Inflatie dringt ook door bij industrie

De afzetprijzen voor Nederlandse industriële producten, de producentenprijzen, zijn in augustus gestegen met 1,9 procent op jaarbasis. Dat is de grootste toename in twee jaar. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen bekendgemaakt.

Het cijfer onderstreept dat de inflatie in Nederland ten opzichte van andere leden van de Economische en Monetaire Unie hoog is. De stijging van de producentprijzen met 1,9 procent is de grootste van alle eurolanden die het augustuscijfer hebben gepubliceerd. In Duitsland, Oostenrijk en Finland daalden de producentenprijzen op jaarbasis in augustus, in Italië bleven ze onveranderd, en in Ierland en Spanje stegen de producentenprijzen met respectievelijk 0,9 procent en 1,4 procent.

Drie weken geleden rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de stijging van de consumentenprijzen in augustus 2,6 procent bedroeg. Ook deze maatstaf van de inflatie was de hoogste van de landen van de monetaire unie. Ten opzichte van juli stegen de producentenprijzen in Nederland met 0,8 procent. De prijsstijging komt volgens het CBS vooral door de gestegen prijs van aardolie, die voor de zesde achtereenvolgende maand duurder werd.

Als de prijsontwikkeling van de aardolie-industrie buiten beschouwing wordt gelaten, ligt het prijsniveau van Nederlandse industriële producten 0,2 procent hoger dan in juli.

Prijsstijgingen deden zich volgens het CBS onder andere voor in de basismetaalindustrie, de machines- en apparatenindustrie en in de meubelindustrie.

De prijzen van grondstoffen en halffabrikaten die de industrie verbruikt lagen in augustus 1,4 procent hoger dan in juli. Geïmporteerde grondstoffen stegen volgens het CBS tweemaal zoveel in prijs als in Nederland gekochte grondstoffen en halffabrikaten.