De paradox van Greenspan

Al twaalf jaar is Alan Greenspan voorzitter van Fed, de centrale bank van de VS. De financiële wereld heeft hem inmiddels heilig verklaard. Dat heeft zijn nadelen: zelfs zijn waarschuwingen tegen te veel optimisme geven vertrouwen en dus optimisme. Wie is Alan Greenspan?

De machtigste man in Amerika, of op zijn minst de op één na machtigste, liep onlangs door een parkje in Washington. Het was mooi weer, er zaten mensen op bankjes. Een kleuter zat op de grond met een autootje te spelen. Hij versperde de weg voor de man, die niet moeilijk te herkennen was als Alan Greenspan, de voorzitter van de Federal Reserve. ,,Pas op!'' zei Greenspan vaderlijk tegen het jochie, terwijl hij de pas inhield. ,,Anders krijg je een bekeuring!'' Het jongetje was misschien verbaasd over de opmerking van de bejaarde wandelaar, maar internationale bankiers en economen hadden er niet van opgekeken.

Greenspan (1926) is niet alleen de hoeder van de Amerikaanse dollar, hij geldt ook als een soort politieagent van de financiële markten, die de economie in goede banen leidt en beleggers waarschuwt als ze zich dreigen te misdragen. Dezer dagen zijn de ogen van de wereld van het geld weer eens op Greenspan gericht. Zal hij dinsdag, in zijn rol als voorzitter van de Federal Open Market Committee (FOMC), het beleidsbepalend comité van de Fed, de geldhoeveelheid verkrappen, zodat de rente effectief wordt verhoogd? De gevolgen kunnen groot zijn.

Recentelijk is de geldmarktrente, het tarief waartegen banken van elkaar lenen, twee keer verhoogd met een kwart procentpunt tot het niveau van 5,25 procent. De verwachting is dat de rente dit jaar wellicht nog een keer met 0,25 procentpunt zal worden verhoogd, waarmee de drie renteverlagingen van een jaar geleden weer ongedaan zijn gemaakt. Maar hoe zal Wall Street daarop reageren? Kan de monetaire stuurmanskunst van Greenspan ervoor zorgen dat het de economie nog langer voor de wind blijft gaan?

Het komt niet vaak voor in Washington dat een functionaris twaalf jaar lang zo'n hoge positie bekleedt zonder dat zijn reputatie ernstig wordt aangetast. Maar het is Greenspan gelukt. Hij geniet nog altijd groot vertrouwen, zowel in de Amerikaanse hoofdstad als op Wall Street. ,,Hij heeft een zeer goede reputatie'', bevestigt de econoom Marilyn Schaja, die voor haar bank, Donaldson Lufkin & Jenrette, elke beweging van Greenspan moet volgen en elk woord zorgvuldig moet wegen. Zij is een van de vele zogeheten Fed-watchers op Wall Street.

Greenspan was een verlegen maar gerespecteerde Republikein toen hij in 1987 door zijn partijgenoot Ronald Reagan werd benoemd tot voorzitter van de Fed. Hij mocht blijven zitten onder de Republikeinse president George Bush en ook onder de Democraat Bill Clinton. Hij is zo goed als onomstreden. Natuurlijk is er altijd discussie over het moment waarop de rente moet worden verhoogd of verlaagd, zoals er ook telkens weer critici zijn die bijvoorbeeld een kwart procentpunt een te kleine stap vinden. Maar vrijwel niemand waagt te betwijfelen dat het voorzichtige rentebeleid van Greenspan verantwoordelijk is voor de aanhoudende hoogconjunctuur, die nu al in zijn negende jaar is.

Zo groot is het ontzag dat Greenspan inboezemt dat het langzamerhand een probleem dreigt te worden. The Washington Post noemde het onlangs ,,de paradox van Alan Greenspan'': de beleggers op Wall Street hebben zoveel vertrouwen in hem, dat ze denken dat er niets mis kan gaan zo lang hij aan het roer staat. En dus slaan ze zijn herhaalde waarschuwingen dat de aandelenprijzen onredelijk hoog worden opgestuwd, in de wind.

Is de Amerikaanse economie een luchtbel, die eerdaags uit elkaar zal spatten? Hoe hoger de aandelenkoersen stijgen, hoe waarschijnlijker (en hoe pijnlijker) een eventuele correctie zal zijn. Maar Greenspan kan nog zo zijn best doen om de euforie op de financiële markten te temperen, de wrede ironie is, om de woorden van The Post te gebruiken, dat zijn gouden reputatie ongewild bijdraagt aan het opzwellen van de luchtbel, aan het voortbestaan van het onwankelbare optimisme van de beleggers. En tegelijk bedreigt diezelfde luchtbel, de veelbesproken bubble, de welvaart waaraan Greenspan zijn goede naam dankt.

Als voorzitter van de Fed heeft Greenspan niet de alleenheerschappij, maar hij is wel de machtigste stem binnen het Amerikaanse stelsel van centrale banken.

Het beleid van Greenspan is in beginsel vrij eenvoudig: de Fed streeft ernaar de voorwaarden te scheppen voor economische groei en prijsstabiliteit. Voor Greenspan betekent dat een beleid waarbij de Fed inflatie van consumentenprijzen bestrijdt vóór die de kop opsteekt, omdat inflatie die er eenmaal is moeilijker te temmen blijkt. De paardenmiddelen die dan nodig zijn, zoals langdurig hoge rente, veroorzaken meer schade dan de zogeheten pre-emptive strikes van bescheiden renteverhogingen.

Het recept is nu bekend, geaccepteerd, en Greenspans gelijk lijkt af te lezen aan de economische cijfers. De VS kennen al enige tijd een economische groei van drie tot vier procent per jaar, een geringe inflatie van ongeveer 2,5 procent per jaar en een werkloosheidspercentage dat tussen de 4 en 4,5 ligt. Wie de aandelenkoersen heeft gevolgd kan zien dat het industrieel gemiddelde van Dow Jones zich in ongeveer zes jaar verdrievoudigd heeft. Na twaalf jaar de scepter te hebben gezwaaid kan Greenspan geen beter argument voor zijn gelijk zoeken dan de aanhoudende Amerikaanse welvaart.

Sinds 1987 heeft Greenspan bij elk openbaar optreden geduldig uitgelegd hoe de Fed werkt. Volgens de wet (Humphrey Hawkins Act) is Greenspan twee keer per jaar verplicht om tekst en uitleg te geven in een zitting met de financiële commissies van Huis van Afgevaardigden en Senaat. Daarnaast kunnen andere commissies hem vragen te verschijnen.

Greenspan doorbrak het hermetische gedrag van Paul Volcker, zijn voorganger, die de financiële markten het liefst met renteverlagingen of -verhogingen verraste. De Fed wijzigt de rente nu in de regel alleen nog na een geplande vergadering, en daarna brengt ze een persbericht uit met de uitkomst. Ook is besloten om niet alleen een besluit over wijziging van de rente openbaar te maken, maar ook de geneigdheid om in de nabije toekomst wellicht een rentebesluit te nemen.

Op de ochtend van een FOMC-vergadering zien Amerikanen op de televisie hoe de Fed-voorzitter in Washington aankomt bij het statige, witte gebouw van de Fed met zijn marmeren trappen. Ad hoc Fed-waarnemers – oftewel personen die betaald worden om de zendtijd tussen twee reclames te vullen – menen uit de manier waarop hij zijn aktetas vasthoudt te kunnen opmaken of de rente omhoog gaat of omlaag.

Berucht is zijn zogeheten `Greenspeak', de lange, traag uitgesproken zinnen die voor velerlei interpretatie vatbaar zijn en die al menige schommeling in de koersen hebben veroorzaakt.

Ook de opgeheven vinger van Greenspan is bekend. Zijn uitspraak, op 5 december 1996, over het risico van ,,irrationale uitbundigheid'' is gevleugeld geworden. De Dow Jones Index stond toen op ongeveer 6.400, terwijl nu de 10.000 is gepasseerd.

Mogelijk is Greenspan daarom tot de conclusie gekomen dat hij weinig kan doen aan de almaar stijgende koersen, aan de almaar groter wordende luchtbel – gesteld dat er inderdaad van een luchtbel sprake is. En daarvan is de Fed-voorzitter niet helemaal overtuigd, blijkens zijn uitspraak, deze zomer, dat het bestaan van ,,luchtbellen meestal pas achteraf vast te stellen is''. En als ze uiteenspatten, voegde hij eraan toe, ,,dan hoeven de gevolgen niet rampzalig te zijn voor de economie'', als de monetaire beleidsmakers de juiste maatregelen maar nemen, dat wil zeggen: zorgen dat er voldoende goedkoop krediet voorhanden is, dat de rente niet te hoog is.

Na Greenspans geruststellende woorden – mogelijk bedoeld om bij een toekomstige beurzencrisis op te kunnen terugvallen – ging er geen rimpeling door de financiële markten. ,,De Fed weet eigenlijk niet goed wat het met de hoge aandelenkoersen aan moet'', aldus Marilyn Schaja. ,,Het is niet precies bekend wat de stijging veroorzaakt en hoe zoiets tot staan wordt gebracht. We herinneren ons de uitspraak van 1996, maar dat is wat betreft de koersen duizenden punten geleden.''

Een ander thema dat Greenspan graag naar voren brengt, is de rol die technologie speelt in de stijging van de productiviteit. Is die rol in de loop der jaren min of meer gelijkgebleven? Of zijn de automatisering en de revolutionaire ontwikkelingen in de informatietechnologie van een compleet andere orde? Het is een vraagstuk dat economen in toenemende mate bezighoudt en waar nog geen bevredigend antwoord op is gevonden.

De verhoudingen tussen de Fed en het Witte Huis zijn niet altijd zo harmonieus geweest als de afgelopen jaren. De Fed moet tegelijk zijn onafhankelijkheid bewaren en nauw kunnen samenwerken met de president en zijn mensen. Meer dan eens was er in de geschiedenis bijna een staat van oorlog tussen de twee instituties. Vooral wanneer een Fed-voorzitter stond op een hoge rentekoers om de inflatie laag te houden, konden politici het vaak niet laten hem onder druk te zetten om de teugels iets te laten vieren en zo de economie te stimuleren. Greenspan heeft dat ook moeten ondervinden. Maar met zijn pragmatische opstelling, zijn onderkoelde presentatie en zijn gevoel voor de politieke verhoudingen in Washington heeft hij dat soort problemen weten te overleven.

Greenspan is een New-Yorker die zich in Washington heeft leren thuisvoelen. Hij studeerde economie en behaalde zijn doctoraal in 1950 aan New York University (NYU). Hij speelde saxofoon in een big band, maar één eigenschap brak zijn muzikale carrière op. Hij speelde wel goed van bladmuziek, maar kon niet improviseren – een fatale handicap in jazz.

Greenspan behoorde in de jaren vijftig tot de inner circle van de populaire schrijfster Ayn Rand, pleitbezorgster van laissez-faire kapitalisme en van egoïsme als deugd. Greenspans studiegenoot Nathaniel Branden schrijft in zijn autobiografie `Judgment Day; My Years With Ayn Rand' dat Greenspan zich destijds als logisch positivist afvroeg of hij wel zeker kon zijn van zijn eigen bestaan. Greenspan was ,,een van de meest interessante mensen die tot ons kringetje toetrad'', schrijft Branden. Maar in het boek komt Greenspan er als een zonderling van af. Het was Ayn Rand die hem de bijnaam `de begrafenisondernemer' gaf. Een foto van Greenspan, lang geleden genomen op de bruiloft van de zus van Branden, toont echter een breedlachende, rijzige jongeman met een zwarthoornen bril.

Na zijn studie werkte Greenspan bij de effectenfirma Townsend-Greenspan & Co. Zijn eerste stappen in de politiek zette hij in 1968, toen hij economisch adviseur werd van de verkiezingscampagne van Richard Nixon. Maar het klikte niet. Geschokt was Greenspan volgens de journalist Bob Woodward toen hij Nixon eens tijdens een besloten bijeenkomst in drie of vier zinnen meer krachttermen hoorde gebruiken dan hij er ooit had gehoord.

Onder de presidenten Ford en Reagan vervulde Greenspan adviseursfuncties binnen de regering. Op voorspraak van James Baker, destijds minister van Financiën, werd hij in 1987 benoemd tot opvolger van Paul Volcker, die nog door president Jimmy Carter was aangesteld. Volcker was een eersteklasbestrijder van inflatie en Greenspan zette dat beleid voort. De benoeming tot voorzitter van de Fed is de kroon op zijn carrière.

Toen Greenspan vier maanden in functie was, in oktober 1987, werd hij al meteen zwaar op de proef gesteld. Het Dow-Jonesgemiddelde dook binnen een paar dagen van 2400 naar 1750, ofwel een verlies van meer dan 25 procent. Helemaal onverwacht was deze beurskrach niet. Greenspan en Gerald Corrigan, de president van de Federal Reserve van New York, de uitvoerende arm van de Fed op de financiële markten, hadden zelfs weken tevoren al een rampenplan opgesteld. Het kwam erop neer dat Corrigan liquide middelen beschikbaar zou stellen aan wie het maar vroeg als middel om paniek in te dammen.

Wie financieel ten onder dreigt te gaan zal altijd eerst nog proberen door lenen overeind te blijven. Als dat blijkt te kunnen tegen een relatief laag percentage – wat in de praktijk het geval was – zal een belegger dat altijd doen. Aldus geschiedde en Greenspan en Corrigan hebben zo de verliezen door de crash van 1987 kunnen beperken.

Greenspan had overigens ook het geluk dat hij pas zo kort in functie was, dat het financieel beheer van de markten dat tot deze krach had geleid hem niet in de schoenen kon worden geschoven.

Onder Bush werd Greenspans ambtstermijn (van vier jaar) moeiteloos verlengd. Maar toen in 1992 de economische depressie langer duurde dan verwacht, groeiden de spanningen tussen Fed en Witte Huis. Minister van Financiën Nicholas Brady wilde dat de rente fors zou worden verlaagd, om de economie een stevige impuls te geven. Toen Greenspan daarvoor niet bleek te voelen, beëindigde Brady alle sociale contacten met de Fed-voorzitter, van werkontbijten tot diners. In het kamp van Bush hield later meningeen Greenspan verantwoordelijk voor de nederlaag van Bush in de verkiezingen van 1992.

Inmiddels heeft ook Bush zelf verklaard dat Greenspan hem de verkiezingen heeft gekost. ,,Het is lariekoek'', zegt David Littman, econoom bij Comerica Bank in Detroit. ,,Het vestigt voor mij alleen maar meer de aandacht op Bush zelf, die zijn belofte van `no new taxes' heeft gebroken.''

Met de uitspraak van Bush is de politisering van de Fed-voorzitter begonnen. Greenspan, een Republikein, helpt mee aan het glorieuze presidentschap van Bill Clinton. Clinton luisterde vanaf het begin goed naar de Fed-voorzitter en leek alles van hem aan te nemen. Clinton maakte oud-investeringsbankier Robert Rubin tot minister van Financiën – na een korte ambtstermijn van Lloyd Bentsen – en het duo Greenspan-Rubin kon bij Wall Street geen kwaad doen.

Knarsetandend moeten de Republikeinen toezien hoe een van hun partijgenoten successen boekt voor het kamp van de tegenpartij. Sterker nog, een Republikeins plan van enkele maanden geleden om een deel van de pot voor oudedagsvoorzieningen in aandelen te beleggen, werd door Greenspan radicaal van tafel geveegd.

Overigens deed Greenspan dat niet uit zichzelf. Republikeinen bleven net zolang doorvragen tot Greenspan een duidelijk antwoord gaf en dat hebben ze geweten. Ook over het Republikeinse plan voor een drastische belastingverlaging liet hij zijn bedenkingen blijken.

Greenspan, als Fed-voorzitter per definitie een eenling in Washington, laat zich niet van de wijs brengen door de politici die het Witte Huis bewonen of de scepter zwaaien in het Congres. Zozeer voelde deze verstokte vrijgezel (die in 1952 negen maanden getrouwd is geweest) zich in de afgelopen jaren in Washington in zijn element, dat hij trouwde met de bekende televisiejournalist en Witte-Huiscorrespondent Andrea Mitchell, met wie hij vaak verschijnt op feestjes en etentjes van de Washingtonse society.

De grootste test voor Alan Greenspan kan nog komen, als de aandelenkoersen de komende maanden zouden instorten, als de bubble een keer barst. Het Britse weekblad The Economist noemde dat vorige week ,,de grootste bedreiging voor de wereldeconomie''. Volgens het blad is Greenspan ,,gevangen in de luchtbel'', die gevaarlijk is als hij blijft doorzwellen, maar ook gevaarlijk als hij met een forse renteverhoging wordt doorgeprikt. De verantwoordelijkheid van Greenspan is groot. ,,Hij heeft de hele wereld in zijn handen'', zette The New York Review of Books deze maand boven een artikel over de Fed-topman. Een garantie voor een goede afloop is dat niet, maar de wereld had in slechtere handen kunnen zijn.