Een koele Last Tango in Noordwijk

`Slechts éénmaal heb ik u gezien,' dichtte Piet Paaltjens in `Aan Rika', de weerslag van de vlammendste liefde-op-het-eerste-gezicht uit de Nederlandse literatuur. Paaltjens' hoofdpersoon zag zijn blauwogige blondine slechts een fractie van een seconde, voor (en door) het raam van een sneltrein, maar dat was genoeg voor een levenslange obsessie. De kennismaking `duurde lang genoeg, om mij,/ het eindloos levenspad met fletse lach/ te doen vervolgen. Ach! Geen enkel blij/ glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.'

In haar vierde roman varieert Margriet de Moor op het thema van de obsessieve liefde die op bijna niets gebaseerd is. Maar ze gaat nog een stap verder dan Paaltjens (of Leon de Winter, die in het prachtige Zoeken naar Eileen W. iets vergelijkbaars deed). In Zee-Binnen vertelt ze het verhaal van een man die een agenda op straat vindt en verliefd wordt op de (naam- en adresloze) eigenaresse van wie hij alleen de afspraken voor de komende maanden kent. Anders dan in het werk van De Moors voorgangers wordt de liefde in Zee-Binnen op termijn wel geconsumeerd – in een kortstondig overspel dat duurt tot het eind van het kalenderjaar.

`Vincent Lukas was een veertigjarige man die er van zijn leven niet over zou piekeren zijn vrouw te verlaten,' schrijft De Moor ter introductie van haar mannelijke hoofdpersoon. Hij is al veertien jaar verliefd op zijn vrouw Noor, werkt met haar samen in zijn Noordwijkse praktijk voor zieke `gezelschapsdieren', en heeft met haar – na een huwelijkscrisis-om-niks die was aangesticht door een Jago in de familie – een stilzwijgende afspraak: `nooit onder woorden gebracht en toch, naar ze allebei wisten, bindend./ Dat hij haar van zijn leven niet zou bedriegen. En dat zij dat zou geloven.'

Waarom Vincent deze afspraak schendt, waarom hij geobsedeerd raakt door de vrouw achter het precieuze handschrift in de kleine blauwe agenda, blijft een raadsel; niet het minst voor Vincent zelf, die zijn coup de foudre alleen geladen weet door het feit dat zijn naam op 7 mei genoteerd staat – ongetwijfeld omdat de vrouw een ziek huisdier heeft dat nodig naar een arts moet. Vincent is een typisch Margriet de Moor-personage, zoals we dat bijvoorbeeld kennen uit haar verhalenbundel Ik droom dus (1995): iemand die door een terloopse gebeurtenis wakker schrikt uit het dagelijks leven en zich mee laat voeren in een andere, onbekende wereld. `We zitten ingewikkelder in elkaar dan we zelf denken,' luidt de moraal van Zee-Binnen al na vijftig bladzijden. En als Vincent zijn geheime geliefde Gemma Meeuwenoord uiteindelijk ontmoet heeft, zegt hij al gauw: ``Ken jij ook die bijna niet te bedwingen impuls je in de diepte te storten?'

Eigenlijk is het jammer dat Vincent de vrouw uit zijn verbeelding ontmoet, en – geholpen door het goede vertrouwen en het vaste slapen van zijn vrouw – een relatie met haar aangaat. Ik had me een subtiele roman kunnen voorstellen waarin de hoofdpersoon langzaam opgevroten wordt door een obsessie die nooit onschadelijk wordt gemaakt. Maar het is duidelijk dat De Moor iets anders voor ogen stond, ook al heeft ze in haar voorgaande werk – met name in Eerst grijs dan wit dan blauw – getoond gefascineerd te zijn door de onmogelijkheid van haar personages om contact te maken met de Ander. In Zee-Binnen is er daadwerkelijk contact, en liefde zelfs, al is die van het experimentele en raadselachtige soort; in de woorden van de alwetende verteller, die een zware stempel drukt op de roman: `Een kale liefde dus? Naakt? Zonder voorgeschiedenissen, mensen, mirakels, als een roomse kerk na de beeldenstorm? (...) Bijna acht maanden lang bestuderen ze elkaar met grote verbeelding maar weinig tekst.'

Last Tango in Noordwijk zou je het verhaal van Vincent en Gemma kunnen noemen, al krijgt De Moors liefdespaar wat meer achtergrond en verleden (en heel wat minder seksuele honger) mee dan dat in de beroemde film van Bertolucci. Toch gaat het De Moor in Zee-Binnen niet om het verhaal, maar om de hersenspinsels van haar personages en de willekeur van het lot. `Laten we dit maar het verhaal van een weg noemen,' zegt de verteller dan ook aan het begin van de roman. Waarna in het kort een kenschets wordt gegeven van de gevaarlijke straatweg van `Zee' naar (Noordwijk-) `Binnen' die zo'n belangrijke rol speelt in de levens van de drie hoofdpersonen.

Het opzetten en afwikkelen van een plot is nooit De Moors sterkste kant geweest; ook Zee-Binnen is een uitsnede uit het leven die het in de eerste plaats moet hebben van de karakteristieke sfeerscheppende stijl waarin het handelen en denken van de personages wordt beschreven. Opmerkingen van de alwetende verteller (`Terug naar Gemma...') worden afgewisseld met fragmenten vanuit het perspectief van Gemma, Vincent en Noor; subtiel opduikende flashbacks en flashforwards dwingen de lezer om mee te puzzelen; plechtige taal wordt vloeiend gemengd met spreektalige zinnen tussen haakjes; en zelfs een filosofische dialoog tussen Vincent en een door hem geopereerde labrador vindt een overtuigende vorm.

Opvallende passages genoeg. Over de liefde van Vincent voor Noor schrijft De Moor: `Hij zal nog geen plooitje in haar hals, geen lijntje onder haar ogen waarnemen. Zijn verliefdheid van een jaar of veertien terug schermt haar af voor zijn directe blik.' Als Vincent zich realiseert dat zijn dochtertje niet meer het kleine meisje van een paar jaar geleden is, staat er: `Gebeurd, voorbij, hoe vreemd is het leven. Hoe dun als papier het verleden en hoe blanco de toekomst die wij allemaal toch op een aangename en goede manier, op voorhand vast willen leggen.'

En verspreid door het boek staan beschrijvingen van het kaliber `Hoog in de ruimte is de wind begonnen de stilte uiteen te slaan.'

Maar schrijven is meer dan het aaneenrijgen van mooie zinnen. De Moor dwingt misschien bewondering af, ontroering blijft uit. Het kunstige proza, en ook de afstandelijkheid waarmee de eigenaardige personages worden beschreven, maakt van De Moors vierde roman een koel, om niet te zeggen diepgevroren boek. Vincent noch Gemma noch Noor stralen de warmte uit die nodig is om je voor hun wel en wee te interesseren. Zee-Binnen is als een raam vol ijsbloemen: beeldschoon, maar het beneemt je het zicht op de wijde wereld.

Margriet de Moor: Zee-Binnen. Querido, 151 blz. ƒ37,50