Du Perron schrapte in werk Marsman

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van zowel Eddy du Perron als Hendrik Marsman opende gisteren in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een tentoon-

stelling over de twee schrijvers.

De schrijver Eddy du Perron vond de dichter Hendrik Marsman een `kleinzielige rotkerel'. Toch werden ze goede vrienden. Volgens Marsman deelden ze één grote belangstelling – die voor zichzelf. Gebiologeerd door zichzelf heet daarom de tentoonstelling die gisteren werd geopend in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, ter gelegenheid van de honderste geboortedag van de beide schrijvers. Ze zouden ook in hetzelfde jaar (1940) overlijden, Du Perron een dag na Menno Ter Braak, die de twee gebiologeerden in 1931 met elkaar in contact bracht.

Tijdens de opening presenteerden twee auteurs hun boeken over Marsman: Jaap Goedegebuure schreef zijn biografie, Zee, berg, rivier, en H.T.M. van Vliet verzorgde de uitgave van de correspondentie tussen Marsman en A. Roland Holst, Tussen twee generaties. Jaap Goedegebuure had het in zijn toespraak over zijn relatie met Marsman, die toen hij in 1960 op het gymnasium zat nog `tot de canon behoorde'. Tegenwoordig blijkbaar niet meer: Reinder Storm van de KB wees erop, dat in de bundeling van de tweehonderd beste Nederlandstalige gedichten die de Arbeiderspers onlangs uitgaf Marsman ontbreekt, omdat zijn belang `louter historisch' zou zijn. Ironisch genoeg brengt dezelfde uitgeverij nu Marsmans biografie op de markt.

De tentoonstelling laat manuscripten, boeken en foto's zien uit het Marsman-archief, in 1948 geschonken door de weduwe van Marsman, die blijkens haar briefpapier na de oorlog een `bureau voor literair paedagogische adviezen' begonnen was. De Du Perron-collectie werd in 1954 door de KB aangekocht van uitgever A.A.M. Stols (1900-1973), wiens familie bij de opening aanwezig was. Uit de drukproeven van Marsmans werk blijkt de grote invloed van Du Perron, die vooral het proza van zeer kritisch commentaar verzag. Bij zijn revisie van De dood van Angèle Degroux sneuvelden er hele bladzijden, in de kantlijn volstond hij bij een doorgestreepte passage met een simpel `o.h.' (oude hoer).

Du Perron schaarde zichzelf onder de `literaire amateurs', dat wil zeggen de schrijvers die er niet van hoeven te leven. Dat wordt geïllustreerd door de vele uitgaven die hij toen hij nog vermogend was in eigen beheer uitgaf, zoals zijn eerste roman Een voorbereiding (1926) en de bundel erotische gedichten Agath, in vijftien exemplaren verschenen onder het pseudoniem W.C. Kloot van Neukma. Ook gaf hij tussen 1924 en 1939 tientallen boekjes uit met werk van bevriende of bewonderde auteurs, waarbij hij stukken wegliet als die hem niet bevielen.

Marsman was kritisch over de verzen van Du Perron (`zij hebben geen ruggegraat'), maar schreef lovend over diens Het land van herkomst, de grote Indië-roman. In een recensie uit 1935 in De groene Amsterdammer, een van de vele periodieken waar Marsman om den brode voor schreef, noemde hij het boek `de compleetste uiting van onze generatie'. Desondanks bleef Du Perron voor hem `dien giftigen Indischman'.

Gebiologeerd door zichzelf. Het literaire leven van H. Marsman en E. Du Perron. T/m 26 november in de Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem-Alexanderhof 5, Den Haag. Ma t/m vr 9-17u, za 9-13u.