In Duitsland heerst enorme fusiedrift

Terug naar de kernactiviteiten luidt het motto van de meeste Duitse bedrijven. Om toch te kunnen groeien zoeken de meeste bedrijven hun heil in overnames en fusies.

Duitsland is in de ban van een fusiegolf. Wat in Amerika in de jaren tachtig gebeurde, is nu bij Duitse banken en bedrijven gaande. Ondernemingen worden uit elkaar gehaald, stoten dochters af en fuseren met concurrenten. De hevige internationale concurrentie heeft de klassieke industriële en financiële dinosaurussen in Duitsland volop in beweging gebracht.

De fusie, die Veba-bestuursvoorzitter Ulrich Hartmann en Viag-baas Wilhelm Simson begin deze week aankondigden, is daarvan een typisch voorbeeld. Beide vroegere staatsbedrijven zijn veelkoppige conglomeraten, die in tal van branches een voet aan de grond hadden - van glas en energie tot aluminium. De beurs houdt al helemaal niet van zulke gemengde concerns, omdat deze voor financiële experts ondoorzichtig zijn en moeilijk zijn in te schatten. En welke topondernemer laat zich niet door de beurskoers leiden?

Veba uit Düsseldorf en Viag uit München hebben niet alleen de bouwstenen gelegd voor een fusie. Beide concerns willen ook ingrijpend herstructureren en zich in de toekomst uitsluitend nog tot energie en chemie beperken. Hierdoor vormen Veba en Viag (een nieuwe naam moet nog worden bedacht) in één klap het grootste electriciteits-concern van Duitsland met een omzet van 130 miljard mark en ruim 200.000 werknemers.

Op de roerige stroommarkt verdringt het duo in Duitsland marktleider RWE van de eerste plaats. In Europa worden Veba en Viag de nummer drie, na de staatsconcernen EDF uit Frankrijk en het Italiaanse Enel.

Terug naar de kern, is het motto van de fusiepartners. Perifere activiteiten worden afgestoten (verpakkingen, mobiele telefoons) en via aankopen in de stroom- en chemiesector wil het duo haar positie als energiereus versterken.

Ook het bestuur van het gemengde concern Mannesmann maakte deze week bekend dat het gemengde conglomeraat, actief op het gebied van telecommunicatie en autotechniek, wordt opgesplitst. ,,Waar geen synergie wordt bereikt, kan elk onderdeel zich beter alleen ontwikkelen'', zei Mannesmann-topman Klaus Esser. Ook RWE-topman Dietmar Kuhnt verklaarde zich in de toekomst uitsluitend nog op energie te willen richten.

Bij veel politici mag iedere hervorming van het Duitse `economische model' taboe zijn, het Duitse bedrijfsleven amerikaniseert in snel tempo. Nadat Daimler-topman Jürgen Schrempp enkele jaren geleden de spits had afgebeten, bekennen steeds meer Duitse ondernemers zich tot het concept van shareholder-value. Aan de beurs zijn ondernemingen gevraagd, die zich doelbewust op hun kernactiviteiten concentreren zodat een zo hoog mogelijke winst wordt behaald.

Schrempp erfde van oud-Daimler-voorzitter Edzard Reuter een gediversivieerd high-tech concern, dat actief was op tal van gebieden zoals treinen, luchtvaart en auto's. Met de fusie vorig jaar met het Amerikaanse Chrysler, waarbij branchevreemde dochters werden afgestoten, is het nieuwe concern de grootste automobiel-onderneming ter wereld geworden. Ook Hoechst-topman Jürgen Dormann is in Duitsland een pionier. Met de fusie van Hoechst en het Franse Rhône-Poulenc heeft Dormann het vroegere chemie- en farma-concern radicaal veranderd in een farmabedrijf.

Wie terugkeert naar zijn kernactiviteiten wordt beloond, merken nu ook de Duitse ondernemers. Alleen al de aankondiging van de opsplitsing bij Mannesmann werd beloond met een koerssprong van het aandeel. Op afslanking van ondernemingen staat een premie, tot verdriet van de vakbonden. Veba en Viag maakten er geen geheim van dat de fusie besparingen oplevert ter waarde van 1,56 miljard mark. Ruim 2.500 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen.

Volgens Roland Berger, een gerenommeerde management-adviseur in München, staat Duitsland nog aan het begin van een herstructureringsproces. Duitse bedrijven bevinden zich in een vroege fase van het reorganisatieproces. Vergeleken met de Verenigde Staten lopen ze jaren achter. Berger heeft becijferd dat ongeveer driekwart van de grote Duitse fusies bedoeld zijn om ondernemingen te stroomlijnen en de kosten te verminderen. Daarentegen zijn de meeste fusies en herstructureringen in Amerika momenteel uitsluitend gericht op verhoging van de omzet en winst; de grote afslankingen vonden daar in de jaren tachtig plaats.

In het Duitse bankwezen zijn de ontwikkelingen niet minder revolutionair als bij de industriële concerns. Deregulering, de technologische vernieuwing en internationale concurrentie zullen de bankenwereld de komende jaren ,,dramatisch veranderen'', verklaarde Rolf Breuer, bestuursvoorzitter van Deutsche Bank, onlangs tijdens een bankencongres in Frankfurt. Banken krijgen in toenemende mate te maken met concurrentie van niet-banken uit de software-sector. Reden waarom financiële reuzen zoals Deutsche Bank en Dresdner Bank (onder meer) met elkaar in gesprek zijn om de divisie voor het particuliere geldverkeer samen te voegen. Ook bij de vele duizenden inefficiënte spaarbanken (Sparkassen), die in handen zijn van lokale overheden, wordt een grootscheepse reorganisatie verwacht nu Brussel heeft besloten, dat ze dezelfde tarieven moeten rekenen als de particuliere banken.

Met de invoering van de euro is de grootte van een bank weer een kwaliteitscriterium geworden, meent Breuer. Ook het Duitse kartelbureau voorspelde begin dit jaar dat invoering van de euro de fusiecaroussel in Duitsland zal versnellen.

Maar schaalvergroting is geen wondermiddel. Voor veel bedrijven zijn fusies noodzakelijk om de geweldig hoge ontwikkelingskosten van nieuwe produkten te kunnen bekostigen, stelt Paul Achleitner, topman bij Goldman Sachs in Frankfurt. Maar uit onderzoek van het Duitse consultantbureau Bain & Company blijkt, dat slechts een kwart van alle fusies daadwerkelijk een succes blijkt te zijn.