Provincie geïnspireerd door VS

De commissie-Van Dijk publiceerde vandaag haar onderzoeksrapport naar de `bankierspraktijken' bij de provincie Zuid-Holland. Een reconstructie aan de hand van citaten uit het rapport.

Augustus 1988. Staatssecretaris De Graaff-Nauta en minister Van Dijk (Binnenlandse Zaken) geven de provincies toestemming `overschotten aan kasmiddelen kortlopend uit te zetten'.

15 september 1988. Provinciale Staten van Zuid-Holland verklaren Gedeputeerde Staten bevoegd om `gelden kortlopend aan te trekken of uit te zetten'. De begrenzing in tijd is twee jaar, in omvang 200 miljoen gulden. De achterliggende gedachte is dat de provincie op die manier dure leningen kan afkopen en oversluiten naar leningen met een lagere rente.

22 maart 1991. Gedeputeerde Staten stellen het besluit Selectiecriteria geldmarktpartijen vast, waarin nauw wordt gedefinieerd welke – degelijke – partijen voor leningen in aanmerking komen.

Augustus 1993. Gedeputeerde Brouwer (Financiën, PvdA) maakt op een studiereis in de VS kennis met de bestseller van Ted Gaebler en David Osborne, Reinventing the Government. Brouwer en het hoofd van de afdeling Financiën gaan daarna nog eens terug naar Californië om ter plaatse te zien hoe aan dit ideaal vorm wordt gegeven.

Augustus 1994. Zuid-Holland buigt zich over het eigen Projectplan Reinventing Government. Toenmalig griffier B. van der Hart: ,,Iedereen werd uitgedaagd om met creatieve ideeën te komen. Het voorstel om te gaan bankieren was daar één van.''

24 oktober 1995. Refererend aan de in 1988 mogelijk geworden `leencultuur' lanceert ambtenaar Karel Baarspul `vertrouwelijk' het idee om als provincie te gaan bankieren. Baarspul is sinds eind jaren tachtig belast met het beheer van het kasgeld, waarmee af en toe leningen aan instellingen worden verstrekt. Het plan dat Baarspul voorlegt aan GS behelst dat de provincie ook geld gaat lenen om dat vervolgens tegen hogere rente weer uit te lenen. Hij verwacht dat de provincie op die manier een bescheiden winst kan maken, van circa een half miljoen gulden op jaarbasis. Commissaris Leemhuis is tegen deze constructie, maar wordt `overruled' door de gedeputeerden. De `bankiers-notitie' van de gedeputeerden eindigt met de slotzinnen: ,,Risicoloos, winstgevend voor alle betrokken partijen, voorziet in een behoefte, doet niemand oneigenlijke concurrentie aan en is ethisch verantwoord. En de provincie is echt niet de enige overheid die zo optreedt.'' Het besluit wordt niet naar het ministerie gezonden, terwijl dat volgens artikel 192 van de Provinciewet had moeten gebeuren. Met Leemhuis' instemming wordt besloten de bankiersactiviteiten vertrouwelijk te houden, waardoor Provinciale Staten feitelijk niet meer in staat zijn controle uit te oefenen. De daarop volgende drie jaar bankiert Baarspul voortreffelijk. De winst loopt op tot een verwacht resultaat van negen miljoen dit jaar. De commissie-Van Dijk kenschetst het besluit van GS als `uitmuntend door beknoptheid en ondoorgrondelijkheid'.

Oktober 1996. Routine-onderzoek van het ministerie van Financiën leidt tot argwaan op dit departement. Financiën waarschuwt Binnenlandse Zaken dat Zuid-Holland opmerkelijk veel in- en uitleent.

April en juni 1997. Binnenlandse Zaken wil nadere uitleg van Zuid-Holland. In overleg tussen ambtenaren van departement en provincie wordt meermalen de verzekering gegeven dat er bij het in- en uitlenen absoluut geen sprake is van risico's.

23 december 1997. Baarspul verschaft voor de vijfde maal een lening aan handelshuis Ceteco, van 12,5 miljoen gulden, die op 14 mei 1999 moet zijn terugbetaald. De eerste lening kreeg Ceteco in 1995.

2 juli 1998. Opnieuw zetten Baarspul en Ceteco een handtekening onder een lening. Ditmaal krijgt het bedrijf 35 miljoen, die op 19 oktober 1999 moet zijn terugbetaald.

9 juli 1998. De zogenoemde `samba-crisis' in Latijns-Amerika grijpt om zich heen en treft Ceteco vol. Ceteco geeft een zogeheten winstwaarschuwing af voor de aandeelhouders. Zuid-Holland vreest niet, want Ceteco betaalt keurig de rente.

29 december 1998. Het gaat slecht met Ceteco. Baarspul voorziet problemen en voert overleg met zijn chef Bloemendaal, hetgeen leidt tot het vorderen van dertig miljoen gulden. Ceteco kan daaraan niet voldoen. Enkele dagen later doet de onderneming het aanbod de schuld te vereffenen door de provincie aandelen aan te bieden. Baarspul accepteert dat niet en schrijft: ,,U dient te begrijpen dat dit voorstel onaanvaardbaar is. De provincie is geen geld- c.q. kapitaalverschaffer van bedrijven. Een bedrijf komt enkel als partij voor de provincie aan de orde indien de provincie uit haar normale geldstroom tijdelijk gelden over of tekort heeft. Alleen op grond van de wet is het verstrekken van gelden aan bedrijven met een ander doel dan een alternatief voor een tijdelijk bankdeposito strikt verboden.''

11 februari 1999. Ceteco laat Baarspul weten dat het niet meer aan de verplichtingen kan voldoen. Enkele dagen later vertrekt gedeputeerde Brouwer, die op de hoogte moet zijn geweest van het fiasco, naar accountantskantoor KPMG in Den Haag.

April 1999. Bij Binnenlandse Zaken komt een tip binnen dat Zuid-Holland geld verstrekt aan particuliere bedrijven. De zaak wordt gemeld aan minister Peper. De ambtenaren op Binnenlandse Zaken weten op grond van eerdere gesprekken tot dan toe niet beter dan dat Zuid-Holland `risicoloos' handelde. Peper neemt contact op met griffier Korff (VVD), de hoogste ambtenaar van de provincie. Ruim twee weken later laat Korff aan Peper weten dat hij de zaak zal natrekken.

14 mei 1999. De looptijd van Ceteco's eerste lening is verstreken, maar de provincie heeft nog niets ontvangen.

15 juni 1999. Baarspul lijkt de gaten creatief te willen gaan dichten. Hij legt Leemhuis een plan voor om de Waterschapsbank `een toekomstlening met vooraf overeengekomen rente' in het vooruitzicht te stellen. Leemhuis weet er niet goed raad mee en houdt het plan een paar weken in beraad, tot ze de zaak voorlegt aan Brouwers opvolger De Jong. Die reageert nog dezelfde dag – 2 juli – met de opmerking: ,,Zo dol heb ik het nog nooit meegemaakt.''

Begin juli 1999. Ceteco laat weten geen rente meer te kunnen betalen. De provincie heeft twee leningen aan Ceteco uitstaan, samen goed voor 47,5 miljoen.

Juli 1999. Stukje bij beetje komt naar buiten dat de provincie Zuid-Holland jarenlang als `bankier' heeft optreden. Het geheime besluit van 24 oktober 1995 komt naar buiten, plus eerst een bedrag van 500 miljoen waarmee Zuid-Holland zou hebben `gebankierd' en enkele dagen later van in totaal 1,7 miljard die de provincie aan leningen heeft uitstaan. Ook wordt bekend dat de provincie voor de eigen huisvesting eveneens heeft gebankierd door 90 miljoen gulden te lenen aan GCI, de Duitse eigenaar van het nieuwe gebouw. De provincie verdient op die manier enkele miljoenen als tussenhandelaar en GCI is goedkoper uit dan op de kapitaalmarkt. Gedeputeerde De Jong treedt op 23 juli af. Hij wordt opgevolgd door partijgenoot Huizer.

27 juli 1999. Oud-minister Van Dijk (CDA), econoom van huis uit, gaat een onderzoek leiden naar de financiële praktijken van de provincie Zuid-Holland.

10 september 1999. Ambtenaar Baarspul wordt geschorst door GS.

1 oktober 1999. De commissie-Van Dijk publiceert haar bevindingen.