Bankieren was `ontoelaatbaar'

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben in 1995 een ,,ondeugdelijk en extreem riskant'' besluit genomen om te gaan bankieren. Het besluit is ,,democratisch ontoelaatbaar omdat het Provinciale Staten buiten spel zette''. Dat concludeert de commissie-Van Dijk in het vanmorgen gepubliceerde rapport `Een doorboorde buidel'.

Het is aan Provinciale Staten om een politiek oordeel te vellen, onderstreepte Van Dijk. Hij vindt zelf dat er geen mensen hoeven op te stappen. ,,Mouwen opstropen en aan de slag'', zei hij in een toelichting. Commissaris van de koningin Leemhuis-Stout wilde vanmiddag nog niet ingaan op eventuele persoonlijke gevolgen.

,,Het rapport lezend en de daarbij behorende ongezouten kritiek heeft onze bange vermoedens sinds 6 juli bewaarheid. In de vergadering van de Staten zal ik mij op woensdag verantwoorden. Daar vindt het democratisch proces plaats'', zei zij.

Op verzoek van de provincie heeft oud-minister Van Dijk (CDA) onderzoek gedaan naar de Ceteco-affaire. Afgelopen zomer werd duidelijk dat Zuid-Holland op grote schaal bankiert. Dat kwam aan het licht nadat de beursgenoteerde onderneming Ceteco in surseance van betaling was geraakt, door problemen op de Latijns-Amerikaanse markt. Zuid-Holland leende dit bedrijf 47,5 miljoen gulden. In totaal heeft de provincie voor 1,7 miljard gulden uitstaan aan leningen, voornamelijk bij binnenlandse financiële instellingen.

Overigens maakten de bewindvoerders van Ceteco vanmorgen bekend dat de schuldeisers, waaronder dus de provincie Zuid-Holland, kunnen rekenen op een ,,substantiële uitkering''.

De commissie-Van Dijk stelt dat Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, in zijn geheel verantwoordelijk is, maar dat een bijzondere verantwoordelijkheid ligt bij de portefeuillehouder Financiën en de ambtelijke top. ,,Hij, de commissaris van de koningin en de griffier die in dit opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid hadden, hebben de rechten van de Provinciale Staten niet beschermd.''

Zij gaven in 1995 hun toestemming aan het geheimgehouden besluit om te gaan bankieren. Commissaris van de koningin Leemhuis-Stout (VVD) was een tegenstander van deze activiteiten, maar is `overruled' door de gedeputeerden onder leiding van G. Brouwer (Financiën, PvdA). Leemhuis-Stout heeft nog wel onderzocht of ze het besluit moest voordragen voor vernietiging bij de kroon. Volgens haar adviseurs waren de gronden voor vernietiging niet aanwezig, volgens de commissie-Van Dijk waren die er wel. Leemhuis-Stout had haar tegenstem ,,een scherper profiel'' moeten geven, vindt Van Dijk.

Brouwer heeft de politiek verlaten. Vlak voor de Provinciale-Statenverkiezingen van dit jaar vertrok hij naar het adviesbureau KPMG. Van het vorige college zitten thans nog in het college: Leemhuis-Stout en de gedeputeerden J. Heijkoop (CDA) en J. Wolf (PvdA).

Volgens de commissie-Van Dijk had het besluit om te gaan bankieren moeten worden gemeld aan Provinciale Staten en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook had Binnenlandse Zaken ,,iets kritischer'' de boekhouding van de provincie moeten controleren. Dat geldt ook voor de rol van Provinciale Staten. ,,Maar die waren dik tevreden, zo blij, dat men niet heeft doorgevraagd.'' De verantwoordelijk ambtenaar, K. Baarspul, schat dat hij de afgelopen jaren dertig miljoen gulden voor de provincie heeft verdiend.

Ambtenaar Baarspul is drie weken geleden geschorst. Formeel omdat hij voor de commissie-Van Dijk twee leningen zou hebben verzwegen. Tegen hem loopt een strafrechtelijk onderzoek omdat er ,,mogelijk substantiële onregelmatigheden bij de betaling van provisies door de provincie aan een van de makelaars is gedaan'', aldus het rapport.

Baarspul laat via zijn advocaat mr. J. Koets weten dat hij het gevoel heeft dat hij de zwarte piet toegespeeld krijgt. ,,Baarspul heeft gehandeld binnen de bevoegdheden die Gedeputeerde Staten hem hebben gegeven.'' Dat hij op eigen houtje zou opereren, zoals commissievoorzitter Van Dijk vanochtend zei, is ,,onzin'' volgens Koets. Beschuldigingen van fraude ontkent hij.

De commissie-Van Dijk kon een bedrag van 400 miljoen gulden niet verantwoorden. Het is het verschil tussen de administratie van Baarspul en de financiële administratie van de provincie. De commissie constateert ook dat in strijd met de archiefwet stukken zijn vernietigd. Ook de externe controle op de uitvoering is ontoereikend geweest. ,,De accountant is ernstig in zijn controletaak tekort geschoten.''

De commissie adviseert onder meer om het besluit van 1995 in te trekken. Leemhuis-Stout verklaarde dat het college de aanbevelingen met grote spoed ter hand zal nemen. Volgende week woensdag debatteert Provinciale Staten over het rapport.