Biertje?

De penningmeesters van de voetbal- en hockeyclubs kunnen opgelucht ademhalen. De biertap die hun clubs draaiende houdt, mag open blijven. Het voorstel uit de nieuwe drank- en horecawet, die dinsdag wordt besproken door de Tweede Kamer, was onduidelijk geformuleerd, moest minister Borst deze week erkennen. Het is nooit haar bedoeling geweest om de clubhuizen van Oranje-Zwart en Geel-Groen, waar de zwarte en groene kratjes iedere zondag op hoge stapels naast de zithoeken staan, droog te leggen. De kratjes mogen alleen niet meer naast het veld, in het zwembad of in de sporthal terechtkomen.

Heeft de pagina's lange brief van Peter Swinkels, de hoogste man van bierbrouwer Bavaria, over de sportclub als de laatste hoeder van normen en waarden in Nederland, succes gehad? Of was het de lobby van zwaargewichten als Hans Wiegel, (namens het Centraal Brouwerij Kantoor), Jan Kamminga (Stichting Verantwoord Alcoholgebruik) en Hans Gruijters (Productschap voor Gedistilleerde Dranken). Drie maanden geleden onthulde het NOS-journaal dat zij gedrieën bij de minister op de koffie waren geweest.

Toch doen de bierbrouwers alsof ze nog steeds niet gelukkig zijn met het wetsvoorstel. Zij krijgen een jaar de tijd om hun reclame- en actiebeleid zo aan te passen dat er geen enkele klacht meer over komt. Schenkt tijdens het Europees Kampioenschap voetbal één kroeg gratis biertjes bij doelpunten van het Nederlandse Elftal – dat is verboden – dan grijpt Borst alsnog in.

Ach, wat maakt het uit, liet een brouwer zich dit jaar in de kroeg ontvallen. Geen reclame op tv, dat scheelt tientallen miljoenen guldens per jaar. En de marktaandelen blijven toch hetzelfde.