Peper: provincie Zuid-Holland lette niet op

De provincie Zuid-Holland heeft in strijd met de wet- en regelgeving de omstreden bankierspraktijken niet gemeld bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat schrijft minister Peper (Binnenlandse Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer.

In zijn brief erkent Peper ook dat zijn ministerie niet voldoende alert is geweest. ,,Uit de relevante stukken kon echter worden afgeleid dat Zuid-Holland grote kasgeldbedragen niet aantrok voor de eigen liquiditeitsbehoefte of voor financiering van de concrete publieke taken.' Daaruit had volgens Peper kunnen worden opgemaakt dat Zuid-Holland aan het bankieren was geslagen.

Deze praktijk kwam deze zomer in de publiciteit nadat de beursgenoteerde handelsonderneming Ceteco in surseance van betaling was geraakt door problemen op de Latijns-Amerikaanse markt. Zuid-Holland leende dit bedrijf 47,5 miljoen gulden. In totaal heeft de provincie voor 1,7 miljard aan leningen uitstaan bij voornamelijk binnenlandse financiële instellingen.

In zijn brief beklemtoont Peper dat Zuid-Holland het ministerie van Binnenlandse Zaken nooit actief heeft geïnformeerd en dat de bankiersactiviteiten op een versluierde wijze in de boekhouding zijn verwerkt. Tot deze bevindingen komt ook het accountantskantoor Deloitte en Touche dat op verzoek van Peper een onderzoek heeft gedaan. De onderzoekers concluderen dat de wet- en regelgeving door de provincie ,,op een aantal punten is veronachtzaamd'. Dit blijkt uit ,,het niet of niet tijdig inzenden van een aantal besluiten en het `versluierd' weergeven van essentiële informatie'.

Deloitte en Touche komt tot de slotsom dat het vertrouwen in de interne controle bij de provincie ,,onrealistisch is gebleken en zal moeten worden herzien'. Peper velt nog geen politiek oordeel over de handelwijze van de provincie. Hij wacht af wat Provinciale Staten van Zuid-Holland doen als morgen het rapport van de commissie-Van Dijk verschijnt.

In zijn brief kondigt Peper aan dat hij met de provincies gaat overleggen over een doorzichtiger administratieve organisatie. Van een verscherpt toezicht op de financiën van de provincie wil de PvdA-minister niet weten. Hij kent veel gewicht toe aan de eigen verantwoordelijkheid van het provinciaal bestuur.

Volgens het Tweede-Kamerlid Van der Hoeven (CDA) kan Peper volgende week ,,een pittig debat' tegemoet zien. ,,Peper en zijn voorganger Dijkstal hadden van de bankiersactiviteiten moeten weten en ook kunnen weten. Peper kan zich niet verschuilen achter zijn ambtenaren', meent Van der Hoeven. Haar VVD-collega Luchtenveld heeft meer begrip voor Peper. ,,Hij geeft ruiterlijk toe dat er fouten zijn gemaakt en hij wil maatregelen nemen. Ook kan hij wijzen op verzachtende omstandigheden. De provincie heeft bijvoorbeeld zelf gezegd dat het niet om risicovolle activiteiten ging.' Volgens de Kamerleden Noorman (PvdA) en Scheltema (D66), heeft Zuid-Holland zijn best gedaan de minister niet helemaal goed te informeren, maar het ministerie heeft ook steken laten vallen.

De voorzitters van de Statenfracties willen eerst het rapport van de commissie-Van Dijk afwachten voordat ze reageren. Ze constateren al wel dat de druk op commissaris van de koningin Leemhuis toeneemt nu ook Binnenlandse Zaken de schuld vrijwel geheel neerlegt bij de provincie. Leemhuis zelf heeft tot nu toe steeds gezegd dat haar niets te verwijten valt.

Zuid-Holland

De kop Peper: provincie Zuid-Holland lette niet op (in de krant van donderdag 30 september, voorpagina) boven het bericht over de Ceteco-affaire had moeten zijn: ministerie lette niet op.