Ik draag bij aan een betere maatschappij

John Leerdam is een theatermaker die vanzelf altijd over politiek praat. Hij maakte een stuk met een groep zwarte jongeren uit achterstandswijken.

Een bromfiets stelen, gepakt worden, en als taakstraf een paar maanden moeten toneelspelen. Dat overkwam een stel zwarte jongeren toen ze gevraagd werden voor Bijlmersoul 2000. Het toneelstuk, dat vanavond in het Amsterdamse Theater Cosmic in première gaat, wordt gespeeld door jongeren uit de Bijlmermeer en andere achterstandswijken. Voor enkelen dient het project als dienstverlening, anderen zijn onder de hoede van de jeugdreclassering, de rest is niet crimineel.

In buurthuis Anansi in de Bijlmermeer oefent de groep nieuwe danspassen. Uit de speakers brult snelle jazz. De jongens in hun reuzenbroeken dansen halfhartig, de meisjes in hun leggings doen juist flink hun best. Een meisje zit aan de kant haar lippen te stiften. Ze is ongeveer zestien. Moet ze niet meedansen? ,,Nee ik kan niet meedoen... Omdat ik zwanger ben. Daarom.'' Theater als reclasseringsproject. Typisch iets voor regisseur John Leerdam (1961) die met zijn toneelstukken een maatschappelijk doel voor ogen heeft: de achterstelling van allochtonen aan de kaak stellen. Leerdam, met zijn gouden bril en zijn keurige groene kostuum, loopt als een strenge leraar rond. Een jongen wordt eraan herinnerd dat draagbare telefoons in de repetitieruimte verboden zijn. Ondertussen wordt Leerdam zelf geregeld gebeld op zijn eigen GSM. ,,Even iets regelen'', mompelt hij en hij verdwijnt naar de gang.

In de kantine praat hij verder. ,,Bijlmersoul gaat over twee rivaliserende popgroepen. Het is gebaseerd op de verhalen die de deelnemers vertelden, over tienerzwangerschap, diefstal, geweld, rape. Als ze vertelden over aanranding, zeiden ze dat het over een nichtje ging. Maar als ze het naspeelden, zag ik dat het van veel dichterbij kwam.''

Sinds Leerdam in 1987 `als eerste zwarte' van de Amsterdamse regieopleiding kwam, heeft hij zo'n veertig regies gedaan, doorgaans voor Theater Cosmic, waarvan hij sinds twee jaar de artistieke leider is. Cosmic maakte aanvankelijk `zwart toneel', toneel voor en door allochtonen. Leerdam heeft, naar eigen zeggen, `de boel opengegooid' voor andere culturen, ook de blanke.

In Leerdams werk speelt de botsing tussen de blanke en de zwarte cultuur een belangrijke rol. In Lust (1996) liet hij twee Surinaamse vrouwen racistische taal over blanken uitslaan. Opmerkelijk was dat de Surinaamse vrouwen door blanke actrices werden gespeeld. In OJ Othello (1998) vermengde Leerdam de figuur van Shakespeare's Othello met die van de Amerikaanse football-held OJ Simpson. Volgens Leerdam probeerden beiden zich als zwarte held staande te houden in een blanke wereld. Tevergeefs, want in jaloezie vermoordden ze allebei hun blanke vrouw. Althans, Simpson werd ervan verdacht, maar werd vrijgesproken.

Moksi

Een zwarte die het probeert te maken in een blank land, je zou het makkelijk als autobiografisch kunnen duiden. Ook Leerdam groeide op tussen verschillende culturen. ,,Ik ben een moksi, een mengelmoes. Ik ben geboren op Curaçao. Mijn vader was creools Surinaams, hoofdinspecteur van politie, mijn moeder is een zakenvrouw met Portugees-Pools joods bloed. Op Curaçao behoorden wij tot de upper middle class.'' Zeker sinds de opstand van 1969, waarover Leerdam de documentaire 30 Mei 1969 maakte, is de scheidslijn op Curaçao tussen arm en rijk, blank en zwart, zeer diep. Leerdam: ,,Als bemiddelde moksi liep ik overal tussendoor. Ik zat op een school die voor negentig procent wit was. Ik mocht mijn witte vriendjes wel helpen met hun huiswerk, maar ik mocht niet op hun feestjes komen. Dan zeiden ze: Ik mag je niet uitnodigen van mijn moeder, maar wil je mij helpen met trakteren?''

In 1981 kwam Leerdam naar Nederland. Hij studeerde een jaar aan de toneelschool in Maastricht. Toen werd hij weggestuurd. Leerdam: ,,Ze zeiden: `Er zijn drie redenen waarom we je wegsturen. Je spreekt geen algemeen beschaafd Nederlands, je gezicht is asymmetrisch en, laten we eerlijk zijn, je bent zwart. Je zult dus nooit een baan vinden. En we willen je niet opleiden voor de werkloosheid.' Dat was voor mij een schok van hier tot Peking. Die afwijzing heeft mijn leven getekend. Ik heb er alles aan gedaan om een succesvol regisseur te worden, zodat ze van me zouden horen. Sinds april ben ik ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ik hoop dat ze het in de krant hebben gelezen, daar in Maastricht. Dat diezelfde zwarte krompratende Scheefgezicht is geridderd.''

Leerdam noemt tijdens het gesprek vaak op wat hij allemaal wel niet op zijn curriculum vitae heeft staan. Zijn ridderorde, zijn prijzen, zijn studie in New York, en de vele bestuursfuncties die hij bekleedt. Is hij op zoek naar erkenning? Leerdam: ,,Ik heb allang erkenning gehad. Ik heb al heel wat bereikt. Toch denk ik dat ik meer had bereikt als ik blank was geweest. Dan was ik allang tot een hoger echelon doorgedrongen. Ik heb wel aansluiting gezocht bij grotere gezelschappen. Maar het werd nooit wat. Dat heeft me lang pijn gedaan. Ik ben zwart. Nou en? Ik wil ook dolgraag met grote acteurs als Marieke Heebink en Pierre Bokma werken.''

Toen Leerdam nog op school zat, ergerde hij zich eraan dat het toneelcanon zo blank was. ,,We kregen Shakespeare, Büchner, maar nooit eens een zwarte schrijver. Ik ging dus juist naar dat soort schrijvers op zoek.'' Ook in Nederland wist hij er een paar te vinden, zoals Guus Pengel en Norman de Palm, die veel toneelwerk voor hem schreven.

Leerdam: ,,Tijdens mijn studie ging ik alles zien. Gerardjan Rijnders fascineerde me, Johan Simons van Hollandia. De meeuw van De Trust heb ik vijf keer gezien. Maar mijn grote held was Rufus Collins.'' Leerdam werkte enige tijd als regieassistent voor Collins, zijn zwarte voorloper.

Volgend seizoen wil Leerdam een stuk maken over zeven vrouwen van wereldleiders die elkaar treffen op een VN-conferentie. Leerdam: ,,Dat stuk gaat Mrs. heten, het gaat over hoe vrouwen met macht omgaan. Het is een ontmoeting van Mevrouw Bouterse, Hillary Clinton, Ria Lubbers en nog een paar. Daarna, over een jaar of twee, denk ik dat ik klaar ben met Cosmic. Dan wil ik dolgraag de eerste zwarte directeur van de Stadsschouwburg in Amsterdam worden. Mijn handen jeuken.''

Raw

Leerdam onderbreekt zijn betoog even om een laatkomer streng toe te spreken. De jongen grijnst charmant, maar Leerdam kijkt hem kwaad aan. Volgens Leerdam is Bijlmersoul zeer heilzaam voor de deelnemers: ,,Het spelen voor publiek is belangrijk voor ze, omdat het hun gevoel van eigenwaarde enorm vergroot. Die kinderen worden nooit aangehaald. Nu wordt er naar ze geluisterd. Zelfs hun schoolcijfers gaan ervan omhoog.''

Bijlmersoul is het vervolg op Bijlmer Express naar West, een soortgelijk project van een jaar geleden. Volgens Leerdam zijn negentig procent van de deelnemers op het rechte pad gebleven. ,,Vorige keer zaten er een paar zware gevallen bij. Dit keer zijn het kinderen met lange vingers. Sommige meisjes zaten in meisjesgangs.''

Leerdam als maatschappelijk werker. Hij praat vooral over hoe goed Bijlmersoul is voor de deelnemers. Maar hij is toch in de eerste plaats regisseur? Levert het project ook artistiek iets op? Leerdam: ,,De schoonheid van Bijlmersoul zit hem in het ontwapenende van de spelers. Ze zijn zo raw, zo puur. Toch laat ik ze niet zomaar hun verhaal vertellen. Het is wel degelijk gestileerd, zo dat het publiek het kan digesten, bevatten.

,,Uiteindelijk moet het vooral mijn verhaal worden. Met Bijlmersoul wil ik de onmacht van zwarte kinderen laten zien, in een blanke samenleving waar ze geen vat op hebben. Bijlmersoul is geen artistiek, maar wel een creatief hoogstandje van me. Het klinkt als zendelingenpraat, maar dit is mijn bijdrage aan een betere maatschappij.''

Leerdam als wereldverbeteraar. Het is bijna ondoenlijk om over zijn artistieke ideeën te spreken zonder het over de politieke drijfveren te hebben. Leerdam profileerde zich de laatste tijd vooral als medestrijder van staatssecretaris Rick van der Ploeg (Cultuur), die wil dat er meer allochtonen in de toneelwereld komen. Leerdam ondertekende eind april het pamflet Tussen Wal en Schip, waarin werd gepleit voor meer geld voor allochtonenkunst.

Vindt hij het niet vervelend dat hij voornamelijk met politieke uitspraken in de krant komt, niet met artistieke? ,,Mijn werk is toch in de eerste plaats theater, kunst. De invalshoeken zijn misschien typisch zwart: de afwezige vader, het gevecht tegen de witte maatschappij, de wens om wit te zijn. Maar uiteindelijk gaat mijn werk over gevoelens die universeel zijn: liefde, macht, de vader-zoon relatie. Dat overstijgt het zwart-wit probleem.

,,Mijn werk gaat over politieke issues. De strijd om de gelijke behandeling is een politieke strijd. Er bestaat wel degelijk culturele uitsluiting van allochtonen. De tegenstanders zeggen dan: het probleem moet worden opgelost met betere scholing. Maar niet alle allochtonen komen uit een achterstandsituatie. Ik zit zelf in een club van hoogopgeleide Antillianen. Ze zijn er wel, maar ze komen nooit zo ver als blanken. Zolang we geen gelijkwaardigheid krijgen, zal ik politieke uitspraken moeten doen.''

Het is elf uur 's avonds. De repetities zijn afgelopen. In de auto praat Leerdam nog wat na over Bijlmersoul. Hij wil niet nog eens zo'n stuk maken: ,,Het is zwaar om met die jongeren te werken. Ze zijn vaak te laat of ze komen niet opdagen. Daarnaast is de thuissituatie vaak slecht. De vader zit vast, de moeder moet werken, het kind wordt alleen gelaten. Er zijn veel afvallers. Een jongen zou zich volgens de groep te `blank' gedragen. Hij is grootgebracht door blanke pleeggezinnen. De anderen vonden dat hij te Hollands praatte en hij kende het Surinaamse eten niet. Die is dus weggepest. Het zijn kleine etters, hoor. Maar ik moet wel altijd om ze lachen.''

`Bijlmersoul 2000', t/m 10/10 in Theater Cosmic Amsterdam (020-6228858)