Indonesië zet stap naar het onbekende

Vanochtend is in Jakarta de zitting van het nieuwe Volkscongres begonnen.

De 700 afgevaardigden buigen zich over kwesties die raken aan het voortbestaan van de republiek.

Onder de reusachtige bronzen vleugels van de Garuda, de mythische gier uit het Hindoe-pantheon die het staatswapen van Indonesië beheerst, legden de leden van het nieuwe Volkscongres vanmorgen de eed af. De Garuda kijkt al zo'n 30 jaar toe op dit ritueel met vlaggen en hymnen, maar het kan de spiedende ogen van de gier niet zijn ontgaan dat er een en ander is veranderd sinds generaal b.d. Haji Mohammed Soeharto zich hier vorig jaar maart voor het laatst – en maar voor even – liet installeren.

Toen zijn opvolger, president B.J. Habibie, vanmorgen de zaal betrad, klonk hier en daar boegeroep. Zoiets was onder Soeharto ondenkbaar. Destijds was de geringste afwijking van het tot in kleinigheden vastgelegde ritueel aanleiding tot verwijdering door de ordedienst. Als de Vader en Moeder van staat binnenkwamen, stonden alle afgevaardigden eerbiedig op. Deze week besloot de commissie voor het huisreglement dat dit eerbetoon aan het staatshoofd niet langer is voorgeschreven. Een meerderheid achtte dit namelijk in strijd met de status van het Volkscongres als hoogste staatscollege.

Maar de bewakers van het protocol zijn vindingrijk. Aan het begin van de installatieplechtigheid nodigde de ceremoniemeesteres de leden uit om op te staan en het volkslied te zingen. Zodra de laatste tonen van Indonesia Raya waren verklonken, kondigde dezelfde vrouwenstem plechtig de komst van Habibie aan. De meeste leden bleven beduusd staan, maar een enkeling voelde zich gefopt en ging zitten.

Het nieuwe Volkscongres bestaat uit de 462 parlementsleden die op 7 juni zijn gekozen, 38 door de president benoemde leden van de strijdkrachten en de politie, 135 afgevaardigden van alle regentschappen en 65 vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Het gezelschap dat vanmorgen werd geïnstalleerd is veel bonter dan de vorige congressen. De islamitische politicus A.M. Fatwa, die na de bloedige rellen in de haven Tanjung Priok in 1984 tien jaar gevangen zat, is vanaf vandaag afgevaardigde voor de Nationale Mandaatpartij (PAN) van Amien Rais, en de vurige nationalist Aberson Marle Sihaloho, die in 1996 in de cel belandde wegens belediging van Soeharto, zetelt nu in de grootste fractie, die van de Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDI-P) van Soekarno's dochter Megawati.

Het congres heeft een zware agenda voor zich. De 700 afgevaardigden moeten zich de komende weken buigen over kwesties die rechtstreeks raken aan het voortbestaan van de republiek. Zij moeten de hoofdlijnen uitzetten van het regeringsbeleid voor de komende vijf jaar en beslissen over enkele voorstellen tot amendering van de tot voor kort onaantastbare grondwet van 1945. De amendementen gaan over het evenwicht tussen en het wederzijds controleren van de hoogste staatsinstellingen: het presidentschap, het Volkscongres, het parlement en de Staatsraad.

In het verleden werden besluiten volgens het consensusbeginsel voorgekookt in commissies en vervolgens in de plenaire vergadering bij acclamatie goedgekeurd. Deze keer zal niet alleen in commissies, maar ook in de voltallige zitting hoofdelijk worden gestemd.

Terwijl de emoties hoog oplopen over het VN-optreden in Oost-Timor, moet het Volkscongres zich uitspreken over de toekomst van het omstreden eilanddeel dat op 30 augustus met bijna 80 procent stemde voor onafhankelijkheid. Het congres zal deze uitslag zeker niet zomaar bekrachtigen.

Hoogtepunten van de komende zitting zijn de verdediging door president Habibie van zijn overgangspresidentschap en de verkiezing van een nieuwe president en vice-president. De agendacommissie heeft twee alternatieven afgescheiden voor het tijdschema van de beraadslagingen. Megawati's PDI-P stelt voor om het hele programma af te werken binnen twee weken en uiterlijk 12 oktober het leidende duo te kiezen. Dimyati Hartono, bestuurslid van de PDI-P, gaf gisteren het belangrijkste argument voor dit versnelde scenario: ,,Ons land verkeert in zo'n miserabele toestand dat langer rekken van de besluitvorming slechts meer leed zal berokkenen.''

Het touwtrekken achter de schermen over de keuze van de president is in volle gang. Er zijn drie kandidaten, die geen van allen automatisch kunnen rekenen op een meerderheid. Golkar, al een kwart eeuw regeringspartij, maar sinds 7 juni slechts goed voor een tweede plaats na de PDI-P, heeft Habibie naar voren geschoven. Diens kandidatuur wordt in het gunstigste geval gesteund door 200 van de 700 afgevaardigden en zijn aanhang brokkelt snel af, ook binnen zijn eigen partij. Dat Habibie het referendum over Timor persoonlijk heeft doorgedrukt, heeft kwaad bloed gezet binnen de nog steeds machtige strijdkrachten. Gezien zijn aarzeling om schoon schip te maken na het schandaal rond Bank Bali, waarbij leden van Habibie's entourage zijn betrokken, zien potentiële buitenlandse geldschieters hem het liefst vertrekken. Golkar-voorzitter Akbar Tandjung liet zich gisteren ontvallen dat er, als de weerstand tegen Habibie, niet alleen op straat, maar ook in het Volkscongres, verder toeneemt, ,,niets anders op zit dan om te zien naar een andere kandidaat''. Als Habibie's eerste luitenant zich zo sceptisch uitlaat over diens kansen, zijn die eigenlijk al verkeken.

De zogeheten `centrale as' van islamitische partijen heeft de algemeen gerespecteerde moslimleider Abdurrahman Wahid gekandideerd, terwijl die zelf de voorkeur zegt te geven aan Megawati Soekarnoputri, wier partij met bijna 35 procent de winnaar is van de verkiezingen. Mbak (zus) Mega's leiderskwaliteiten mogen dan betwist worden, dat geldt niet voor de verkiezingsuitslag. Als een deel van de Golkar-fractie instemt met haar kandidatuur voor het hoogste ambt, op voorwaarde dat bijvoorbeeld Akbar Tandjung of stafchef generaal Wiranto haar seconderen, en Wahid zich terugtrekt , is het pleit beslecht. Wellicht al op 12 oktober.

Eerste bijdrage van Dirk Vlasblom als correspondent in Jakarta.