Anne Frank: Het Achterhuis. Dagboekbrieven, 1947

Hij heeft de tweehonderd dagboeken uit de oorlogstijd die bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie lagen niet gelezen, maar hij zou verbaasd zijn als er één tussen te vinden was dat zo puur, intelligent en zo humaan was als het dagboek dat hem toevallig in handen was gekomen en dat hij net ademloos in een keer uitgelezen had. Aldus de historicus Jan Romein in Het Parool, in april 1947. Dat dit getalenteerde joodse kind gedeporteerd en vermoord kon worden was voor hem het bewijs dat `we de strijd tegen het beest in de mens verloren hebben'. Als enige remedie zag de politiek links georiënteerde Romein een `actieve, positieve, totale democratie'.

Dankzij Romeins recensie van de ongepubliceerde dagboekbrieven van Anne Frank, en het gezag dat de historicus genoot, bracht uitgeverij Contact een paar maanden later, in juni 1947, een ingekorte en licht geredigeerde versie uit onder de titel Het Achterhuis, zowel in Nederland als in België. Voor alle zekerheid met een inleiding van de evenzeer gezaghebbende Annie Romein-Verschoor. Zij legde de nadruk op de literaire, psychologische en intellectuele kwaliteiten van het dagboek, en de ontroering die het lezen ervan bij haar achterliet: `Zoals die kleine dappere geranium daar heeft staan bloeien en bloeien achter de geblindeerde ramen van het achterhuis'.

De uitgave was geenszins vanzelfsprekend. Anne's vader, Otto Frank, had het dagboek van zijn omgekomen dochter aan enkele vrienden laten lezen, en had hen om advies gevraagd. Kurt Baschwitz, een eveneens in 1933 uit nazi-Duitsland gevluchte geassimileerde jood die al voor de oorlog bevriend was met de familie Frank, en bovendien een deskundige in de geschiedenis van de pers en van massapsychologie, waarschuwde voor het gevaar van exploitatie van de nalatenschap van een dood kind. Anderen dachten dat uitgevers weinig voor een publicatie zouden voelen; zo snel na de oorlog zouden er immers nauwelijks lezers voor te vinden zijn.

De eerste druk was echter zo snel uitverkocht, dat de tweede druk nog hetzelfde jaar verschenen was. En het jaar daarop weer. Tot 1950 beleefde Het Achterhuis twee herdrukken per jaar. Daarna was het, althans in het Nederlandse taalgebied, met de belangstelling gedaan. Tot 1955, toen een door Otto Frank gesanctioneerde toneelbewerking door twee gevestigde Amerikaanse scriptschrijvers, Frances Goodrich en Albert Hackett, op Broadway furore maakte. Daarmee werd Anne Franks dagboek op slag wereldwijd beroemd. Het toneelstuk was geïnspireerd door de Amerikaanse uitgave uit 1952 met een stichtelijk voorwoord van Eleanor Roosevelt. De inhoud van het Dagboek maakte haar bewust van het `grootste kwaad van de oorlog – de degradatie van de menselijke geest', terwijl ze het Dagboek zelf zag als het bewijs van de `ultieme stralende noblesse van dezelfde geest'. De voormalige First Lady, beroemd om haar gepassioneerde toewijding aan goede doelen, prees de publicatie aan als een `passend monument aan Anne's fijne geest en de geest van degenen die voor vrede hebben gewerkt'.

De toneelbewerking reduceerde het intelligente, veelgelaagde, scherpzinnige en ambivalente dagboek, waarin Anne worstelde met de moeilijkste vragen van het menselijk leven en van de joodse religie en geschiedenis, tot een simpele boodschap van universele verlossing, en Anne tot een opgewekte, wat naïeve tiener. Weg waren ook de boeiende scherpe portretten en zelfinzichten, haar vertwijfeling en angst voor de dood. De nazi's slaagden erin haar om het leven te brengen, maar niet haar boodschap van tolerantie en goede wil, zoals Ian Buruma in zijn essay The Afterlife of Anne Frank de portee van het toneelstuk omschreef. Anne werd het universele symbool van een slachtoffer, dat `ondanks alles' in het `goede in de mens' bleef geloven, en dat ingeschakeld werd om deze boodschap over haar (anonieme) graf heen uit te dragen.

Het toneelstuk was een doorslaand succes, en werd, tot in Japan en het communistisch Oost Europa, over de hele wereld opgevoerd. Het aantal drukken en oplagen in Nederland schoot omhoog, vertalingen van het dagboek in tientallen talen, en film- en balletbewerkingen volgden. De Nederlandse première van het toneelstuk in 1956 werd bijgewoond door het koninklijk echtpaar. Anne werd een nationaal idool. De Nederlandse uitgever propageerde het boek als een `wereldboodschap'. Anne Frank, haar dagboek en het Achterhuis, dat sindsdien vele miljoenen bezoekers uit de hele wereld heeft getrokken, werden een industrie, verplichte schoolstof, een van de zaken `waar een klein land groot in kan zijn'.

De sentimentele visie van het dagboek sloeg aan. `Is het niet de triomf van [...] dit oorlogsboek, tragisch als geen ander, dat wie het leest niet in de eerste plaats terneergeslagen wordt door de gemeenheid van de vijand, maar zich opgetogen voelt door deze blik in een moedige, alle neerdrukkende ellende en slechtheid met vertrouwen bevechtende meisjesziel', aldus Jeanne van Schaik-Willing in een recensie, geciteerd te midden van soortgelijke uitlatingen van Nederlandse en buitenlandse auteurs op de flap van de dertigste druk in 1960.

In november van dat jaar veroorzaakte de psycholoog en overlevende van een nazi-concentratiekamp, Bruno Bettelheim, dan ook een schandaal met zijn artikel `The Ignored Lesson of Anne Frank' in Harper's Magazine. Net als Hannah Arendt en enkele andere intellectuelen probeerde hij het raadsel van de vermeende joodse passiviteit te onderzoeken. Volgens Bettelheim had de familie Frank, als gevolg van de weigering de nazi-barbarij in haar volle omvang en betekenis onder ogen te zien, ook toen ze sinds 1942 op de hoogte was van de massale vergassing van joden in de Duitse kampen, een verkeerde overlevingsstrategie gekozen. Zich met de hele familie op te sluiten in een huis zonder vluchtmogelijkheid, zich in een valse veiligheid te wanen, de kinderen Latijn en kunstgeschiedenis te onderwijzen in plaats van vaardigheden die overleving kansrijker zouden maken, was immers kortzichtig. Bettelheim had meer waardering voor het gedrag van de ouders van Marga Minco. Zij gaven de jonge Marga tijdens de inval in het huis de kans om te vluchten. Om het verhaal na de oorlog op te kunnen schrijven. En om na de oorlog schrijfster te worden. (Bettelheims artikel verscheen later in zijn bundel Surviving and Other Essays Vintage Books, 1980.)

Bettelheims kritische blik heeft de idolatrie – de verheffing van Anne Frank tot de status van een seculiere heilige, een symbool van universeel slachtoffer met een opbeurende, bevrijdende boodschap – niet kunnen aantasten. Al naar gelang de tijdgeest en de hype van de dag, schakelden velen het symbool van Anne, met uit haar dagboek selectief gedestilleerde brokjes, in als een instrument in dienst van menige ideologische strijd. Niet alleen in dienst van de – liefst zo ongedifferentieerd mogelijke – bestrijding van vooroordelen, maar ook van het onrecht in het algemeen, van de vredesstrijd, de strijd tegen de atoombom, tegen het militarisme, de strijd tegen (niet alleen extreem) rechts, van de bevrijding van uiteenlopende groepen van onderdrukten der aarde.

In 1986 heeft het RIOD een wetenschappelijke uitgave van Anne's dagboeken gepubliceerd, met de diverse versies die ze zelf geschreven had en de resultaten van uitgebreid onderzoek, om elke (vooral uit extreem rechtse hoek telkens opduikende) twijfel over de authenticiteit te ontzenuwen. Op basis van deze uitgave heeft de eigenaar van de auteursrechten, het Anne Frank-fonds te Basel, in 1991 een nieuwe publiekseditie van Het Achterhuis op de markt gebracht. In de publiciteit werd de aandacht vooral gevestigd op de voordien weggelaten intieme passages. De herziene publieksuitgave stelde overigens de auteursrechten van het boek, die anders binnenkort zouden gaan vervallen, voor decennia veilig.

Anne Frank is vermoedelijk – na het kindeke Jezus – het meest postuum geëxploiteerd joodse kind geweest. Zij en haar dagboeken hadden meer respect verdiend.

Anne Frank: Het Achterhuis. Dagboekbrieven 11 juni 1942 -1 augustus 1944, 19de druk, Bert Bakker, 301 blz. ƒ34,90