De `ijstijd' van Beatrix

De natie reikhalst naar een verloving. Of Willem-Alexander maar snel en definitief een partner wil kiezen. Hij is tenslotte al 32 jaar oud en waarom zou hij het volk nog langer een prinses onthouden? Op dit sentiment serveerden de media vorige maand de Argentijnse Maxima Zorreguieta als niet zomaar een nieuwe vriendin, maar als de onverbiddelijke huwelijkskandidate.

Journalisten hebben het wel vaker moeilijk met de monarchie. De erfelijke monarch is er om van te houden, wil een even hardnekkig als tragisch misverstand. Hoe verder de twintigste eeuw verstrijkt, hoe populistischer de Koning dient te zijn. En wee de vorst die zich onttrekt aan dit algehele verlangen naar aaibaarheid. Hij weet zich verzekerd van een koele pers.

Koningin Beatrix geldt al geruime tijd als een monarch die distinctie én distantie koestert. Ongenaakbaar gaat zij in tegen de geest van de tijd. En dus klinkt steeds luider de journalistieke roep of zij niet wil zijn als Linda de Mol, Mies Bouwman of Sonja Barend: één van ons, iemand die we kunnen koesteren en knuffelen als de girl-next-door. `Overleeft de Nederlandse monarchie het televisietijdperk?', vroeg oud-televisiejournalist Charles Huijskens zich vijf jaar geleden al pathetisch af. Niet als de leden van de koninklijke familie zich blijven verschansen achter de hekken van hun paleizen, was zijn dreigende conclusie.

Remco Meijer, royalty-journalist van het weekblad Elsevier gaat nog een stap verder. Hij weet al hoe `warm' het koningschap van Willem-Alexander (`Koning Willem IV') zal worden. Na de `kille functionaliteit' van Beatrix zal Willem-Alexander als vanzelf de ruimte krijgen om het koningschap persoonlijker uit te oefenen. `Haar kilte is zijn kracht', voorspelt de auteur.

Na Beatrix zijn er voor de mannelijke monarch die niet alleen zijn moeder, maar in feite drie vorstinnen opvolgt, onvoorziene kansen om de monarchie weer dichter bij de mensen te brengen. En zo hoort het ook, klinkt het tussen de regels door. Want, parafraseert Meijer het vroegere christelijk-historische Kamerlid Hans Gualthérie van Weezel: afstand misstaat een staatsvorm die mede stoelt op de heffe des volks.

In Aan het hof behandelt Meijer de hofhouding van Beatrix, die onder haar leiding drastisch moderniseerde, maar ook sterk verzakelijkte. Onder Juliana, werd de hofhouding wel getypeerd als `een liefelijke chaos'. De strakke regie van de huidige vorstin wordt daarentegen onbarmhartig aangeduid als `de ijstijd' van Beatrix. Efficiënt, gesloten en onder voortdurende controle van `de baas'.

Meijer heeft ijverig onderzocht hoe het er in het `paleisbedrijf' van Beatrix aan toegaat en rapporteert daar minutieus over. Echte onthullingen blijven uit: de auteur baseert zich overwegend op formele informatie en op bekende gegevens. En waar hij verder groef, stootte hij op zwijgzaamheid van de hofhouding. Zoals oud-grootmeester Kist het formuleert, de voormalige rechterhand van Beatrix die dezer dagen in een honoraire functie terugkeert aan het Hof: `Er zijn geen grote geheimen, maar wat geheim is, moet geheim blijven.' Misschien vertolkt de directeur van het kabinet der koningin, Rhodius, de corpsgeest nog beter: `Wat u wilt weten, kan ik niet zeggen en wat ik kan zeggen, wilt u niet weten'.

Zo gezien is het knap dat Meijer uit dit gesloten bedrijf wist los te peuteren dat Beatrix haar personeel begin dit jaar per brief uitdrukkelijk heeft geboden zich te houden aan de `zwijgplicht' die bij het dienen van de Koning hoort. Aanleiding voor deze disciplinering was in wezen onschuldige informatie in een boek van de vroegere hofmaarschalk Van Zinnicq Bergman.

Voor wie wil weten hoe de wereld rond Beatrix functioneert, valt er desondanks genoeg te genieten. De medewerkers corresponderen met haar niet per memo, maar per blocnote: de manier is dezelfde, alleen de aanduiding is deftiger. De ministers overstelpen haar met stukken: zestienduizend per jaar, waarvan ze geacht wordt er tienduizend, ofwel veertig per werkdag, te tekenen. Het is maar wat u wilt weten: Willem-Alexander heeft in zijn woning aan het Noordeinde in Den Haag, anders dan bij zijn moeder op het paleis ernaast, geen moderne kunst hangen, maar oude meesters. En de Oranjes beschikken bij de Koninklijke stallen in de residentie, waar behalve de paarden en de koetsen ook de limousines, over een eigen Shell-pomp.

Een enkele keer reikt Meijer tot aan de kier van de paleisdeur. Zoals de informatie uit een intern verslag van de gouverneur der residentie Fabius, dat prinses Margriet twee jaar geleden op Prinsjesdag binnenskamers erg kwaad was nadat zij bij vertrek en aankomst op paleis Noordeinde niet met ceremonieel vertoon was verwelkomd. `Ben ik nog wel lid van het Koninklijk Huis?', had ze zich geërgerd uitgelaten.

En natuurlijk zijn er talrijke voorbeelden van het perfectionisme van de vorstin. Misschien is Prinsjesdag '97 wel het treffendste. Als de koets haar naar de Ridderzaal brengt is Beatrix doorgaans gespannen, weet haar omgeving. Maar op de tocht terug, als ze de Troonrede heeft uitgesproken en het volk haar toejuicht, ontgaat haar niets. Of de militairen die langs de route het escorte vormen voortaan de penningen van hun Fal-geweren willen afhalen, zo kregen hun superieuren streng te horen.

Voor wie uitkijkt naar een koninklijke rouwstoet, is het ook goed te weten dat er niet meer, zoals bij de begrafenis van Wilhelmina, in het wit gerouwd zal worden. De nieuwe gala-lijkwagen heeft van Beatrix, geïnspireerd door de begrafenis van de Noorse koning Olaf begin jaren negentig, de kleuren grijs en zilver meegekregen.

Meijer gaat soms wel erg ver in zijn zucht naar details. Zo weet hij te melden dat het Koninklijk Huisarchief bij de verbouwing is voorzien van ultraviolet-wereld glas.

Ziedaar het ultieme bewijs: de monarchie verschuilt zich onder Beatrix achter mat glas.

Remco Meijer: Aan het Hof.

De monarchie onder koningin Beatrix. Bert Bakker, 304 blz. ƒ34,90