Wetenschappers poetsen glans belastingplan weg

De euforie over de nieuwe belastingplannen lijkt weg te ebben. De Tweede Kamer moet zich nog uitspreken, maar enkele `geleerden' nemen alvast een voorschot.

Een piramidespel zonder verliezers of een loterij zonder nieten. Daar deed het nieuwe belastingstelsel voor de volgende eeuw aan denken toen het eerder deze maand op het ministerie van Financiën werd gepresenteerd. Iedereen gaat erop vooruit, zonder negatieve gevolgen voor de schatkist.

De reactie op `Belastingherziening 2001' was over het algemeen dan ook positief, met uitzondering van de partijen in het bedrijfsleven die zich in hun directe belangen zagen aangetast. Terwijl de verzekeraars, de belastingadviseurs en de bankiers op dit moment een actieve lobby voeren bij de Twee-Kamerleden, begint ook de academische wereld zich meer en meer te roeren.

Vooral de belastingheffing van het eerste huis staat bloot aan kritiek. Niet alleen blijft de aftrekbaarheid tegen het progressieve tarief (dus maximaal 52 procent in het nieuwe stelsel) onaangetast, ook krijgt het huis volgens de nieuwe fiscale indeling een plaatsje in de zogeheten box 1. Bijzonder in deze box wordt verder alleen het salaris afgerekend, terwijl het gespaarde vermogen (bijvoorbeeld de waarde van het tweede huis) via box 3, zwaarder, wordt belast.

Al eerder pleitte dr. C. Caminada van de Rijksuniversiteit Leiden voor ,,een zakelijke discussie'' over de politiek zo beladen hypotheekaftrek. Net als L. Stevens van de Erasmus Universiteit vandaag in het Weekblad voor Fiscaal Recht benadrukte Caminada de onrechtvaardigheid van het huidige systeem. Zeven procent van de mensen met een inkomen incasseren 45 procent van het totale belastingvoordeel van bijna 11 miljard gulden, concludeerde de Leidse wetenschapper in zijn rapport `Aftrekpost eigen woning'.

Niet alleen de onrechtvaardigheid stoort de fiscalisten. Volgens hen biedt de eerste woning ook de mogelijkheden om belasting te ontwijken. Niet voor niets spreekt Stevens van ,,massaal en onnodig'' lenen voor huis, waarna het spaargeld bijvoorbeeld in beleggingen kan worden gestoken. Met andere woorden: doordat het eerste huis in box 1 minder wordt belast, zuigt het, ten koste van de schatkist, extra kapitaal aan. Werk aan de winkel dus voor belastingadviseurs.

De oplossing is even simpel als politiek beladen. Plaats de eerste woning, zoals de rest van de bezittingen van de doorsnee-belastingbetaler, ook in box 3. Gevolg: de aftrekbaarheid van de hypotheekrente gebeurt tegen 30 procent (en niet maximaal 52 procent). Tegelijkertijd wordt het huis belast met de zogeheten forfaitaire rendementsheffing, dat jaarlijks 1,2 procent (een heffing van 30 procent op een fictief rendement van 4 procent) van de totale waarde bedraagt.

Juist de fiscale vluchtroutes waren voor topambtenaar S. van Wijnbergen (Economische Zaken) aanleiding om fel uit te halen naar het voorgestelde belastingplan, hetgeen tot zijn vertrek leidde. In een toespraak voor fiscalisten stelde hij vorige week dat ,,het drie-boxensysteem zeker gaat lekken. Het wordt een feest voor belastingadviseurs'', verklaarde hij ten overstaan van ongetwijfeld een enthousiast gehoor. ,,Ik heb al een weddenschap gewonnen dat deze belastingvereenvoudiging tot een dikkere aangifte leidt'', zo tekende de Telegraaf vorige week op.

Ook de mythe dat elke belastingbetaler, die geen misbruik maakt van fiscale trucs, erop vooruit gaat wordt zowel door Van Wijnbergen als door Stevens doorgeprikt. Ondernemers die meer dan 5 procent van de aandelen in hun bedrijf bezitten worden bijvoorbeeld voor 54,5 procent worden aangeslagen, hoger dan het toptarief van 52 procent voor mensen in loondienst. ,,En dat voor een activiteit (ondernemen) die we juist met zijn met zijn allen willen stimuleren.'' Stevens vreest ook in dit geval dat de hoge druk voor ondernemers leidt tot het ,,verslepen'' van kapitaal van de ene box naar de andere.

Deze zuigkracht tussen de verschillende boxen kan alleen gestopt worden door waterdichte schotten, hetgeen in het uitgewerkte voorstel volgens veel fiscalisten nog niet het geval was. Alleen op die manier kan een einde gemaakt worden aan de fiscale acrobatiek, die staatssecretaris Vermeend van Financiën een halt wil toeroepen.

Om financiële knutselaars snel in de smiezen te krijgen heeft Financiën zogeheten `kennisgroepen' opereren die oneigenlijke gebruik van het belastingsysteem aan Vermeend persoonlijk melden. ,,Kom ik iets tegen, dan wacht ik geen dag. Ik stuur een briefje naar beneden: ingrijpen, gaarne spoedige reactie'', verklaarde de staatssecretaris tegenover het Financieele Dagblad.

Niet voor niets heeft de bewindsman in het nieuwe belastingplan ruimte gecreëerd om snel in te grijpen wanneer tegen de geest van de wetgeving wordt gezondigd. Zonder toestemming vooraf van de Tweede Kamer kunnen de bewindslieden de eerste twee jaar afwijkende regels stellen en is slechts na inwerkingtreding (binnen drie maanden) parlementaire goedkeuring nodig.

Dat enkele fracties zich inmiddels tegenstander hebben getoond van deze mogelijkheid om snel in te grijpen, maakt de problematiek van de fiscale vluchtroutes alleen maar pregnanter. Zowel VVD als D66 voelt er niets voor, zo blijkt uit reacties in het Financieele Dagblad, dat zij buitenspel worden gezet.