het echte monument.''

Schok

Het zijn stevige uitspraken, maar je krijgt ook een schok als je het Sint Pietersplein oploopt. Aan het einde daarvan staat eigenlijk een nieuwe kerk die je nooit eerder hebt gezien. De vormen zijn meetkundig gezien gelijk gebleven. Maar er zijn kleuren op de gevel gekomen, die kleuren spelen met de vormen, en daarom lijken ook de vormen veranderd.

De gevel wordt op tweederde door een lijst onderbroken. Het gedeelte daaronder heeft een lichte pastelkleur gekregen die ergens tussen tabaksbruin en okergeel in zit. De vertrouwde grauwsluier van vroeger die van de voorgevel een monochrome geel-grijze eenheid maakte, is doorbroken: de pilaren die tegen de gevel aan zijn geplakt, zijn wit. Door die kleurverschillen lijkt het alsof de pilaren los zijn komen te staan van de façade.

Datzelfde effect treedt op door het kleurverschil met de grote attico boven de lijst waarin paus Paulus V zijn naam heeft laten vereeuwigen. Het timpaan boven de centrale ingang heeft de kleur gekregen van het onderste gedeelte, maar de rest is wit gebleven. Ineens bestaat de façade van 's werelds beroemdste kerk uit duidelijk onderscheiden vlakken.

Als je mensen op het plein naar hun oordeel vraagt, antwoordt een enkeling dat hij het maar niets vindt. De meesten vinden het `wel mooi'. Op een steenworp afstand van de zuilengalerij om het plein hebben de restaurateurs dinsdag uitgelegd dat zij de historisch meest verantwoordelijke oplossing hebben gekozen. ,,De façade ziet er nu uit zoals (architect Carlo) Maderno hem heeft ontworpen'', zei Daniel Pergolizi, een van de medewerkers van de Fabbrica di San Pietro, de Vaticaanse organisatie die verantwoordelijk is voor het gebouw.

Dat is niet helemaal waar. Zo twijfelen critici als Bertelli eraan of Maderno die kleurverschillen heeft gewild. Om die twijfel te ontzenuwen had Sandro Benedetti, de baas van de Fabbrica di San Pietro, van alles meegenomen naar de persconferentie, afgelopen dinsdag. Foto's waaruit bleek dat onder de laag roet en vuil bruine kleurresten zijn gevonden. Reçu's voor de aankoop door Maderna van honderden penselen, en een bewijs van betaling uit 1606 voor een schilder die de houten maquette van het gebouw had geverfd, om te laten zien hoe het zou worden. Verder toonde hij twee schilderijen uit de eerste helft van zeventiende eeuw, vlak nadat de gevel was voltooid. Daarop is duidelijk een gekleurde façade te zien is. ,,De kleur zat er al en is daar aangebracht door Maderno,'' zei Benedetti.

Hij wordt boos als mensen zeggen dat hij de gevel heeft overgeverfd. `Bijgewerkt' is het correcte woord. Jammer alleen dat een medewerker van de staatsenergieholding Eni, die de restauratie met ongeveer tien miljoen gulden en veel technische bijstand heeft gesponsord, zich anders heeft uitgelaten. ,,We dachten dat we de gevel alleen maar hoefden schoon te maken om haar in haar originele staat te herstellen,'' zei Daniela Viglione. ,,Maar bij controles is tussen de laag vuil en de travertijnsteen op sommige plaatsen een gekleurde tussenlaag ontdekt. Daarop hebben we besloten de gevel helemaal opnieuw te verven.''

Los van het verschil tussen oververven of bijwerken heeft Benedetti de meeste kunsthistorici overtuigd van het gekleurd-zijn van de façade. Maar dat maakt de keus aanvechtbaar om het bovenste gedeelte, de attico, niet mee te nemen. Benedetti zegt dat daar helemaal geen kleurresten zijn aantroffen omdat dat gedeelte van de gevel veel sterker te lijden heeft gehad onder het weer. Zijn hoofddoel bij de restauratie, conserveren, was daar niet mogelijk, want er waren geen verfresten om te bewaren.

Wat wel bewaard is, na herontdekking, zijn de groene en rode vlakken bij de pauselijke Loggia delle benedizioni, het balkon waar de paus op kerkelijke hoogtijdagen zijn zegen Urbi et orbi uitspreekt. Die zijn ongeveer anderhalve eeuw na Maderno aangedacht, om deze loggia meer nadruk te geven. Ze zijn niet weggehaald, zegt Benedetti, omdat ze bij de geschiedenis van het gebouw horen. Benedetti's uitspraken laten volgens Bertelli `een zeer aanvechtbaar gebruik van het argument van historische authenticiteit' zien. Hij vindt dat met al dat kleurenverschil de `plechtige eenheid' van de gevel is vernietigd. ,,Ze hebben simpelweg een laag van de geschiedenis van de kerk weggeveegd,'' zegt hij. ,,Net zoals ze met heel Rome aan het doen zijn.''

Geheugen

De Italiaanse hoofdstad is in hoog tempo van kleur aan het veranderen. Bij veel restauraties wordt het vertrouwde oker, met een sterke ondertoon van rood, vervangen door kleuren die volgens documenten of technisch onderzoek teruggaan op de zeventiende of achttiende eeuw. Wat historici de chromatische eenheid van de stad noemen is aan het verdwijnen. ,,Ze zijn ons historische geheugen aan het vernietigen,'' waarschuwde enige tijd geleden Guido Strazza, oud-directeur van de Academie voor Schone Kunsten. Bertelli zegt dat de restaurateurs lijden aan `een snoepjessmaak' wegens het grote scala aan pasteltinten dat overal in de stad opduikt. Schamper hebben tijdschriften geschreven dat Rome er even kleurig uit begint te zien als een winkel van Benetton. De unieke eenheid van kleur, die je nergens anders in Italië aantreft, is voorbij.

Daar is niet alleen maar kritiek op. Een gevarieerd kleurenschema hoort volgens sommige architecten bij een stad. Kunsthistorici verdedigen de authenticiteit van de nieuwe kleuren. We zijn de geschiedenis niet aan het wegpoetsen, maar juist aan het herstellen, zegt bijvoorbeeld Michele Cordaro, directeur van het Centrale Instituut voor Restauratie. ,,Gebouwen waren verschillend van kleur, afhankelijk van hun functie,'' zegt hij. ,,Een bepaalde kleur was ook bedoeld om macht uit te stralen en te contrasteren met de kleurtonen van gewone woningen.''

Deze symboolfunctie wil hij weer herstellen, want `restaureren' is in zijn ogen veel te lang synoniem geweest met `schoonmaken'. Het kleurenscala van vroeger eeuwen is verloren gegaan onder een grote grauwsluier. Daarom veroorzaakt restauratie vaak grote verrassingen. Als voorbeeld noemt Cordaro het complex van San Michele langs de Tiber, waar een deel van het ministerie van Cultuur is ondergebracht. Dat is na de restauratie een zeer opvallend oranje-roze gebouw geworden.

Het voorbeeld is bewust gekozen, want San Michele is, ondanks zijn eruit springende kleur, weinig omstreden. Het is een enorm complex en ligt aan het water, waardoor hier nauwelijks sprake is van een verstoorde kleurenbalans met omringende gebouwen. Maar elders maken de herontdekte kleuren felle discussies los. Bij het Quirinaal bijvoorbeeld, het overwegend okerkleurige presidentiële paleis in het hart van Rome. Dat wordt gerestaureerd in blauwtonen die duidelijk contrasteren met de omgeving. Of het Theater van Marcellus, dat ineens wel erg wit is geworden. Of de kerk van San Carlo aan de via del Corso, met een ivoorkleurige voorgevel en kastanjebruine zuilen – een blad noemde het schertsend een kop cappucino met slagroom. Ook zachtgeel en parelgrijs duiken ineens op in het stadsbeeld.

De authenticiteit waarop restaurateurs zich beroepen, blijkt een rekbaar begrip te zijn. Als het nodig is, worden ook de ideeën van Michelangelo genegeerd. Zoals bij de restauratie van het Senatorenpaleis op het Capitool, het door Michelangelo ontworpen plein waar Rome zou zijn gesticht. Michelangelo wilde dat gebouw in de steenkleur van travertijn. Maar in die kleur zou het gebouw hebben gevloekt bij de twee andere gebouwen aan dit harmonieuze plein. Daarom is bij de restauratie in 1995 de reis terug in de tijd stilgezet bij eind zeventiende eeuw. Er zit wel travertijn in de gevel, maar de overwegende kleur is oker, met een hint van roze.

Het belangrijkste punt van kritiek op de restauraties is dat de harmonie met de omringende gebouwen is verstoord. Dat geldt bijvoorbeeld op de piazza Montecitorio, voor het parlement, waar de pasteltinten eerder met elkaar concurreren dan elkaar aanvullen. Die contrasten zijn ook zichtbaar op Largo Argentina, het drukke plein in het centrum waar de schilder Perilli op uitkijkt. ,,Ik zie hier allerlei gebouwen naast elkaar staan die elkaar niets meer te zeggen hebben,'' zegt hij. ,,Het evenwicht is verbroken. De geschiedenis van Rome zoals dat is gegroeid na de eenwording, wordt ons afgenomen.''

Omdat de Italiaanse eenwording wortelt in de noordwestelijke regio Piemonte, zijn er veel invloeden uit die tijd zichtbaar in de gebouwen die werden neergezet toen Rome in 1870 de hoofdstad van Italië werd. De Piemontezen brachten een voorkeur voor oker mee. In de bouwgolf in de snel groeiende hoofdstad groeide de behoefte aan goedkope woningen met goedkope kleuren. Daarvoor werd vaak een soort stucwerk gebruikt die werd vermengd met de Siena-rode aarde. ,,Het was goedkoop, maar omdat de Romeinse schilders heel zuinig waren met hun lijm, verkleurde dat ook snel,'' zegt Perilli. Oker en siena-rood zijn voor hem de echte kleuren van Rome. ,,Er is fel licht in Rome, een harde zon, daarom moet je hier robuuste, solide kleuren hebben. Die zogenaamde nieuwe kleurtjes zijn veel te delicaat voor deze stad.''

Zijn strijd is een achterhoedegevecht geworden. Het principebesluit blijft om bij restauratie voorrang te geven aan de barokkleuren van vroeger. De problemen van felle contrasten tussen gebouwen worden opgelost, zo hebben de autoriteiten beloofd, door betere onderling contact en overleg over de verschillende restauratieplannen. Kunsthistoricus Vittorio Sgarbi is tevreden: ,,Eindelijk begint men iets te doen aan dat uniforme geel-rode van Rome, dat berust op een schijn-historische gedachte.'' Maar collega's als Carlo Bertelli kunnen moeilijk afscheid nemen van het vertrouwde beeld. ,,Deze manier van restaureren verbreekt de eenheid van de stad,'' zegt hij. ,,De stad is nu vol episodes die geen enkel verband hebben met elkaar. De plastische eenheid is verloren gegaan. Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar ik hoop dat de vervuiling mijn bondgenoot wordt. Dat deze excessieve vorm van restauratie wordt gecorrigeerd door het vuil en het stof.''

`Die nieuwe kleurtjes zijn veel te delicaat voor deze stad'

`Rome is in één grote bonbondoos aan het veranderen'