Orang-oetans durven niet buiten te spelen

Karl (39) en Radja (36) en hun dochter Katja (2) zijn pas geleden verhuisd van Rotterdam naar Apeldoorn. Ze hebben nu een grotere tuin dan vroeger. Toch spelen ze niet vaak buiten. Ze vinden de tuin te eng, denken hun verzorgers.

Karl, Radja en Katja zijn orang-oetans, oranje-bruine mensapen. Ze woonden vroeger in de Rotterdamse dierentuin Blijdorp met Sylvia (33) en Barbara (37). Sinds twee maanden wonen de vijf in de Apenheul, een dierentuin in Apeldoorn. Maar ze zijn nog niet gewend. De nieuwe klimtuin in de Apenheul is heel groot: duizend vierkante meter. In geen enkele andere dierentuin kunnen orang-oetans zo ver klimmen. Maar Karl, Radja, Katja en de anderen blijven toch liever binnen. Ook al is het nog zulk mooi weer. De zon scheen begin deze maand nog volop, maar buiten spelen, ho maar. Karl en Radja gingen alleen af en toe in de deuropening zitten om naar buiten te kijken.

Dat is raar, want orang-oetans houden erg van klimmen. Wilde orang-oetans leven in het tropisch oerwoud in boomtoppen. Daar eten ze, en daar slapen ze ook, op zelfgemaakte bedjes van takken en bladeren. Als ze op reis gaan, klimmen ze van boom tot boom. Ze hebben een hekel aan gewoon lopen. Alleen als het per se moet, komen ze op de grond. Als de takken te dun zijn om te klimmen, bijvoorbeeld.

De mensen van de Apenheul hebben geprobeerd om een oerwoud na te maken. Gewone bomen zouden niet lang in leven blijven, omdat de orang-oetans alle takken zouden afbreken om er bedjes van te maken. Daar hebben de mensen van de Apenheul iets op verzonnen: ze hebben hoge houten palen aan elkaar verbonden met touwen. Daartussen hebben ze buigzame palen van kunststof neergezet, zodat de apen lekker heen en weer kunnen zwiepen. De tuin is een doolhof van acht met elkaar verbonden eilanden. De orang-oetans kunnen er lang in ronddwalen.

Het ontwerpen van de klimtuin was best moeilijk. Want orang-oetans zijn niet alleen goed in klimmen, ze kunnen ook goed slopen. Ze zijn sterk, slim en geduldig. Een schroef lospeuteren vinden ze een leuk karwei. Daarom moest alles extra vast worden gezet.

Dat Karl, Radja, Katja en de anderen nog niet zo vaak spelen in die fijne nieuwe klimtuin, komt doordat ze een beetje bang zijn voor de open lucht, denken de verzorgers. Ze hebben bijna altijd onder een dak van tralies gewoond. ,,De hemel kan wel op je kop vallen'', denken ze misschien.

De verzorgers hopen dat de orang-oetans snel aan hun nieuwe omgeving wennen. Anders is alle moeite voor niets geweest. Daarom verstoppen ze lekkere pitjes in de bomen, en leggen ze er speeltjes neer. Een rol toiletpapier bijvoorbeeld. Op een zondagmiddag eerder deze maand, werkt die methode bij Sylvia inderdaad. Ze heeft een rol ontdekt. Ze rafelt hem helemaal uit en stopt stukjes papier in haar mond. Maar in de nepbomen klimt ze nog niet.