Matthijs Jacobus Koenen (1847-1920)

Van de bekende Nederlandse woordenboekmakers is Koenen het slechtst bedeeld: naar zijn leven en werk is nauwelijks onderzoek gedaan. Koenen werd in 1847 in Zutphen geboren. Zijn vader was landmeter.

In 1872 werd hij hoofd van de Rijksleerschool in Den Bosch, van 1880 tot zijn pensionering in 1911 was hij leraar Nederlands aan de Rijkskweekschool in Maastricht. Koenen was onderwijzer in hart en nieren. In 1877 richtte hij het tijdschrift Het Zuiden op, later School en studie geheten. Tussen 1885 en 1898 was hij mederedacteur van het onderwijstijdschrift Schoolwereld. Hij schreef verschillende taalboekjes voor de lagere school en handleidingen bij de taalstudie voor het onderwijs. In 1897 verscheen de eerste druk van het boek dat hem beroemd zou maken, het Verklarend Handwoordenboek der Nederlandsche taal. Dat dit werk later door H.J.E. Endepols werd overgenomen is geen toeval – Endepols woonde een paar deuren verderop.

Voor meer informatie over Koenen: Jan de Groot, M.J. Koenen en zijn Handwoordenboek, 1997, uitgave in eigen beheer.