Men wil dat zij niet niezen

Bij het maken van definities gaan lexiografen nogal eens in de fout.

HET MAKEN VAN een definitie is een vak apart. Zelfs de meest geschoolde lexicograaf kan zich niet verlaten op zijn routine, maar moet er voortdurend op bedacht zijn dat hij lelijk in de fout kan gaan. Hij weet dat als geen ander, al was het maar omdat de voorbeelden van op z'n zachtst gezegd merkwaardige definities in de woordenboeken van nu en weleer voor het oprapen liggen.

Eigenlijk staat de woordenboekmaker voor een onmogelijke opdracht. Een complicerende factor is allereerst dat hij van alle markten thuis moet zijn: het ene moment beschrijft hij een futiel onderdeel van een molen, auto, televisie of ruimtevaartuig, het andere moment moet hij zich verdiepen in de literatuur over een plantje, diertje of natuurkundig verschijnsel, dan weer moet hij uiteenzetten wat woorden als `fenomenologie', `zijn' of `worden' precies betekenen. Daarbij moet hij er zorg voor dragen dat de definitie de meest essentiële betekeniskenmerken bevat: niet te kort, maar vooral ook niet te lang. Bovendien moet de definitie in voor iedereen begrijpelijke taal gesteld zijn.

Voeg daar nog aan toe dat de lexicograaf altijd achter de feiten aanloopt omdat de maatschappij voortdurend in ontwikkeling is, dat hij altijd onder tijdsdruk werkt, dat hij zich onder meer ook dient bezig te houden met de structuur van woordenboekartikelen en met beslissingen of woorden al dan niet opgenomen moeten worden en dat het zetduiveltje hem uiteindelijk nog parten kan spelen en het zal geen verbazing wekken dat er in woordenboeken nogal eens volstrekt foute, overdreven uitvoerige, veel te summiere, tamelijk krukkige, onbedoeld komische of al spoedig achterhaalde definities zijn opgenomen.

Hieronder volgen enige serieus bedoelde definities uit woordenboeken en encyclopedische werken die bewijzen dat de weg van de lexicograaf niet altijd over rozen gaat.

    • Rob Tempelaars