Het Westen moet Rusland met sancties dreigen

De oorlog die Rusland voert tegen extremistische groeperingen in Tsjetsjenië treft vooral de burgerbevolking en dreigt uit te lopen op een humanitaire ramp. De internationale gemeenschap houdt zich blind voor deze ontwikkeling. Rieks Smeets en Egbert Wesselink vinden dat Europa en de VS niet weer de andere kant mogen opkijken terwijl de Russische regering pogroms uitvoert en haar eigen bevolking bombardeert.

De Russische oorlogen die gevoerd zijn ter onderwerping van Tsjetsjenië leiden sinds de achttiende eeuw steevast tot grote aantallen slachtoffers onder de burgerbevolking. Zo ook in 1994-'96, toen naar schatting 50.000 burgers omkwamen. Het Westen heeft daar toen weinig kritiek op geuit en er geen consequenties aan verbonden.

Inmiddels lijkt het Russische leger begonnen te zijn aan een tweede bloedige campagne. En ook nu kijkt de internationale gemeenschap de andere kant op.

De Tsjetsjeense aanval op Dagestan van begin augustus door twee extremistische veldheren, Sjamil Basajev en Chattab, was een provocatie zonder weerga en zou door elk land gewapenderhand zijn bestreden. De huidige Russische bombardementen raken echter vooral de bevolking en de resterende infrastructuur.

De berichten uit Tsjetsjenië wijzen erop dat de bombardementen ook gericht zijn op dorpscentra, waarbij vooral woningen, scholen en gebedshuizen getroffen worden, en al meer dan driehonderd burgers zijn omgekomen. Het gaat niet om toevalstreffers: de bommen worden door laagvliegende jachtvliegtuigen afgegooid, zodat de piloten goed kunnen zien waarop ze mikken. Het is echter niet duidelijk hoe terroristen bestreden kunnen worden met de huidige luchtaanvallen. Wel is het inmiddels zo dat de Tsjetsjenen zich weer tegen Moskou hebben verenigd. Zo schept Moskou zijn eigen werkelijkheid: alle Tsjetsjenen zijn terroristen.

Tsjetsjenië is geen bolwerk van moslimfundamentalisten, maar van zwaarbewapende jonge mannen zonder toekomstperspectief, en een in acute armoede gestorte bevolking. Een militante vorm van de islam biedt sommigen van hen nu een doel in het leven, maar schiet geen wortel onder de bevolking. Bovendien wijst niets erop dat de veelal geseculariseerde Tsjetsjenen na 1994 massaal weer in God zijn gaan geloven. De extremisten en misdadigers zijn er bepaald niet populair, maar de regering is onmachtig hen te bestrijden omdat ze ten minste even zwaar bewapend zijn als regeringsgetrouwe eenheden.

De rol van de extremisten in de Tsjetsjeense politiek kan nog het meest toenemen als het Russische leger op het land wordt losgelaten. Want hierdoor worden zij weer onmisbaar om deze troepen, die in 1994-'96 moordden en systematisch plunderden, te bestrijden.

De huidige acties van Moskou komen neer op het veroordelen van een gehele bevolking voor de wandaden – en veronderstelde wandaden – van een kleine, geradicaliseerde minderheid. De strategische doelen die geraakt worden, zijn vooral van belang voor het dagelijks leven van de burgerbevolking en voor het voortbestaan van de regering. De paar honderd manschappen van Basajev en Chattab zijn gelegerd rond bergdorpen in het zuiden. Zij worden nauwelijks gehinderd door kapotte bruggen, brandende oliedepots of stijgende voedselprijzen.

De honderdduizend Tsjetsjenen die op de vlucht zijn, komen uit steden en dorpen in de vlakte waar voedselschaarste dreigt, de watervoorziening gevaar loopt, telefoonverbindingen zijn afgesloten, ziekenhuizen niet meer worden bevoorraad, et cetera. Ondertussen wordt in Rusland door leidende politici en door de pers opgeroepen tot weinig minder dan verdelging van het hele volk.

Het Russische beleid is vanaf 1996 gericht geweest op de desintegratie van Tsjetsjenië. Er is door Moskou nooit een poging gedaan om het akkoord van Chasav-Joert uit te voeren. De gematigde president Maschadov wacht al jaren op een gesprek met Moskou. Hij staat daardoor met lege handen tegenover zijn radicale tegenstanders. Het land werd economisch geïsoleerd, en afgeschilderd als een poel van misdaad. Ondertussen werd niet één Tsjetsjeense misdadiger, niet één internationale terrorist gearresteerd en geen wapentransport onderschept.

Zijn Europa en de VS dit keer weer bereid om de andere kant op te kijken, terwijl de Russische regering pogroms uitvoert en haar bevolking bombardeert? Het lijkt er wel op. Er wordt weliswaar weer opgeroepen om geen buitensporig geweld te gebruiken en de burgerbevolking te sparen, maar tegelijkertijd wordt veel begrip getoond voor de argumenten van Moskou dat de Russische territoriale integriteit in gevaar is en het internationale terrorisme dreigt. Die Russische simplificaties worden gaarne overgenomen terwijl de rampzalige Russische politiek ten aanzien van de Kaukasus wordt genegeerd. Er wordt gedaan alsof wij niets kunnen doen, alsof Ruslands kleptocratie niet in leven wordt gehouden met Westerse belastinggelden.

Het kost niet veel moeite om in te zien – maar wel om te erkennen – dat de Westerse politiek ten opzichte van Rusland sinds 1991 op belangrijke punten dramatisch slecht heeft uitgepakt. Het lijkt erop dat de voortgaande Westerse financiële steun tot uitstel leidt van de noodzakelijke hervormingen in Rusland, in plaats van deze mogelijk te maken, en dat het negeren van schendingen van de mensenrechten voor dat uitstel een aanmoediging vormt. Het Westerse beleid ten aanzien van Rusland is angstig, en heeft averechtse gevolgen.

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) heeft onlangs in navolging van Kofi Annan gezegd dat het belang van de soevereiniteit van staten terecht afneemt ten gunste van de verdediging van de mensenrechten. Kosovo en Oost-Timor zouden hebben aangetoond dat de VN sneller en effectiever moeten kunnen optreden. Tegelijkertijd vielen de eerste bommen op Grozny. Maar noch Van Aartsen, noch Kofi Annan heeft de laatste week over Tsjetsjenië gesproken. Die gedragslijn lijkt een herhaling van die in 1994-'96: het is sneu voor de mensen, maar Rusland is een te belangrijk acteur op het wereldtoneel om iets te kunnen doen.

Op de drempel van de volgende humanitaire ramp zouden wij zeggen: noblesse oblige. Stel de monetaire kredieten en andere hulpprogramma's afhankelijk van elementaire eisen op het gebied van transparantie, respect voor de mensenrechten, democratie en goed bestuur. Accepteer niet dat Rusland weer aan de VN en de hulporganisaties de toegang tot de slachtoffers weigert. Heb niet alleen aandacht voor wat er in het Kremlin gebeurt, maar richt je ook op de provincies. Ontwikkel om te beginnen een visie op de economische ontwikkeling van de zuidelijke èn de noordelijke Kaukasus, stel daar middelen voor beschikbaar, koppel die aan het minderheden- en het lokale economische beleid, en ondersteun ondernemingen die in Rusland willen investeren. En zet Peter van Walsum, onze onvolprezen diplomaat in de VN-Veiligheidsraad, en alle anderen de komende dagen in om onze bondgenoten achter een klein pakket sancties te krijgen voor het geval de bombardementen op de burgerbevolking van Tsjetsjenië doorgaan.

Ook moet er een stevig pakket sancties worden opgesteld voor het geval het Russische leger Tsjetsjenië binnenvalt. Het wordt tijd dat wij ook ten aanzien van Rusland de internationale rechtsorde willen beschermen.

Egbert Wesselink is medewerker van Pax Christi Nederland.

Rieks Smeets is verbonden aan de Universiteit Leiden.