Nee, Doorman

Nee, Doorman, dat geef ik toe,

in mijn poëzie valt weinig te lachen.

Daar hebben we andere mensen voor,

die uit gebrek aan taal

een spraakgebrek nadoen.

Wat mij verbaast is de schraalte

van je verhemelte. Jij wou op je eentje

de ziel afschaffen,

en dat kan ik me voorstellen.

Ik kwam haar deze week nog vier keer tegen,

bij Montale, Borges, Paz en Descartes:

ouderwets zul je zeggen. Wat een

armoe!

Woorden sterven niet,

ze veranderen alleen maar van inhoud.

God was dood weet ik nog, maar hij heeft,

zoals je weet,

nog steeds een naam.

Bij dit alles denk ik

aan die zeeman,

hij met het veel te grote zeil

die zo hard voor de wind voer

dat zijn schip in een klip smolt.

Cees Nooteboom, San Luis

(Naar aanleiding van `Lachen is taboe', bespreking door Maarten Doorman van Cees Nootebooms bundel `Zo kon het zijn', in Boeken 30.7.99)