Drooglegging

HET KAMERRESTAURANT vervulde deze week weer geheel zijn functie als plaats voor ontmoeting en bezinning. Minister Borst gebruikte daar dezer dagen de maaltijd. Het bijbehorende glaasje wijn deed haar met een schok beseffen: dit is afgelopen wanneer mijn nieuwe Drank- en horecawet ongewijzigd doorgaat. De wetswijziging voorziet namelijk in een verbod van het schenken van alcoholhoudende drank in bedrijfsrestaurants en personeelskantines.

Deze consequentie ging de bewindsvrouw bij nader inzien toch te ver, bovendien was de Tweede Kamer sceptisch.

Ook sportkantines zouden in de verboden zone komen. De nieuwe wet voorzag verder in een algehele verhoging van de leeftijdsgrens tot achttien jaar. Deze grens past op zichzelf bij de bescherming van de jeugd tegen tabaksproducten, soft drugs, krasloten, gokkasten en vuurwerk, maar hij is toch naar beneden bijgesteld zolang het bij bier en wijn blijft.

De strenge lijn van Borst komt niet uit de lucht vallen. Het gebruik van alcohol en nicotine eist volgens opeenvolgende bewindslieden voor volksgezondheid een veel hogere tol dan alle illegale drugs bij elkaar opgeteld. Behalve een strengere Drank- en horecawet heeft de regering een aanscherping van de Tabakswet in petto.

IN BEIDE GEVALLEN is scepsis over het vermogen tot zelfbeperking van de industrie een belangrijke drijfveer en op zijn plaats. Vooral de reclamecodes zijn een teer punt. Het is duidelijk dat de overheid de druk op de ketel moet houden. Het politieke klimaat in Nederland lijkt daar ontvankelijk voor naar het voorbeeld van de Verenigde Staten. In dit ,,land of the free'' is een ware heksenjacht ontketend tegen het roken.

Toch dient een overheid ervoor op te passen haar burgers een bepaalde levenswijze, hoe wenselijk op zichzelf ook, bij wet voor te schrijven. Bescherming van de jeugd rechtvaardigt speciale maatregelen, maar categorische verkoopverboden in bepaalde gelegenheden overschrijden al gauw de grenzen van de eigen verantwoordelijkheid van volwassen burgers. De kritiek van de Tweede Kamer op de Drank- en horecawet mag dan ook niet worden afgeschreven op een succesvolle lobby.

Keuzevrijheid kan uitpakken als een fuik waaruit iemand moeilijk loskomt. Maar dat geldt voor veel aspecten van het moderne leven: gokken, beleggen, Internetverslaving. Erkenning van keuzevrijheid van de burger is niet een vrijbrief; het betekent dat hij als eerste de consequenties dient te dragen. In dit licht is het één ding om de tabaksindustrie aan te klagen, zoals een verslaafde roker onlangs heeft aangekondigd, maar nog wel een andere stap om, zoals nu bekend is geworden, de Staat daarin te betrekken.