Lekker potje oorlog

Vergezeld van een behoorlijke hype, etalages vol verpakkingen, posters & `reserveer nu'-borden en grote verhalen in de gamesbladen en zelfs een nachtelijke rij voor de deur van een winkel, verscheen enkele weken geleden de nieuwe aflevering in de Command and Conquer-serie: Tiberian Sun.

Al die commotie kwam niet uit de lucht vallen. Command and Conquer was een van de grondleggers van het real-time-strategy genre en heeft erg veel bijgedragen aan de populariteit daarvan. De vorige aflevering, Red Alert, is al weer drie jaar oud, maar is nog altijd een trouwe bewoner van de hard disk van vele fans.

Bij deze spellen draait het om geld en macht. Een belangrijke rol is weggelegd voor tiberium, een zeldzaam en zeer kostbaar mineraal waarvan je zo veel mogelijk in je bezit moet zien te krijgen. Bij die strijd kun je kiezen uit twee partijen, het GDI (Global Defense Initiative, een soort low-budget NAVO) en de echte slechteriken van de Brotherhood of NOD.

Het spel kent verschillende missies en bij aanvang daarvan beschik je steeds over een klein groepje manschappen. Je kunt bouwwerken neerzetten die je helpen om het tiberium te winnen en waar je nieuwe units kunt trainen. Zulke eenheden variëren van gewone grondsoldaten tot geavanceerde zwevende voertuigen met raketwerpers. Zo'n nieuwe unit voor het eerst in actie te zien, is altijd weer een genot.

Missies kunnen bestaan uit het opsporen en vernietigen van vijandelijke doelwitten, het beschermen van burgerlijke gebieden of het bezet houden van een locatie totdat versterking arriveert. Ondanks die variatie hebben ze één ding gemeen: explosies, actie en een tekort aan lijkzakken.

De interface van de vorige C&C-afleveringen – met aan de zijkant het radarscherm en productie-info – is ook in Tiberian Sun weer aanwezig. Op het hoofdscherm stuur je de acties aan met de muis; daarnaast kunnen op het toetsenbord nog wat `hot-keys' worden ingesteld om bijvoorbeeld snel naar bepaalde locaties te springen. Het zal de C&C-veteranen allemaal zeer vertrouwd voorkomen.

Verbeteringen zijn vooral te vinden in de one-player modus. Zo is het nu moeilijker om een gebrek aan strategisch inzicht te compenseren met simpelweg meer manschappen en vuurkracht. De grondstoffen die je nodig hebt om vuurkracht te verkrijgen en manschappen te trainen zijn schaars, zodat je zuiniger met je krijgers moet omgaan. Dit geeft het spel meer diepgang. Verder is er een kostbaarder variant van tiberium geïntroduceerd en zijn de gevechten interessanter geworden door een nieuwe partij genaamd `The Forgotten', een groep ijzersterke mutanten die slachtoffer zijn van een overdosis tiberium-straling.

Grafisch gezien is Tiberian Sun toch wat achterhaald. Hoewel de verschillende terreinen en locaties er goed uitzien, zijn de animaties van manschappen en voertuigen niet bijzonder. Door het gebruik van voxels (driedimensionale beeldpunten) kunnen ze af en toe zelfs grof overkomen. De filmpjes zijn nog altijd even clichématig en overdreven en onverminderd amusant. Let vooral op de rol van James Earl Jones, beter bekend als de stem van Darth Vader.

Tiberian Sun lijkt zoveel op zijn voorgangers dat je je afvraagt waar de makers die 3 jaar nu eigenlijk aan besteed hebben. Westwood Studios heeft duidelijk niet willen afwijken van de succesformule. Het is goed te zien dat de sciencefiction-thematiek in Tiberian Sun geïnspireerd is op het recente en zeer populaire spel StarCraft. Het is veel minder revolutionair dan velen hoopten. Toch is Tiberian Sun weer een echte Command & Conquer – en dat betekent nog altijd een lekker potje oorlog voeren.

Command & Conquer: Tiberian Sun. Uitg. Westwood Studios. Prijs 100 gulden. Voor windows en minstens pentium 166 en 32 Mb ram.