Hermans-biograaf gekozen om eruditie

Willem Otterspeer, die deze week als officiële biograaf van W.F. Hermans werd aangewezen, is vooral gekozen om zijn stijl en zijn eruditie. Dat zegt de directeur van het W.F. Hermans instituut, Raymond Benders. Een vijftal gegadigden had zich bij het instituut gemeld voor de meest begeerde biografenopdracht van Nederland. Otterspeer was aangezocht op voorspraak van Robbert Ammerlaan, directeur van de Bezige Bij, die het boek gaat uitgeven.

Benders zelf kent Otterspeer al vijftien jaar. ``Wij hebben enige tijd deel uitgemaakt van hetzelfde leesgezelschap. Daarin heb ik hem leren kennen als iemand met brede interesses en een grote eruditie. Wij denken dat hij juist daardoor in staat kan zijn de eruditie van Hermans goed op waarde te schatten en in staat zijn leven in te passen in een groter geheel.''

Het instituut heeft bewust niemand uit het circuit van bekende `Hermansianen` gekozen. Benders: ``Otterspeer is iemand die een echte intellecuele biografie gaat schrijven en geen cronique scandaleuse. Dat vonden wij ook belangrijk.''

De biograaf krijgt alle vrijheid en volledige toegang tot de nalatenschap van de schrijver, onder andere zeven koffers met onbekend materiaal. De familie van de schrijver heeft zich, in navolging van Hermans zelf, altijd zeer terughoudend opgesteld tegenover aspirant-biografen. Zo kreeg Hans van Straten geen enkele medewerking voor zijn dit voorjaar verschenen boek over Hermans. Andere mogelijke biografen die in het geruchtencircuit opdoken, zoals de bejubelde Frederik van Eeden-biograaf Jan Fontijn, hebben een aanpak die wat meer psychologisch van aard is.

Willem Otterspeer, die eerder het leven van de filosoof Bolland vastlegde, was eigenlijk niet van plan zich nogmaals aan een biografie te wijden. ``Ik wilde het bij één keer laten. Ik heb er dan ook lang over moeten nadenken. Met mijn vak heeft het immers niet veel te maken.'' Otterspeer is hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Leidse universiteit. Hij gaat het werk aan de biografie combineren met die functie.

Dit voorjaar nam Otterspeer nog nadrukkelijk afstand van het merendeel der Nederlandse biografen door op een symposium van de Werkgroep Biografie te betogen dat de biografie als genre de wetenschap weinig te bieden heeft. ``Dat vind ik nog steeds. Ik denk niet dat de wetenschap zit te wachten op een biografie over Hermans. Dit boek is bedoeld voor mensen met belangstelling voor Hermans.''

Otterspeer heeft nooit eerder over Hermans gepubliceerd. ``Ik ken het werk goed, maar ik ben geen verzamelaar. Ik ben zeker niet van plan om bij alle conflicten die Hermans in zijn leven heeft gehad uit te zoeken of hij altijd gelijk had.'' Otterspeer heeft inmiddels een oriënterend gesprek gehad met de zoon van Hermans.

Eigen atlas voor Antillen

De Nederlandse Antillen en Curaçao krijgen eindelijk een eigen atlas: Nos isla i nos Mundu/ Ons eiland en onze wereld, die verschijnt bij uitgeverij Hebri. Tot nu toe moesten schoolkinderen in het Caraïbisch gebied het doen met atlassen waarin eerst uitgebreid aandacht werd besteed aan Nederland en haar provincies, om uiteindelijk pas tegen het einde van het boek op het eigen werelddeel te belanden.

``De kinderen wisten alles van Nederland, maar niets van hun eigen omgeving,'' zegt F. Boedhoe, die jarenlang lesgaf in Suriname en op de Antillen. Hij nam het intitatief tot de productie van de atlas die ``na viereneenhalf jaar ploeteren'' over een maand zal verschijnen. Op het kantoor van de Amsterdamse uitgeverij werken de auteurs van de atlas, speciaal overgekomen van de Antillen en uit Limburg, deze week aan de laatste correctie van de kaarten.

De atlas is gericht op leerlingen van zowel de lagere als de middelbare school. ``Anders was het afzetgebied wel erg klein geworden,'' zegt Boedhoe. Hij hoopt dat het mogelijk zal zijn het eerste exemplaar van de nieuwe atlas aan te bieden aan koningin Beatrix, bij haar aanstaande bezoek aan het gebied.

Wolters-Noordhoff, de Groningse uitgever van de befaamde bosatlassen, heeft zich nooit aan een Caribische atlas gewaagd. Volgens A. van Holten van die uitgeverij is een atlas van dat gebied voor hem niet rendabel. ``Die markt is zeer klein voor ons.''

Boedhoe heeft van de Nederlandse staat de toezegging dat die een groot aantal exemplaren van Ons eiland en onze wereld gaat aanschaffen ten behoeve van Antilliaanse scholen. In de winkel zal de atlas ongeveer 95 gulden kosten.

Kruistocht tegen lelijk drukwerk

Het Amsterdamse Antiquariaat Westmans Wereld heeft de strijd aangebonden met lelijke boeken, al richt de kruistocht zich voorlopig slechts tegen één enkele uitgave. Eigenaar Erik Lankester heeft de Stichting ter Signalering van Stuitend Vormgegeven Drukwerk opgericht. In zijn enkele vierkante meters grote Amsterdamse winkel geeft hij op verzoek college over `De zeven typografische doodzonden', zoals die te vinden zouden zijn in De tekenaar Jo Spier, een al in 1994 bij Nijgh & Van Ditmar verschenen boek van NRC-Handelsblad-redacteur Henk van Gelder. Lankester stuitte onlangs op ``hele stapels'' van het boek bij antiquariaat de Slegte. Volgens Lankester ageert de stichting met name tegen het uiterlijk van dat boek omdat het wel goed geschreven is en over een interessant onderwerp gaat. ``Ik heb Van Gelder erover gesproken, maar hij zei dat hij er tevreden mee was.''

De antiquair-kruisvaarder heeft zeven minuten nodig om de stuitende vormgeving van het boek uiteen te zetten: De `zeven typografische doodzonden' in dat boek zijn het gebruik van te dun papier, te lange regels voor de lettergrootte, regels die te ver inspringen, verkeerd geplaatste woorden op het omslag, een lelijk en amateuristisch lettertype op het titelblad en het gebruik van een schutblad-achtige illustratie die eigenlijk alleen bij een gebonden boek hoort.

De campagne van de stichting heeft zijn uitwerking op de boekenmarkt niet gemist: bij het Amsterdamse filiaal van de Slegte is het boekje over Jo Spier inmiddels niet meer te krijgen. Andere boeken heeft Lankester nog niet op het oog.