O jee, de o van oktober zit weer in de maand

Morgen begint de traditioneel nerveuze oktobermaand op de beurzen. Oktober blijkt door de jaren heen zijn reputatie als minder goede beleggingsmaand na te leven, maar al te veel kunnen beleggers daar niet aan doen.

Februari: sprokkelmaand, augustus: oogstmaand, oktober: angstmaand. Morgen begint oktober, en de stemming op de wereldwijde beurzen is niet best. Wall Street noteert 10 procent onder zijn koersrecord van eind augustus, en ook het Damrak heeft sinds 10 september een reeks van verliesgevende dagen achter de rug die de AEX-index van 591 punten heeft teruggebracht tot onder de 550 punten vanmorgen.

Nu lijkt de lucht bezwangerd door oktober-angst. Is die terecht? Om die vraag te beantwoorden moeten `angst' en `oktober' van elkaar worden losgekoppeld. Reden voor enige bezorgdheid over de beurskoersen lijkt er, ook los van oktober, op dit moment wel. De waardering van aandelen ten opzichte van obligaties staat, nu de obligatiemarkt dit jaar flink is ingezakt en de langetermijnrente navenant is gestegen, in de hele Westerse wereld op recordhoogte. Dat de rentetarieven van zowel de Amerikaanse Federal Reserve als de Europese Centrale Bank omhoog zullen gaan, staat voor het gros van de analisten vast – de vraag is alleen wanneer.

Bij zo'n onzeker beleggingsklimaat hangt dus veel af van de resultaten die beursgenoteerde bedrijven laten zien, en oktober is de maand waarin het gros ervan met zijn rapportage over het derde kwartaal komt. Deze rationele oktober-nervositeit komt bovenop de gevoelsmatige associaties die oktober op de beurzen oproept. De twee grote krachs van deze eeuw, in 1929 en in 1987, vonden beide plaats in oktober. In 1989 corrigeerden de koersen zich in oktober zonder veel reden, in wat later als een puur associatieve oktoberreactie is beschouwd.

De reputatie van oktober als slechte beursmaand is niet eenduidig. Wie kijkt naar de ontwikkelingen van de beurskoersen sinds de jaren zestig (volgens de CBS-index), ziet een sterk wisselend oktoberbeeld. In de tweede helft van de jaren zestig was oktober juist een overwegend gunstige maand, met als uitschieter een koersstijging met ruim 9 procent in oktober 1966. Pas in 1970 en 1971 ging het mis: de beursindex zakte in de oktobermaand met respectievelijk 2,4 procent en 11,8 procent. Ook 1976 (-6,8 procent) en 1978 (-8,4 procent) waren slechte oktoberjaren. 1980, 1981 en 1982 hadden nog even uitstekende oktobers, met een gemiddelde koersstijging van 6,5 procent.

Vanaf 1983 vestigde oktober zijn reputatie als angstmaand. In dat jaar zakte de beursindex met 6,4 procent, in 1986 volgde een daling met 4,1 procent en in oktober 1987 kelderden de beurskoersen met 27 procent. Sindsdien is het, uitgezonderd een koerssprong van 8,6 procent in oktober 1993, niet echt meer goedgekomen. Zij het dat vorig jaar de koersval op de beurzen als gevolg van de crises in Rusland en het Amerikaanse beleggingsfonds LTCM voor het grootste deel in september plaatsvond en oktober de maand was waarin het al even spectaculaire herstel van de koersen begon.

Is oktober dus per se een slechte maand? Ja. De gemiddelde koersdaling in alle oktobers sinds 1964 bedroeg ruim 0,8 procent. In de overige elf maanden van het jaar stegen de koersen juist met 0,8 procent gemiddeld per maand. En dat tikt over de jaren behoorlijk aan. Wie, volgens de CBS-stemmingsindex op 1 januari 1965 een ton had belegd op het Damrak, zou nu beschikken over 1.406.220 gulden. Een herberekende index waaruit in elk jaar telkens oktober is weggelaten, komt op 2.007.886 gulden. Dat is 42 procent meer.

Dat wil overigens niet zeggen dat het daadwerkelijk lonend zou zijn geweest om elk jaar eind september uit de markt te stappen en op 1 november er weer in. Aan- en verkoopkosten van aandelen zijn prohibitief. Een belegger die elk jaar een vriendelijk tarief van twee maal 0,53 procent van de waarde van zijn portefeuille aan dergelijke kosten kwijt zou zijn geweest aan het overslaan van oktober, zou sinds 1965 geen gulden extra winst hebben gemaakt.

Zo bezien maakt het weinig uit of beleggers oktobers overslaan of niet – en timing van de markt is de laatste jaren sowieso een onmogelijke opgave gebleken.

Wordt oktober 1999 echt een angstmaand, of vragen beleggers zich na de 31ste af waar zij zich druk om hebben gemaakt? Doemdenkers die deze oktober geen gelijk krijgen, kunnen altijd nog hun hoop vestigen op november. Die staat volgens oud-Nederlands gebruik bekend als `slachtmaand'.