Bezoek aan VS levert Turkse premier weinig op

De Turkse premier, Bülent Ecevit, heeft de afgelopen dagen een bezoek gebracht aan de Verenigde Staten. Het liep allemaal niet zo erg goed af.

De verwachtingen waren hoog gespannen in Turkije over het bezoek van premier Ecevit aan de Verenigde Staten. Veel meer dan Europa beseft Washington immers, zo vindt Ankara, dat Turkije een trouwe bondgenoot is, een eiland van democratie en stabiliteit in de woelige zee van het Midden-Oosten. Dus als één land inzag dat Turkije na de aardbeving economisch op de been geholpen moet worden, dan waren het wel de VS. Sprak de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, bij haar recente bliksembezoek aan het rampgebied geen roerende woorden over het immense leed dat Turkije heeft getroffen?

Het mocht allemaal niet zo zijn. Van het economische boodschappenlijstje dat premier Ecevit bij zich had, kon hij in zijn ,,warme en brede'' overleg met president Clinton niet één artikel verzilveren. Uit beleefdheid voor de trouwe bondgenoot Turkije zei Clinton, aldus bronnen in Washington, bij ieder heikel economisch punt dat hij ,,de zaak zou laten onderzoeken''. Maar zijn ambtenaren hadden dat allang gedaan, en op vrijwel iedere economische vraag kreeg Turkije een negatief antwoord.

Zo kwam het niet tot een speciaal economisch hulpprogramma voor de wederopbouw van Turkije na de aardbeving. Turkse en Amerikaanse functionarissen overlegden wekenlang over de inhoud van de hulp. Maar toen, aldus Turkse bronnen, de Amerikaanse regering aangaf hoeveel geld ze voor de wederopbouw wilde uittrekken, vond Ankara dat zo abject weinig dat beleefd doch dringend werd gesuggereerd om het hele programma dan maar verder te vergeten.

Ook op het punt van de militaire hulp liep het voor Turkije mis. Ankara heeft nog een fikse lening bij Washington uitstaan voor militaire aankopen uit het verleden en Ecevit had gehoopt dat Washington daar eens ruimhartig naar zou willen kijken. Maar verder dan een ,,nieuw onderzoek'' van de kwestie wilde president Clinton niet gaan. Zelfs wat betreft de Amerikaanse importquota voor Turkse textielproducten (die Ankara graag wil vergroten) gaf Washington vooralsnog geen krimp.

Alleen op politiek gebied boekte Ecevit een klein succes. Het is er de Amerikaanse regering namelijk veel aan gelegen om een oplossing te vinden voor het probleem-Cyprus en dus maakt Washington van tijd tot tijd een vriendelijk gebaar naar de Turks-Cyprioten. Tijdens het bezoek van Ecevit liet Clinton weten dat een ,,terugkeer naar de situatie van vóór 1974'' (toen Cyprus een eenheid was, bestuurd door de Grieks-Cyprische aartsbisschop Makarios) onmogelijk was. Turks-Cyprioten, die ijveren voor een confederatie van de twee delen van het eiland, klonk dit als muziek in de oren. Ecevit, die als premier in 1974 opdracht gaf tot de Turkse invasie van het eiland, liet weten dat dit ,,een erg intelligente opmerking'' van Clinton was.

Ongelukkigerwijze voor zijn adviseurs deed de 75-jarige Ecevit er zelf alles aan om dat succes onder het tapijt te schuiven. Tijdens zijn bezoek maakte de premier immers zoveel schijnbaar onverklaarbare fouten dat in Turkije een serieus debat is ontbrand over zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Heeft de premier Alzheimer? zo vraagt de Turkse pers zich openlijk af. In het vliegtuig naar Washington wenste hij meereizende journalisten geluk met de Turkse `Overwinningsdag' zonder te beseffen dat die nationale feestdag al bijna een maand voorbij was. Tijdens een redevoering op een onderzoeksinstituut in Washington raakte hij geheel de kluts kwijt en begon hij over Irak te praten terwijl hij het over Cyprus had moeten hebben. De adviseurs zaten met de handen in het haar. Zij hadden het bezoek van Ecevit aan Clinton aan de man willen brengen als een ontmoeting tussen twee staatslieden, die samen een dialoog op hoog niveau zouden voeren over de toestand van de wereld. Het liep allemaal mis. Ecevit komt naar Ankara terug met lege handen en misschien zelfs wel, zo suggereren sommige Turken, met een leeg hoofd.